'Onteigenen deden Hitler en de DDR'

Dr. Hans Barbier, die waakt over het gedachtegoed van Ludwig Erhard, de grote man van het Wirtschaftswunder, hekelt het crisisbeleid van de Duitse regering.

Hij kan het woord ‘redden’ niet meer horen. „Wij willen veel te veel redden. Banken, bedrijven, noem maar op. Niet beseft wordt dat dat ingaat tegen wat de staat eigenlijk vermag. De kredietcrisis heeft veel ellende veroorzaakt, maar dat betekent niet dat we goede economische principes overboord moeten zetten, die ons juist in slechte tijden verder kunnen helpen.”

Aan het woord is de 71-jarige dr. Hans D. Barbier (spreek uit Barbié), de voorzitter van de Ludwig Erhard Stiftung in Bonn, een stichting die het sociaal-liberale gedachtegoed van de West-Duitse oud-kanselier Ludwig Erhard bewaakt en propageert. Barbier is een van de weinigen in Duitsland die openlijk kritiek hebben op de golf van nationalisatie- en onteigeningsplannen van de regering-Merkel.

Wat hem stoort is dat in Duitsland de ideeën van Ludwig Erhard, de grote man van het Duitse Wirtschaftswunder, door politici te pas en te onpas worden gebruikt om maatregelen te rechtvaardigen die niets te maken hebben „met wat Erhard werkelijk heeft bedoeld”.

Het Rijnlandse model van de sociale markteconomie, waarvan Erhard de politieke vader is, wordt door veel Duitsers herontdekt. Het is gematigd marktliberalisme, dat ordening en regels aanbrengt in het mechanisme van de vrije markt. Van het neoliberalisme, dat door de kredietcrisis wereldwijd in een kwade reuk is komen te staan, wijkt de sociale markteconomie af door de begrenzing die zij het kapitalisme oplegt.

Barbier: „Erhard was geen voorstander van het neoliberalisme omdat hij wist dat onbegrensde economische vrijheid gemakkelijk kan omslaan in het tegendeel. Hij perkte het tomeloze karakter ervan in met regels.”

Wat is het probleem? Het is voor Duitsland toch juist goed dat het Rijnlandse model is herontdekt?

Barbier: „Ja, dat is heel goed. Alleen heeft wat nu in Duitsland gebeurt, nog maar weinig te maken met de sociale markteconomie zoals Ludwig Erhard die voorstond. Onder het mom van zijn economische theorieën dreigen nationalisaties en onteigeningswetten te worden doorgevoerd die eerder aan het tegenovergestelde doen denken.”

Het gesprek met de aimabele Barbier heeft plaats op de dag dat het kabinet van bondskanselier Angela Merkel het eens is geworden over wetgeving ter onteigening en nationalisatie van banken die door de kredietcrisis in problemen zijn geraakt. Dezelfde dag komt ook naar buiten dat het Duitse autoconcern Opel – een dochter van het Amerikaanse General Motors – wellicht een beroep op de staat moet doen om zijn voortbestaan veilig te stellen.

Barbier is kritisch hierover. „Onteigening is in Duitsland een uiterst beladen begrip. Onteigeningen hebben we in de Hitlerjaren gehad, en in de tijd van de DDR. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Bondsrepubliek dat dit draconische middel zal worden toegepast. Mijn vraag daarbij is: heeft de regering werkelijk alle andere middelen beproefd voor ze hiertoe zal overgaan?”

Vervolg Barbier: pagina 14

‘Merkel wilde ook al het klimaat redden’

Vervolg Barbier van pagina 13

Als belangrijke Duitse banken failliet dreigen te gaan – met misschien onbeheersbare gevolgen – moet toch de staat ingrijpen?

Barbier: „Ja. Maar onteigening gaat ver. Het is wel het allerlaatste middel waaraan ik zou denken. Overigens wil ik onderscheid aanbrengen tussen het redden van banken en andere bedrijven. Zo was de redding van de Hypo Real Estate-bank in Duitsland waarschijnlijk noodzakelijk om het gevaar van ineenstorting van ons financiële systeem te voorkomen. De staat heeft hier inderdaad een bijzondere verantwoordelijkheid. Hij moet voor beperkte duur als mede-eigenaar instappen. Maar hoort daarbij de onteigening van de huidige eigenaren – de aandeelhouders – ook al wordt dat nu gepresenteerd als ultima ratio, de allerlaatste oplossing? Ik heb m’n twijfel.”

