Je zult maar een Ierse schrijver zijn na James Joyce

Patrick McCabe: The Holy City. Bloomsbury 224 blz. € 18,99

In The Holy City, de nieuwe roman van Patrick McCabe, vertelt de bejaarde Chris J. McCool zijn levensverhaal. Dat verhaal draait vooral om de jaren zestig, toen McCool de hipste jongen van de Ierse provinciestad Cullymore was en samen met zijn beste vriend, de Nigeriaan Marcus Otoyo, streed om de gunsten van zangeres Dolly. Gezien de zelfingenomen toon van McCool lijkt hij zelf niet te beseffen dat zijn leven niet al te voorspoedig is verlopen. Die swingende jaren liepen uit op een deceptie.

McCool is de onbetrouwbare verteller die doet denken aan McCabe’s andere roman, het meesterlijke The Butcher Boy. Ook dan leeft de verteller in zijn eigen wereld, zonder zicht op de ware aard van zijn daden. Het verschil met The Butcher Boy is dat de hoofdpersoon uit de The Holy City geen interesse voor zijn belevenissen weet op te roepen. Zijn zelfingenomen toon maakt hem meelijkwekkend, zonder dat je met hem te doen krijgt. Je mag de lezer best een kwal van een hoofdpersoon voorschotelen, maar dan wel een kwal met boeiende eigenschappen.

Waarschijnlijk is de naïeve McCool bedoeld als personificatie van en afrekening met de jaren zestig, maar dat is niet alles. Want vanwaar al die verwijzingen naar James Joyce? De jonge McCool doet wil in alles op zijn liefdesrivaal Otoyo te lijken, en als hij ziet dat Otoyo A Portrait of the Artist as a Young Man van James Joyce leest, wil hij het ook te pakken krijgen. Het wordt een soort handboek voor hem, waaruit hij te pas en te onpas citeert. Ook de titel verwijst naar Joyce: The Holy City is een gezang uit de Circe-episode van Ulysses. Zangeres Dolly doet denken aan Molly uit Ulysses, ook een zangeres die door twee heren wordt begeerd.

Blijkbaar hangt de schaduw van Joyce nog steeds als een slagschaduw over de Ierse literatuur en moeten er steeds manieren worden gevonden om daarmee om te gaan. Anderzijds maken de verwijzingen naar Joyce nergens een onontkoombare indruk. Dat McCools rivaal Otoyo steeds met A Portrait of the Artist as a Young Man rondloopt, blijkt achteraf een prozaïsche reden te hebben: Otoyo leest het omdat het op de verplichte leeslijst van school staat. En dat McCool met het boek dweept, komt alleen maar omdat hij net zo wil zijn als Otoyo. Wil McCabe aangeven dat Joyce in Ierland niet meer dan een verplicht nummer en een cliché is geworden, en speelt hij met het idee dat elke Ierse schrijver zijn positie ten opzichte van deze grote voorganger moet bepalen? Bij een onnozele verteller als Chris J. McCool, ga je vanzelf op zoek naar verzachtende omstandigheden.