Ontworteld door de potloodtest

Je huis en familie kwijtraken, steeds uitgemaakt worden voor kaffer of boesman. De Zuid-Afrikaanse schrijfster EKM Dido ondervond Triomf aan den lijve.

Ik zet mijn petje af voor Marlene van Niekerk die door middel van deze buitengewoon interessante roman een deel van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis heeft vastgelegd.

Toch moet ik eerlijk zijn: toen mij werd gevraagd een kort stuk te schrijven over Triomf, verzon ik allerlei verontschuldigingen. Triomf heeft de korsten van oude wonden in mijn binnenste weggekrabd en ze laten bloeden; de wonden van vóór 1994 liggen nog te dicht aan de oppervlakte.

Een deel van mijn familie woonde in Sophiatown, maar als kind kende ik hen nauwelijks en deed het me eigenlijk niet zo veel. Toen had ik er nog geen flauw vermoeden van, dat ik aan den lijve zou ondervinden wat ontworteling betekent. In de jaren 1966 en 1967 moesten blanke en bruine mensen uit mijn geboorteplaats, Tsomo in Transkei, vertrekken, om plaats te maken voor het Zwarte Gevaar waar de toenmalige regering zo bang voor was. Mijn familie wist niet waar we een ander dak boven ons hoofd zouden vinden – toch moesten we weg. Onze uitgebreide familie werd uiteen gescheurd, waardoor we het contact met elkaar verloren.

Ja, er was plaats gemaakt om het Zwarte Gevaar in een hok te stoppen. Maar toen zat de regering met een enorm probleem. Kijk, veel bruine mensen worden aangezien voor zwarten, en omgekeerd. Maar zoals altijd bedacht de regering een plan. De potloodtest. Die test werd uitgevoerd op degenen van wie ze niet met zekerheid de huidskleur konden vaststellen. Een deel van de potloodtest bestond eruit dat het potlood met de scherpe punt door je haren werd getrokken. Veel bruine mensen hebben, net als ik, geen stijl haar. Als het potlood bleef haken en jij ‘Eina!’ riep, werd je bruin verklaard. Als je ‘Auch!’ riep, was je zwart en moest je een pasje bij je hebben als je in de Republiek van Zuid-Afrika werkte. Had je geen pas, dan werd het de cel of het thuisland. Veel bruine en zwarte mensen zijn door de potloodtest van hun familie weggerukt en gedwongen bij andere kleurgroepen ingedeeld. Over een functioneel land gesproken!

En toen werd ik weer geconfronteerd met die wrede ontworteling. In Distrik Ses, Kaapstad. Het ziekenhuis waar ik mijn opleiding tot verloskundige volgde, lag in Distrik Ses. In die straten heb ik met niet tegen te houden tranen naar het verdriet van de mensen gekeken die tegen hun zin moesten vertrekken. De predikant in Marlene van Niekerks roman Triomf die ontwortelde bewoners in Sophiatown te hulp snelde, deed me aan de predikanten van Distrik Ses denken. Zíj probeerden het lot te keren. Tevergeefs. Bulldozers walsten huizen, kerken en de moskee plat. Huilen, vloeken en zich verzetten: niets hielp. De mensen moesten vertrekken. Vanuit oude maar ruime woningen naar kleine huisjes op de Kaapse Vlakte. Ver van familie en vrienden. Ver van de plek waar ze werkten. Ver van de blanke mensen. Toen de bulldozers kwamen heeft een van de predikanten zich aan de deuren van de kerk vastgeketend. Vandaag de dag staat dat kerkje op de braak liggende gedeelten die na al die jaren nog niet ontwikkeld zijn, als herinnering aan de wreedheid van de Apartheid. Toch zijn er heel wat flats in Distrik Ses die niet zijn gesloopt. Nadat ze ontruimd en gerenoveerd waren, zijn er blanken ingetrokken.

Sophiatown en Distrik Ses zijn niet de enige plekken in mijn land waar mensen van hun wortels zijn verdreven. Het is in het hele land gebeurd. De Indiërs in Kwa-Zulu Natal moesten aan de zinken huisjes wennen terwijl de blanken in hun huizen gingen wonen.

Er werden zelfs kerken in het land afgepakt en in een mum van tijd van bordjes voorzien met SLEGS VIR BLANKES.

Ja, Triomf is uitstekend geschreven. Maar het veroorzaakt zo’n pijn… Elk kaffer- en hotnotwoord* steekt als een dolk door mijn hart. Ik ben afkomstig uit Transkei en die diverse vormen van cultuur en zijn mensen zijn in mij geworteld. Ik zal nooit de afschuwelijke vernederingen vergeten die ze moesten doormaken. Ik zal nooit de diepe vernederingen vergeten die ik zelf moest ondergaan… talloze malen.

Op een keer was ik met mijn baby van drie maanden met de auto op weg naar huis, Queenstown, 1.200 km verderop. Onderweg raakten de flessen gekookt water voor de babyvoeding leeg. Destijds konden niet-blanken geen kraamverlof krijgen, en dus kon ik geen borstvoeding geven. Hoe het ook zij, toen ik bij de eerste de beste winkel kwam, vroeg ik om gekookt water, en ik wilde ervoor betalen. Maar ik werd meteen onder een stroom verwensingen als hotnot en boesman* weggejaagd. Waarom? Omdat ik in mijn haast met een huilend kind het bordje SLEGS VIR BLANKES niet had gezien, en ook niet ‘Baas en Miesies’* had gezegd. Ik was zo overstuur dat ik niet eens het bordje SLEGS VIR NIE-BLANKES aan de achterkant van de winkel kon vinden. Nadien heb ik een bus vol zwarte mensen aangehouden en een van hen gaf mij lauwwarm water.

Onze geschiedenis kan niet weggepraat of weggewenst worden, hoe vreselijk zij ook is. Maar dankzij Triomf zullen we nooit vergeten dat wij, Zuid-Afrikanen, door diepe dalen zijn gegaan en er aan de andere kant triomfantelijk zijn uitgekomen. Laten we verdomme hopen dat de kaffer- en hotnotnamen, die eigenlijk nooit echt begraven zijn, ook deel van de geschiedenis mogen worden!

*kaffer en hotnot: scheldwoorden voor zwarte en kleurling. Boesman betekent bosjesman. Miesies is misses. Vertaling Riet de Jong-Goossens

Discussieer mee op nrcboeken.nl/leesclub