Het Nederland van Wouter Bos

Toen Rita Verdonk vorige jaar haar beweging Trots op Nederland lanceerde, opperde ik in nrc.next dat het misschien goed was als haar politieke tegenstanders zich niet alleen tot hoongelach zouden beperken. Rita met haar sinterklaasfeest en haar slavernijmonumenten gaf weliswaar uiting aan het soort gepikeerd nationalisme waarnaast geen enkele wereldburger dood gevonden wenste te worden, maar dat wilde niet zeggen dat je het verschijnsel Rita niet serieus moest nemen.

Populisme is het verkeerde antwoord op een goede vraag; en de vraag die Verdonk stelde was wat Nederland in tijden van globalisering en immigratie nog tot Nederland maakte. Die vraag is legitiem en hem alleen al stellen leverde Verdonk even een idioot aantal zetels in de peilingen op. Iedereen wil zich tot op zekere hoogte verbonden weten met zijn naaste omgeving, noem het de behoefte aan een gemeenschap, en wanneer de oude banden verslappen of wegvallen, breekt al gauw de paniek uit. Die paniek uit zich in een obsessie met identiteit.
Over dat laatste begrip wordt in weldenkende kringen huiverig gedaan. Laat het woord vallen op een bijeenkomst waar men zorgen maakt over de staat van Nederland en het wordt onmiddellijk luchtig weggewuifd - vroeger bestond Nederland ook niet uit één stuk, die zogenaamde saamhorigheid van toen wordt sterk overdreven, we bestaan allemaal uit meerdere identiteiten, de huidige samenleving is nu eenmaal pluriform, enzovoort. Dat is allemaal waar, maar het doet er niet toe: waar het om gaat is dat er behoefte bestaat aan een idee van Nederland, een idee van eigenheid die het mogelijk maakt overeind te blijven in een wereld van anderen. Waar is het idee van Nederland van Mark Rutte, vroeg ik me af, waar is het Nederland van Wouter Bos?
Tja. Afgelopen week gaf Bos een interview aan de gratis krant De Pers. Hij was duidelijk teleurgesteld door de reacties op de resolutie over integratie die hij met enkele partijgenoten had opgesteld en op last van de achterban grondig was herschreven. Vooral de term „beschaafd nationalisme” was verkeerd gevallen. Bos: „Ik heb óók problemen met het klassieke nationalistische begrip waarbij sommigen erbij horen en anderen niet. Ik wil toe naar een Nederlanderschap waar mensen met verschillende achtergronden zich thuis voelen. Een patriottisme dat mensen insluit. We gaan het toch niet meemaken dat je als linkse Nederlander niet trots mag zijn op je land omdat mevrouw Verdonk haar partij zo heeft genoemd? Ik ben hartstikke trots op Nederland.”
Ik ken de PvdA niet, maar je zou denken dat de achterban nu opgelucht ademhaalt - hier is een man die zegt een idee van Nederland voor te staan waarmee iedereen zich moet kunnen identificeren. Waarom stuitte de eerste versie dan toch op zoveel weerstand? Was het die klassiek linkse afkeer van nationalisme als een vies woord met donkerbruine randjes? Kamerlid Paul Kalma raakte een paar weken geleden op deze pagina nog aan dat sentiment door weemoedig  op te merken beweren dat Nederland zich van oudsher juist onderscheidde door een gezonde afwezigheid van nationalistische sentimenten. Misschien. Maar je kunt net zo goed zeggen dat het de politieke blindheid voor de behoefte aan identiteit is geweest die de revolte van Fortuyn mogelijk heeft gemaakt - die ging echt niet over het kwartje van Kok.
Het probleem met die ontwerpresolutie was niet het pleidooi voor een beschaafd nationalisme. Het probleem met die resolutie is het probleem van de PvdA: men wil vertrouwen in de samenleving herstellen, maar uit de taal die gesproken wordt, spreekt vooral wantrouwen. Die gespletenheid uit zich in een obsessie met randverschijnselen, met de boerka en handenschuddende ambtenaren. Telkens wordt verkondigd dat het hier om principes gaat, integratie betekent immers meedoen, maar door die hysterische nadruk op wat marginaal is, verraadt men zich: het gaat niet om principes, het gaat om afkeer en angst. De drogreden luidt dat zulke problemen „veel te belangrijk zijn om aan Geert Wilders over te laten”, maar in wezen is men het gewoon met Wilders eens.  Dat mag, maar geef het dan gewoon toe. De aanwezigheid van de islam in Nederland roept ook buiten het electoraat van Wilders een heftige afkeer op. De PVV-stemmers komen daar rond voor uit, maar veel anderen verschuilen zich achter een nieuwe politieke correctheid: de zogenaamde moed „om problemen te benoemen”. Er is de afgelopen acht jaar niets anders gedaan dan problemen met moslims benoemen, zo nu en dan werden er zelfs problemen benoemd die helemaal geen probleem bleken te zijn, maar binnen de top van de PvdA doet men voorkomen of men een heus taboe doorbreekt.
Steeds weer wordt gezegd dat er binnen de PvdA verschillende stromingen zijn wanneer het over integratie gaat - dat zal wel, maar ik zie vooral een pijnlijke gespletenheid. Van Wouter Bos als politiek leider kun je zeggen dat hij steeds opnieuw achter de heersende mode aanloopt - net te laat. Hij omarmde het hippe en ontspannen populisme van Tony Blair toen het zijn langste tijd gehad had. Tegenwoordig heeft hij zich bekeerd tot de taal van het wantrouwen die het integratiedebat de afgelopen jaren kenmerkte, net nu in dat debat zo ongeveer iedereen het bijltje erbij neer heeft gegooid; het sleept zich alleen nog moeizaam voort op de opiniepagina van de Volkskrant en in de altijd gezellige Jordaan van Eddy Terstall.
Dat komt ervan als je zelf geen ideeën hebt.
Die gespletenheid van de PvdA uit zich ook in haar gesol met het begrip populisme. Vorige jaar riep Bos nog op tot meer populisme, in het gesprek met De Pers toont hij zich gepikeerd dat hij een populist wordt genoemd. Mij lijkt het eenvoudig: soms is populisme een politiek die de taal van het volk spreekt, meestal is populisme een politiek die het volk naar de mond praat. Bij de PvdA worden die twee steeds weer door elkaar gehaald.
Een taal die vertrouwen herstelt - daar is pas moed voor nodig. Misschien dat onder de achterban van de PvdA, zoals in tal van commentaren klakkeloos wordt aangenomen, het linkse cultuurrelativisme nog hoogtij viert, misschien zijn er in die partij nog tal van leden die iedere kritiek op sociale problemen onder Nieuwe Nederlanders (zoals allochtonen nu ineens heten) klakkeloos afdoen als uitsluiting en racisme. Misschien, maar mij lijkt het een handige mythe. De amendementen op de resolutie leken mij volkomen terecht. Het gaat niet om de „toon” - nog zo’n mythe - het gaat om een mentaliteit. De huidige mentaliteit binnen de PvdA zwalkt tussen die van Obama en die van Geert Wilders. Er zal nu echt gekozen moeten worden.