In Brussel is werk zat

De komende tien jaar gaat de helft van de Engelse tolken in Brussel met pensioen.

Door taalverschraling zijn opvolgers lastig te vinden.

John Evans is 34. Naast zijn moedertaal, Engels, spreekt hij Frans, Spaans, Portugees en Pools. Binnenkort gaat hij nog een Slavische taal leren. „Leuk”, vindt hij.

Evans behoort tot een uitstervend soort: Britten die talen leren en dat nog leuk vinden ook. Sinds een paar jaar werkt hij als vertaler voor de Europese Commissie in Luxemburg – óók een uitstervend soort. Daarom lanceerde de Commissie gisteren via YouTube een campagne om jonge Britten en Ieren aan te sporen om meer talen te leren.

„Je komt hier alleen binnen als je drie talen beheerst, inclusief moedertaal”, zegt Evans. „Tijdens je werk leer je steeds meer talen. We moeten wel, nu er zoveel nieuwe talen bij zijn gekomen in de Europese Unie. Britse collega’s van mij die met pensioen gaan, spreken zeven, acht talen.”

Dit is precies wat binnenkort gebeurt: veel Britse en Ierse vertalers en tolken bij Europese instellingen gaan met pensioen. De meeste van hen kwamen naar Brussel of Luxemburg na de Britse en Ierse toetreding tot de EU, in 1973. Maar voor diegenen die afzwaaien, komen er te weinig in de plaats.

Vorig jaar wilde de Commissie zeventig vertalers aannemen; dat werden er maar 24. „Als zich niet meer Engelse vertalers en tolken melden”, zegt Commissie-woordvoerder Pietro Petrucci, „krijgen we een groot probleem. Dat iedereen zijn eigen taal mag spreken, ligt verankerd in de Europese wet”.

De paradox is dat Engels wereldwijd, althans in dit soort geglobaliseerde kringen, lingua franca wordt – maar de Britten worden daardoor provincialer. „Iedereen spreekt tegenwoordig Engels, hoe beroerd ook”, zegt Rosemary Morfey, een Britse vertaalster in Brussel, die behalve Duits en Frans ook Zweeds, Deens en Hongaars spreekt. „Daardoor denken Britten en Ieren: ik red me in het buitenland, ik hoef geen andere taal te leren. Zonde.” Die gedachte heeft zelfs institutioneel postgevat: Britse scholieren mogen een vreemde taal op school steeds eerder laten vallen. Leerlingen die in twee talen eindexamen doen, zijn schaars.

Maar de Brusselse behoefte aan tolken is juist gegroeid; de EU is uitgebreid. Voor de onderhandelingen over het Verdrag van Rome, waarmee in 1958 de totstandkoming van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (de voorloper van de EU) werd beklonken, waren zes tolken nodig. In 1995 telde de EU vijftien lidstaten en elf talen. Nu zijn er 27 lidstaten en 23 talen. Veel nieuwelingen grijpen naar een Engelse vertaling als hun moedertaal niet beschikbaar is. Uit een enquête bleek dat van alle mensen die tijdens een vergadering in Brussel naar een Engelse cabine luisterden, maar 12 procent het Engels als moedertaal had.

„Als er geen Tsjechische vertaling is voor een conferentie”, zegt een Commissie-functionaris, „is er geen man overboord. Als de Engelse vertaling ontbreekt, wordt de conferentie afgelast”. Dat is nog niet gebeurd. Maar de helft van de huidige Engelse tolken gaat de komende tien jaar met pensioen. Freelancers inschakelen voor ministersvergaderingen of persconferenties, wat al vaak gebeurt, helpt niet: ook onder freelancers is te weinig vers bloed. Om voor het Europees Parlement, of het Hof te werken, moeten zij door een selectie. Zo moeten ze bijvoorbeeld jargon begrijpen. Wie ‘staatssteun’ naar het Engels vertaalt met government support, heeft grammaticaal gelijk. Maar ingewijden raken daarvan in de war – de correcte vertaling is state aid.

Voor andere talen dreigen ook tekorten, zij het minder acuut. Zo droogt het reservoir aan Nederlandse tolken bij de Commissie de komende tien jaar uit met 47 procent. Onder Nederlanders heerst ook taalverschraling: scholieren perfectioneren hun Engels, maar Frans of Duits schieten er vaker bij in. „Goed Engels spreken is een voordeel”, zegt Petrucci. „Maar zo wordt het tevens een handicap.”

Ook de Verenigde Naties hebben moeite Engelstalige tolken en vertalers te vinden. De VN hebben vijf officiële talen, en produceren behalve Veiligheidsraadresoluties geen bindende wetgeving. Toch liggen de banen er voor het oprapen, weet vertaler Evans, die vroeger bij de VN in Zwitserland werkte. De Brusselse tolk Rachel Hayes hoort hetzelfde van studiegenoten bij de VN. De VN in New York werven actief in Europa en concurreren met EU-instellingen. Hayes spreekt Frans, Spaans en Italiaans. Ze studeert twee halve dagen per week Pools. Ze denkt dat ze morgen ander werk zou vinden, als ze zou willen.

Maar dat wil ze niet. De ene dag landbouwonderhandelingen tolken en de volgende een vergadering van financiële experts, vindt zij „leerzaam en spannend”. De beloning is minder goed dan vroeger, maar meer dan multinationals in Londen betalen. De Commissie bekostigt haar Poolse les. En ja, ze tolkt ook over recessie en werkloosheid. „I guess I’m very lucky.”

Bekijk het wervingsfilmpje via nrcnext.nl/links