Geen fabeltje

Er bestaat een bekend fabeltje over een vos en druiven. Als ik het me goed herinner, komt het plotje erop neer dat een vos door het bos loopt, of anderszins door de natuur, zoals vossen doen, en een prachtige tros druiven ziet hangen. „O wat een heerlijke druiven zijn dat! Die wil ik heel graag opeten.” Daarna komt er een vogel die de druiven voor zijn ogen wegsnaait. Dan zegt de vos: „O wat een smerige druiven waren dat! Die had ik voor geen goud willen opeten.”

De welvaart van individuele landen wordt sinds 1932 gemeten in termen van het bruto nationaal product (bnp), een uitvinding van de Amerikaanse econoom Simon Kuznets die bestaat uit een optelsom van alle financiële transacties in een land. Op dit moment loopt de welvaart in vrijwel alle landen terug. Dat komt door de crisis. Het bnp vertoont een ‘negatieve groei’, zoals dat eufemistisch wordt uitgedrukt. En de reactie is dat er steeds meer stemmen opgaan die beweren dat het bnp geen goede graadmeter is voor welvaart.

Daar is iets voor te zeggen. Al in 1968 zei Bob Kennedy dat de ambulances die de lijken opruimen na een kettingbotsing op de snelweg bijdragen aan de groei van het bnp, maar de gezondheid van onze kinderen niet. De vernietiging van het regenwoud draagt bij aan het bnp, maar de intelligentie van het publieke debat niet. Onlangs heeft de schrijver Jonathan Rowe voor het Amerikaanse Congres een beeld geschetst van de ‘held van het bnp’: een terminale kankerpatiënt die is verwikkeld in een kostbare scheidingsprocedure. De medische en juridische kosten die hij maakt, dragen meer bij aan de economie dan een gelukkige vrijgezel in volmaakte gezondheid ooit vermag.

Misschien is dat een van de vele voordelen en een van de vele grote kansen die de huidige financiële crisis ons biedt: het inzicht dat almaar toenemende geldstromen niets bijdragen aan ons welzijn en ons geluk en het besef dat economische krimp gemeten naar het bnp misschien wel minder rampzalig is dan wij altijd hadden gedacht. De druiven zijn inderdaad altijd veel zuurder geweest dan wij geloofden. Dat was geen fabeltje.

Ilja Leonard Pfeijffer