Klaproos

Rintje loopt met oma door het weiland.

Ze zien overal bloemen: madeliefjes, brandnetels, paardebloemen.

„Kijk”, zegt oma, „dit is een boterbloem weet je nog waarom die boterbloem heet?”

„Ja”, zegt Rintje, „hij heet zo omdat het net lijkt alsof er boter op de blaadjes is gesmeerd.”

„Heel goed”, zegt oma. „Wat is het een heerlijke dag zeg!!” Oma heeft gelijk, het zonnetje verwarmd hun snuit.

„Wat is dit voor een bloem?”, vraagt Rintje aan oma. „Dat is een klaproos”, zegt oma.

„Ik heb gehoord dat als je voorbij loopt, de bloem dan klapt. Zullen we het proberen?”

„Ja,leuk”, zegt Rintje. „Ze lopen er voorbij en dan hoort Rintje: KLAP!! Hij schrikt en kijkt achterom.

Dan kijkt Rintje naar oma. Waarom lacht ze? denkt Rintje. Oma veegt de lachtranen van haar gezicht.

„Ik heb geklapt!!”, zegt ze nog nalachend. Dan moet Rintje ook lachen.

EINDE