Liefde op het eerste gezicht

Brandweermannen kwamen langs. In bluspak. Huis aan huis. Ze deelden rookmelders uit. Gratis. Mijn huis vraagt volgens de brandweer om drie rookmelders. Hoe meer rookmelders er onder de mensen zijn, des te minder moeten we uitrukken, denkt de brandweer. Want die dingen gaan gillen bij het minst of geringste rookpluimpje.

Maar niet bij elke walmende kaars. Wanneer dan precies wel? Dat is zojuist getest met een kooktoestelletje. En niet met opzet. Ik testte het toestelletje, niet de rookmelder. Maar die in mijn keuken ging na een kwartier oorverdovend gillen. Het is een Bushcooker, om te koken in de bush. Te koop in de online avonturenwinkel www.qvist.nl. Hij kost 70 euro. Je ziet het er niet aan af, maar er zit nogal wat handwerk in verborgen. Buskoker is geen goede vertaling, maar wel een goede Nederlandse naam. Het is een busje waarin houtjes branden, of strootjes of dorre droge bladeren. Hij vervangt een hele veldkeuken en je hoeft niet meer met flesjes gas te sjouwen; de brandstof ligt overal voor je klaar.

Hij ziet er uit als een conservenblik, uitgevoerd in dun roestvrij staal. Het is een dubbelwandig fornuisje. Binnenin brandt wat hout. De lucht tussen binnen- en buitenwand wordt heet en stijgt op. Zowel het vuur als de hete lucht verwarmt water of voedsel in een pannetje dat op de brander staat.

Je krijgt op slag een warme sympathie voor het kleine ding. Een flinke fik stoken kan iedereen en er op koken ook. Maar dit brandertje is er op gemaakt dat je met zo weinig mogelijk brandstof zo veel mogelijk resultaat bereikt. Het is verstandig om er dicht bij huis vertrouwd mee te raken zodat je later geen ruzie krijgt voor de tent. Zo van: „acht minuten”, had je gezegd, „maar ik zit al een half uur te wachten op koffie.”

Dat hij in eerste instantie een beetje tegenvalt komt alleen maar door de te hoge verwachtingen die worden gewekt in de gebruiksaanwijzing. En het komt door dezelfde gebruiksaanwijzing – die niet in de verpakking van het brandertje wordt bijgesloten maar die men geacht wordt op internet te vinden – dat ik dacht er in de keuken mee te kunnen experimenteren.

Twee handjes vol droge twijgjes zijn voldoende om in ongeveer acht minuten een liter water aan de kook te brengen, staat er in de gebruiksaanwijzing. Maar mijn halve liter kookte pas na 20 minuten. Ook goed, want waarom moet het sneller als je voor de lol primitief zit te doen op je hurken?

Opwindend is de belofte dat het kokertje werkt als een gasgenerator zoals auto’s in de Tweede Wereldoorlog er soms één hadden. Ze reden op gas uit hout. Als hout verhit wordt zonder dat het brandt, komt er brandbaar gas uit. De gebruiksaanwijzing maakt me wijs dat de hete lucht die ontstaat in het potje samen met het gas uit het hout en de vlammen van het vuurtje een blauwe gasvlam produceren. Het kan in principe. Bij Almelo staat een houtskoolbranderij waar dat goed te zien is. Hout wordt verhit, brandt niet, maar er komt gas uit dat schoon op brandt waarbij weer hout wordt verhit waar gas uit komt dat schoon op brandt, enzovoort. Het hout levert zelf de brandstof om tot houtskool te verkolen.

Als dit kooktoestel ongeveer zo werkt, kun je er ook binnen mee koken, want er is immers gas, dat schoon opbrandt. Maar de rookmelder zei me dat het verhaal te mooi is om waar te zijn. Evengoed is deze buskoker voor zwervers met een doos lucifers op zak warm aan te bevelen. Voor buiten.

Wouter Klootwijk