Beschadigen zulke overheidsmaatregelen ‘Standort Deutschland’? Worden buitenlandse investeerders erdoor afgeschrikt?

„Zo ver hoeft het niet te komen, zolang de regering zich maar bewust is van haar beperkingen en luistert naar wat de politieke tegenstanders van nationalisatie te zeggen hebben. Duitsland is nog niet verloren. De remmende krachten zijn gelukkig sterk.”

Wat is er eigenlijk mis met steun aan Opel, een voor Duitsland belangrijk bedrijf?

„De overheid moet geen ondernemer willen zijn. In die val moet de staat niet trappen. Een bank redden om het systeem voor de ondergang te behoeden is één ding. Maar als een autofirma failliet dreigt te gaan, betekent dat niet automatisch het einde van andere autobedrijven. De regering zou in zo’n geval niets moeten doen, en ‘de razernij van het redden’ achterwege moeten laten. Want wat doe je als een ander productiebedrijf zich meldt? Dat moet dan ook steun krijgen. De houding zou moeten zijn: wij lijden met u mee, we hebben compassie, maar we kunnen u niet helpen.”

Zou Ludwig Erhard dat in een tijd met soortgelijke problemen hebben durven verkondigen?

„Erhard had zeven gouden regels waaraan hij zich altijd probeerde te houden. Ze zijn het waard om weer eens hardop te worden herhaald. De allereerste luidt: de staat is geen ondernemer, en geldt als hoeder van de markt. De tweede: de centen kunnen beter bij de burgers zitten dan bij de staat. De staat moet de burgers ook niet lastigvallen met buitensporige belastingheffingen. De derde: overheidssubsidies zijn een verslavend gif. In Erhards sociale markteconomie regelt de markt welke bedrijven en ideeën levensvatbaar zijn en welke niet. De vierde: vrijhandel is goed voor iedereen. Juist nu moeten we ervoor waken dat we ons niet afschermen met protectionistische maatregelen. De vijfde: faillissementen moeten mogelijk zijn. Het hoort nu eenmaal bij de dynamiek van onze economie dat zwakke bedrijven ten onder gaan. De staat moet zich daarbij terughoudend opstellen. De zesde: succes moet lonen; egalitarisme is uit den boze. En de zevende: de regering moet stemmingmakerij tijdens crises vermijden. Bankiers zijn de zondebokken van deze tijd. Maar bewindslieden moeten zich ervoor hoeden dat beeld tot vervelens toe uit te dragen.”

Wat Barbier tevens stoort, is de vanzelfsprekendheid waarmee Duitsland in korte tijd miljardenschulden heeft gemaakt voor conjunctuurmaatregelen waarmee de economie moet worden aangejaagd. „Erhard zou hebben gezegd: we wentelen zo min mogelijk af op toekomstige generaties. Wat nu dreigt is een mechanisme van bieden en overbieden, steeds met het oog op verkiezingscampagnes en ten laste van de toekomst.”

Wat kunnen de ministers Steinbrück (Financiën), Guttenberg (Economische Zaken) en bondskanselier Merkel dan anders doen? Bewindslieden worden toch geacht te handelen als het slecht gaat?

„Steinbrück zou meer principes kunnen tonen. Hij treedt nu zonder principes op, en noemt dat pragmatisch. Dat laatste moet hij als bewindsman zeker zijn, maar dit laat onverlet dat de uitgangspunten voor een gezonde markteconomie geldig zouden moeten blijven. Daar merk ik bij hem weinig van. Guttenberg is als minister van Economische Zaken net aangetreden en moet eerst maar eens aantonen dat hij in die functie een waardig erfgenaam van Erhard is.”

En bondskanselier Merkel”?

Barbier, met lichte ironie: „Het redden ligt in haar aard. Een paar jaar geleden wilde ze het klimaat redden en heeft zij hemel en aarde bewogen om haar collega’s in de wereld van dat standpunt te overtuigen. Je had haar eigenlijk willen influisteren dat anderen het eerder hebben geprobeerd. Nu wil ze het Duitse bedrijfsleven redden. Ze is een buitengewoon enthousiast redster en toont verbaal in ieder geval veel ijver. Maar ze overschat haar middelen. Als je vraagt: is het allemaal niet een beetje veel wat u wilt, zegt ze: Zo krijg je zaken van de grond – en daar heeft ze natuurlijk ook weer gelijk in.”