Ouderwets knutselen wordt een rage

Het was een aandoenlijk tafereel waar ik deze week in het Haarlemse museum De Hallen op stuitte. Middenin de museumzaal stonden lange tafels die vol lagen met kleurpotloden, scharen, lijmpotten, vellen gekleurd papier en oude exemplaren van National Geographic. Alsof ze nog nooit van Wii of Gameboy hadden gehoord, was een groepje schoolkinderen zoetjes papieren figuurtjes aan het uitknippen, die vervolgens door klasgenootjes in een soort diorama’s werden neergezet. Op aanwijzing van de meester, die de camera hanteerde, schoven de kinderen de poppetjes in het decor heen en weer. Op de laptop ernaast zagen ze tot hun eigen verbazing hoe ze op deze primitieve wijze heel aardige animatiefilmpjes konden maken.

De stop-motiontechniek had de schoolklas afgekeken van Martha Colburn (37), de Amerikaanse kunstenaar die nu in De Hallen exposeert. De plots van haar drie nieuwe films zijn te bizar om na te vertellen, met predikanten die drugs dealen en Osama bin Laden die een bijrol speelt als travestiet. Maar ook als je van de verhaallijnen niets begrijpt, zijn de animaties een genot om naar te kijken. In Myth Labs zitten pelgrims en indianen elkaar in prachtige westernlandschappen achterna, en in Triumph of the Wild sneuvelen soldaten en paarden op spectaculaire wijze op de slagvelden van de Amerikaanse burgeroorlog. Het is haast niet voor te stellen dat ieder indianenveertje, ieder grassprietje door Colburn persoonlijk is uitgeknipt.

Natuurlijk had ze zich veel moeite kunnen besparen door haar decors op de computer te maken. Maar had haar kunst er dan nog wel zo rauw en authentiek uitgezien? En is niet juist dat knutselen een essentieel onderdeel van haar kunstenaarschap? Wanneer je de storyboards bekijkt die ook in De Hallen hangen, zie je dat Colburn enorme lol gehad moet hebben in het knip- en plakwerk. Vernuftig laat ze lichaamsdelen scharnieren met behulp van kleine ijzerdraadjes, draait ze kogels van aluminiumfolie en creëert ze met rood naaigaren de mooiste bloedspetters.

En Colburn is daarin niet de enige. Het lijkt erop dat in deze tijd van digitale perfectie steeds meer kunstenaars zich tot ouderwets handwerk bekeren. Op Art Rotterdam was begin deze maand te zien dat het knutselen een ware rage begint te worden. Bijna iedere galerie toonde daar wel iets handgemaakts als een collage, een geborduurde foto of ragfijne knipselkunst. Gemakzuchtig conceptualisme is uit, zo bleek in Rotterdam, en monnikenwerk is in.

Een kunstenaar die priegelen op de vierkante centimeter tot sport heeft verheven, is Luuk Wilmering. Bij Ellen de Bruijne Projects in Amsterdam exposeert hij zijn nieuwste collages, die niet veel groter zijn dan de voetbalplaatjes van Albert Heijn. Kleine gedetailleerde wondertjes zijn het, opgebouwd uit oude National Geographics. Zo secuur zijn de stukjes prikkeldraad, de boerka’s en de helikopters uitgeknipt en aan elkaar gelijmd dat je oog er als vanzelf een nieuw plaatje van maakt. Je zou er graag even met je vingers overheen glijden om er zeker van te zijn dat ze niet toch gephotoshopt zijn.