Iraakse graftombe en zijn vinder gaan in vlammen op

Barry Unsworth: Land of Marvels. Hutchinson, 287 blz. €17,95

Als zijn trouwe lezers minder verknocht waren aan de vijftien eerdere romans van Barry Unsworth, hadden zij misschien nog iets kunnen doen tegen de titel van zijn zestiende. Want Land of Marvels past beter bij een toeristenbrochure dan bij Unsworths historische fictie die zich afspeelt in Irak, toen nog Mesopotamië, vlak voor WO I. Wie wonderen in dit boek zoekt vindt er maar een: de graftombe van het laatste koningspaar van Assyrië, uit de 7de eeuw vóór Christus. Die tombe wordt door de Britse archeoloog John Somerville blootgelegd nadat hij hem knap ontdekt heeft door niets anders dan een verkleuring van het terrein. Het zag er een tijd lang naar uit dat hij zonder vondsten op zijn naam naar Engeland moest terugkeren. Nu lijkt het ineens of hij binnenkort geëerd zal worden als een grote man op zijn vakgebied.

Unsworth heeft zijn verhaal verrijkt met veel bijfiguren. Sommigen zijn betrokken bij het onderzoek, anderen vervuld van zakelijke oogmerken, zoals het opsporen van oliebronnen voordat anderen toeslaan. Van de eerste groep leren wij Somerville’s aantrekkelijke nadenkende vrouw goed kennen, en zijn assistent Palmer en diens vriendin Patricia. De oliespeurders laten een variëteit van nationaliteiten zien: twee Britten, een ondernemende Amerikaan, een Duitser, een Zwitser: commerciële haviken die de energievoorziening van de toekomst op het oog hebben.

En behalve de buitenlanders die de drukte teweegbrengen, is er de jonge Arabier Jehar die zich telkens aanmeldt om klussen uit te voeren waarmee hij de honderd pond in goud hoopt te verdienen die de oom van zijn vriendinnetje verlangt als huwelijksschat. Somerville laat zich weinig gelegen liggen aan de drukte. Hij is een vakgeleerde, onverschillig voor olie; hij wordt in beslag genomen door zijn onderzoek, en vervolgens door de voorbereidingen van het vervoer van de twee koninklijke geraamtes naar Londen. Tenslotte komt er geen transport: de hele tombe en de grot worden vernietigd door een machtige olie-explosie waar Somerville in omkomt; hij had de laatste dagen als bewaker van de graven doorgebracht.

‘Wat een verschrikkelijk drama!’, zullen ware Unsworthianen zeggen, misschien zonder te bedenken dat het aangrijpender zou zijn als hij de grote knal overleefd had, omdat hij weg was om in zijn administratie te kijken bijvoorbeeld. En hoe zou het geweest zijn als hij zijn vrouw, de nadenkende Edith, gevraagd had om even zijn plaats in te nemen?

Blijven jullie maar van mijn drama af, zou Unsworth antwoorden. Heb het liever over een paar hoogtepunten van mijn boek, zoals de nachtelijke uitstap van de Amerikaan Elliott met Edith Somerville; of over de manier waarop ik al die oliemannen tegen elkaar laat afsteken. Daar heeft hij gelijk in. Wij moeten niet de indruk overhouden dat dit een romanschrijver is die er niet veel meer van terechtbrengt. Maar als iemand zou vragen is dit nu een van de beste Unsworths, dan is het antwoord geen ‘ja’.