Maak NRC en Volkskrant los van elkaar

Bij de verkoop van PCM kan de NMa een einde maken aan de misstand van vijf landelijke dagbladen in één hand, betoogt Pepijn van Ginneken.

Een mogelijke overname van PCM, de uitgever van NRC Handelsblad (met inbegrip van nrc.next), de Volkskrant, Trouw en (deels) het Algemeen Dagblad door het Belgische mediabedrijf De Persgroep biedt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een kans om een historisch gegroeid mededingingsprobleem op te lossen. De NMa kan De Persgroep verplichten om NRC Handelsblad of de Volkskrant buiten de nieuwe combinatie te houden.

Met een mogelijke overname van PCM door De Persgroep komen vijf landelijke dagbladen in de hand van één eigenaar. De Persgroep, dat in Nederland nu alleen eigenaar is van Het Parool, zou ook zeggenschap krijgen over de vier PCM-kranten. Van de grote landelijke dagbladen zouden alleen De Telegraaf en Het Financieele Dagblad buiten deze concentratie blijven.

De Nederlandse dagbladsector is hierdoor weer terug bij af, namelijk bij de situatie zoals die ontstond in 1995. In dat jaar nam de Perscombinatie de Dagbladunie over, waardoor vijf landelijke dagbladen onderdeel werden van hetzelfde concern. Deze concentratie is destijds niet beoordeeld door de Nederlandse Mededingingsautoriteit, omdat deze toezichthouder op de mededinging pas vanaf 1 januari 1998 actief is. De toenmalige overname viel ook buiten het toezicht van de Europese Commissie, omdat de relevante omzetdrempels niet werden gehaald. Een verzoek van Nederland aan de Europese Commissie om de concentratie toch te onderzoeken, bleef achterwege.

Het samenvoegen van vijf landelijke dagbladen heeft geleid tot een structureel gebrek aan concurrentie. Zo mocht, ter voorkoming van concurrentie met de Volkskrant, Het Parool geen ochtendkrant worden. Toen NRC Handelsblad de ochtendkrant nrc.next wilde uitbrengen, gaf PCM pas groen licht na een afweging van de gevolgen voor diezelfde Volkskrant. Juist de Volkskrant en NRC Handelsblad, en in mindere mate ook Het Parool, zouden met elkaar moeten concurreren. Ze richten zich immers op ongeveer dezelfde lezersgroep en adverteerders. De overname van Het Parool door De Persgroep in 2004, was voor de mededinging een verbetering.

Als De Persgroep PCM wil overnemen, wordt de oude situatie van vijf kranten in één hand weer hersteld. Ditmaal zal de NMa echter wel een rol spelen. Zij zal moeten beoordelen of als gevolg van deze concentratie de mededinging op de Nederlandse dagbladenmarkt op significante wijze wordt belemmerd. De NMa heeft sinds haar ontstaan in 1998 al een aantal malen de dagbladenmarkt beoordeeld.

De NMa vond bij deze beoordeling de gevolgen op twee verschillende markten van belang: de lezersmarkt en de advertentiemarkt. Hierbij zijn volgens de NMa de landelijke betaalde dagbladen te onderscheiden van andere media zoals gratis kranten (Het Parool werd hierbij tot nu toe als landelijk dagblad aangemerkt).

Op deze twee relevante markten zouden de samenvoegde vijf kranten een zeer hoog marktaandeel krijgen. Dat is volgens de NMa al een aanwijzing voor een belemmering van de mededinging. De NMa zou de overname daarom kunnen verbieden, als partijen geen oplossing bieden voor dit probleem.

In het verleden heeft de NMa bij overnames op de dagbladenmarkt de scheiding in de commerciële en redactionele bedrijfsvoering van de betreffende dagbladen als oplossing geaccepteerd. Concurrerende dagbladen mochten onder die voorwaarde in handen blijven van één concern. Deze oplossing werd echter gebruikt bij relatief lichte mededingingsproblemen. Bovendien heeft de NMa zelf inmiddels geconstateerd dat deze oplossing tot nieuwe problemen leidt, zoals een inefficiënte bedrijfsvoering. Deze constructie is daarom mogelijk niet passend bij een overname van PCM.

Een structurele oplossing zou zijn om één van de dagbladen onmiddellijk door te verkopen aan een andere partij dan De Persgroep. Deze losgemaakte krant zou vervolgens de aanval kunnen openen op haar voormalige zusters. De NMa kan in dat geval eisen dat de partij die de losse krant koopt ook op langere termijn in staat is om effectief de concurrentie aan te gaan met de bladen van De Persgroep.

De hamvraag is in dat geval: welk dagblad moet worden losgekoppeld? Hierbij is van belang dat de NMa bij tijdschriften al eens heeft erkend dat concurrentie met name plaats vindt tussen de meest ‘nabije’ concurrenten. Toegepast op de concentratie Persgroep-PCM, lijken NRC en de Volkskrant elkaars meest nabije concurrenten te zijn. Ze richten zich, zoals gezegd, op ongeveer dezelfde lezersgroep en adverteerders. Het ligt dus het meest voor de hand om NRC Handelsblad dan wel de Volkskrant buiten de nieuwe combinatie te houden. NRC Handelsblad heeft hier inmiddels zelf om gevraagd, hierbij onmiddellijk gevolgd door de Volkskrant.

Topman Christian van Thillo van De Persgroep heeft reeds gezegd dat hij ‘op termijn’ de Volkskrant of NRC Handelsblad wil doorverkopen. Maar deze intentie is mogelijk niet voldoende voor de NMa. Zij kan eisen dat NRC Handelsblad of de Volkskrant onmiddellijk wordt doorverkocht als voorwaarde voor haar toestemming. Op die manier kan de mededingingswaakhond de historische weeffout uit 1995 rechtbreien en een concurrerende dagbladpers stimuleren.

Pepijn van Ginneken is advocaat gespecialiseerd in mededingingsrecht en werkt bij Brinkhof in Amsterdam.

Verkoop PCM: pagina 13