Ontmoeting in het gekkenhuis

‘Mannen wier geest de dood verkracht heef’, dicht Wilfred Owen in Mental Cases (geesteszieken), „de herinnering aan moord woelt hen door het haar. Meervoudige moord, die ze dagelijks opnieuw beleven.”

Owen schreef zijn even gruwelijke als prachtige gedicht op basis van zijn ervaringen in de psychiatrische inrichting Craiglockhart in Edinburgh. Net als tientallen andere zwaar getraumatiseerde soldaten verbleef Owen in 1917 enige maanden in dit gekkenhuis, waar hij herstelde van frontneurose, shellshock, voor hij in het laatste oorlogsjaar genezen terugkeerde naar het front.

Wat een voetnoot in de geschiedenis had kunnen zijn, werd een van de beroemdste literaire ontmoetingen in Groot-Brittannië. Owens verblijf in Craiglockhart inspireerde niet alleen tot een paar van de beste oorlogsgedichten ooit geschreven, nog in 1995 verwerkte de gelauwerde Britse schrijfster Pat Barker de episode tot het bekroonde en verfilmde boek Regeneration.

Tegelijk met de 24-jarige Owen namelijk, die in die periode voorzichtig een beginnetje met de dichtkunst maakte, verbleef de toen reeds bekende en bejubelde dichter Siegfried Sassoon in Craiglockhart. Sassoon was in het ziekenhuis opgenomen omdat hij een pacifistische verklaring had gepubliceerd. Dankzij bemoeienis van hooggeplaatste vrienden werd hij niet voor de krijgsraad gebracht, maar mocht hij in alle rust van zijn vredelievende overtuiging ‘genezen’.

In haar roman laat Pat Barker Owen naar Sassoons kamer komen om hem te vragen om een bijdrage voor de ziekenhuiskrant de Hydra, waarbij hij in de redactie zat. Hoe ridicuul het ook mag klinken: een krantje maken te midden van een stel oorlogsgekken – dat detail was niet verzonnen. Ooit stonden alle edities van deze eigenaardige periodiek zelfs integraal op internet.

Hoe ziet dat eruit, een avondblad voor oorlogsgekken? Verbazingwekkend zonnig, eigenlijk. De Hydra bericht over het weer, wederwaardigheden rond het hospitaal en het landgoed eromheen („The chickens are looking wonderfully strong and healthy”), en doet huishoudelijke mededelingen. In de krant staan lijsten met gesneuvelden, en advertenties waarin bijvoorbeeld een officiersuniform tweedehands te koop wordt aangeboden. Owen schreef vaak het voorwoord. „Many of us who came to the hydro (d.i. Craiglockhart) slightly ill are now getting dangerously well”, schrijft hij. Wie genas werd naar het front teruggestuurd.

De ontmoeting tussen Owen en Sassoon leidt ertoe dat Owen over zijn afschrikwekkende frontervaringen durft te dichten. Bij Barker werken ze samen aan Owens beroemde gedicht Anthem for Doomed Youth:

„Welk klokgelui voor wie als vee kreperen?

Alleen de monsterlijke woede van kanonnen,

alleen het stotterend geratel van geweren

kan ’t haastig gebeld vertolken.

Geen spotternij voor hen van klokken en vroom praten,

geen stemgegeven rouw behalve ’t koor

het schrille waanzinkoor van huilende granaten

en een trompet die roept vanuit een droevig oord.” [...]

(vertaling: Jan Eijkelboom).

Hoe verging het de patiënt-dichter? Owen werd genezen verklaard en voegde zich als officier in juni 1918 weer bij zijn manschappen in Frankrijk. Hij sneuvelde op 4 november, 25 jaar oud. Zijn moeder ontving het bericht van zijn overlijden op 11 november, terwijl de kerkklokken in haar straat het einde van de oorlog vierden.

Rectificatie / Gerectificeerd

CORRECTIE

In het gedicht dat Herin Wensink citeert (CS, 21 feb.) schrijft Wilfried Owen niet over ‘t haastig gebeld’ maar over het ‘haastig gebed’.