Lamlendigheid als voedingsbodem voor geweld

Snelle verstedelijking en veel jonge mannen, dat leidt tot meer misdaad. De politiechef van Flevoland vreest de toekomst. Maar Almere doet het niet slecht, vindt de burgemeester.

Bert Wijbenga, korpschef van de politie Flevoland, pakt pen en papier en tekent een lijndiagram. De verticale as staat voor de criminaliteit in de provincie, de horizontale as voor de jaartallen. Hij trekt een stijgende lijn en zet een dikke stip bij het jaar 2009.

Wijbenga: „Ik wil niet dat deze lijn verder klimt, hij moet op hetzelfde niveau blijven.”

In het jonge, uit de grond gestampte Flevoland is criminaliteit een probleem. Tegen de landelijke trend in nam de misdaad er de afgelopen jaren toe. Lichtpuntje is 2008: voor het eerst in vijf jaar nam de misdaad af. Daarmee is de provincie de laatste in het land met dalende cijfers. Vorig jaar werden in Flevoland 28.264 misdrijven gepleegd: 2,4 procent minder dan in 2007.

De zorgen zijn er niet minder om. Het aantal geweldsincidenten nam vorig jaar met 4,1 procent toe tot 3.287. En dan waren er 97 roofovervallen, tegen 61 een jaar eerder, op winkels en supermarkten.

„Daarmee sta je in het rijtje van Tilburg en Amsterdam”, zegt de korpschef. „Daar word ik niet blij van.”

Als aanjagers van de criminaliteit ziet hij de snelle verstedelijking en de oververtegenwoordiging van jonge mannen in Flevoland.

„Dat klinkt heel aannemelijk”, zegt criminoloog Jan van Dijk van de Universiteit van Tilburg die honderd landen met elkaar vergeleek op het gebied van misdaad. In nieuwe steden, zoals Almere en Lelystad, wonen veel mensen die elkaar niet kennen, vertelt Van Dijk. „De anonimiteit is groter. Er zijn weinig hechte banden en de sociale controle is minder. Dat is een voedingsbodem voor criminaliteit.”

In zijn boek Lelystad (2008) beschrijft schrijver/journalist Joris van Casteren zijn lamlendige jeugd in deze stad. Van Casteren ziet een verband tussen het fantasieloze ontwerp – van zowel Lelystad als Almere – en de criminaliteit. Zijn bewondering voor de eerste bedachte stad van Nederland sloeg om in vernielzucht.

„Het is totale kunstmatigheid”, aldus Van Casteren. „Er spreekt geen enkele inspiratie en symboliek uit. Het is puur functioneel. In mijn jeugd kwam ik daar tegen in verzet. We gingen graffiti spuiten en slopen. Iedereen deed dat. Nu speelt dat nog. Ik krijg veel reacties van mensen die zich in mijn verhaal herkennen.”

De sociale voorzieningen groeien niet mee met de bevolking, zegt Leen Verbeek, commissaris van de koningin in Flevoland. Met name in Almere. „Niets is vanzelfsprekend, alles moet worden opgebouwd”, zegt Verbeek. „We zijn druk bezig de voorzieningen op peil te brengen op het gebied van zorg, uitgaan, recreatie, natuur en onderwijs.”

Korpschef Wijbenga wil dat in alle gemeentelijke geledingen – van jeugdzorg tot de politie – de „lat hoger” komt te liggen. „Er gebeuren al veel goede dingen. Maar het is niet genoeg. De cijfers waarschuwen mij dat als we niet méér doen, het de verkeerde kant op gaat.”

De politie Flevoland, die nu 1.247 mensen in dienst heeft, krijgt er de komende jaren honderden agenten bij. De bevolking groeit de komende jaren namelijk het hardst van Nederland, zo blijkt uit cijfers van de provincie zelf. Flevoland telt nu zo’n 380.000 inwoners, in 2020 zijn dat er naar verwachting 100.000 meer. De bevolking van Almere (186.000 inwoners) zal over twintig jaar bijna verdubbeld zijn.

Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere laat momenteel onderzoek doen naar de gevolgen van de explosieve bevolkingsgroei voor de veiligheid. Sinds Jorritsma’s aanstelling in 2003 heeft zij er vijf beleidsambtenaren veiligheid bij gekregen.

Almere doet het niet slecht, vindt ze. „We staan er beter voor dan steden van vergelijkbare grootte, zoals Eindhoven en Groningen. We hebben wel een paar probleembuurten, maar dat is niet van de omvang van de Vogelaarwijken.”

Behalve veiligheid moet Almere de komende jaren het onderwijs in de gaten houden, zegt Leon Deben, stadssocioloog en hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. „Kinderen komen er in golven. Scholen moeten daar flexibel op kunnen inspelen.”

Wel is Almere geleidelijk een ‘echte’ stad aan het worden, volgens Deben, die eerder onderzoek deed naar de sociale cohesie in de stad. „Inwoners beginnen ook echt te houden van Almere. Ze hoeven zich niet meer te verdedigen dat ze er wonen.”