Kunst beoordelen

In zijn artikel ‘Elk kwaliteitsoordeel is aanvechtbaar’ (CS, 13 febr.) stelt Raymond van den Boogaard onterecht dat ik een pleidooi zou houden voor ‘objectieve prestatie criteria’ in de kunstbeoordeling. Hij reageert daarmee op mijn artikel ‘Kunstadvisering is een vorm van onbehoorlijk bestuur’ dat niet geplaatst is (Men vond het te ongenuanceerd), maar wel over de burelen van het CS zwerft. Ik pleit in dat artikel tegen de willekeur van toevallige commissies, die kunstwerken niet eens gezien hebben en papieren concepten beoordelen. Ik pleit voor een genuanceerder stelsel van meer ‘geobjectiveerde maatstaven’, waarin aanvaarding in het kunstenveld als geheel bepalend is. In mijn voorstel bewijst een artistiek programma zich in de mate waarin het ‘objectieve’ steun weet te verwerven bij rapporteurs, theaterdirecteuren, financieringspartners, recensenten en publiek die het wel gezien hebben. Wanneer men die steun middels een puntenstelsel zichtbaar maakt dan komt niet alleen de kunst maar ook haar beoordeling op een kwalitatief hoger niveau. We blijven dan niet hangen in het cliché dat ‘elk kwaliteitsoordeel aanvechtbaar is’ en dat we dus overgeleverd zijn aan de grillen van een commissie, die in mijn geval bij overmaat van ramp ook nog toegeeft niets gezien te hebben.

Theatermaker