Falen was in Irak eigenlijk ok

Dit is de eerste aflevering van een nieuwe dagelijkse serie van Arnon Grunberg over Irak.

Op een dinsdagochtend in november bezocht ik de Iraakse ambassade in Den Haag. Er was wat veranderd in Irak. Het ergste scheen achter de rug te zijn. Er waren miljarden dollars verspild, om niet te zeggen verdwenen, om over de mensenlevens te zwijgen, maar als staten geld doen verdwijnen is het best in orde. Zoals in een recent artikel over corruptie in het Amerikaanse leger in The New York Times stond te lezen:„And over all of that was the notion that failure was OK.”

Turkish Airlines vloog tegenwoordig op Bagdad. Ik zou niet meer met een militair vliegtuig naar Irak hoeven te reizen.

Daarvoor had ik wel een visum nodig.

In een barak voor de ambassade in Den Haag stond een twintigtal Irakezen. Een enkeling leek zich over iets op te winden.

De woorden „ik heb een afspraak met de heer Banaa, de ambassadeur”, deden wonderen.

Van veiligheidscontroles was geen sprake meer. Een werknemer van de ambassade nam me mee naar het werkelijke gebouw, waar hij me verzocht plaats te nemen in een kamer waar een man bezig was zijn schoenen aan te doen.

Na een kwartier verscheen een dame die mij vertelde dat de heer Banaa met een documentaire in de weer was. Of ik daar bezwaar tegen had.

Ik meende dat zij bedoelde dat de heer Banaa bezig was naar een documentaire te kijken en dat het daarom langer gingen duren. De representatieve taken van ambassadeurs nemen nu eenmaal diverse vormen aan.

Maar de heer Banaa was niet bezig naar een documentaire te kijken. Er werd een documentaire over hem gemaakt.

De bedoeling was dat ook ik in die documentaire ging figureren.

De heer Banaa zat op een hoge stoel, het bezoek zat iets lager.

„Wij zijn een echte democratie,” zei de heer Banaa, „journalisten reizen naar Irak en schrijven nare dingen over ons land, maar wij laten dat toe, wij geven ze gewoon de volgende keer weer een visum.”

Ik meende te bespeuren dat de heer Banaa dit neveneffect van democratie eigenlijk ongepast vond.

Maar ik beloofde hem enkele van mijn boeken op te sturen en twee maanden later had ik een visum voor Irak in mijn paspoort.