Ei tegen muur

Rond de Japanse schrijver Haruki Murakami ontstond deze week in Israël een fascinerende rel. Hij kwam naar Jeruzalem om de Jerusalem Prize, een belangrijke literaire prijs, in ontvangst te nemen. Pro-Palestijnse groepen raadden hem af te komen, maar hij ging toch. „Romanschrijvers zijn een bijzonder ras”, zei hij in zijn dankrede. „Zij kunnen niets vertrouwen dat zij niet met hun eigen ogen gezien hebben en met hun eigen handen aangeraakt.”

Het was een korte, indrukwekkende rede, afgedrukt in het dagblad Ha’aretz. Murakami vertelde dat hij niet gekomen was om een directe politieke boodschap te brengen. Hij vond het weliswaar een van de belangrijkste plichten van de romanschrijver om te oordelen over goed en fout, maar die schrijver mocht zelf bepalen welke vorm daarvoor het meest geëigend was. Hij koos voor verhalen.

Toch wilde hij op deze dag graag een zeer persoonlijke boodschap kwijt: „Tussen een hoge, massieve muur en een ei dat ertegen breekt, zal ik altijd aan de kant van het ei staan.” En hij voegde eraan toe: „Ja, hoezeer de muur ook gelijk kan hebben, en het ei ongelijk, ik zal toch aan de kant van het ei staan.”

Hij legde zijn metafoor ook uit – en kwam toen alsnog in gevaarlijk politiek vaarwater. In sommige gevallen, zei hij, was de betekenis van zijn metafoor al te eenvoudig en te duidelijk. Dan waren de bommen, tanks, raketten en witte fosforgranaten die hoge, massieve muur, en de eieren de ongewapende burgers.

Dat was maar één betekenis van de metafoor, hij wilde er liever een diepere betekenis aan geven. „Ieder van ons is, min of meer, een ei. Ieder van ons is een unieke, onvervangbare ziel, ingesloten in een breekbare schelp. [...] En ieder van ons staat in meerdere of mindere mate tegenover een hoge, massieve muur. De muur heeft een naam: het is Het Systeem. Het Systeem wordt verondersteld ons te beschermen, maar soms gaat het een eigen leven leiden, en dan begint het ons te vermoorden en dwingt het ons anderen te vermoorden – koel, efficiënt, systematisch.”

Daarna beleed hij zijn credo als schrijver: „Ik heb maar één reden om romans te schrijven, en dat is de waardigheid van de individuele ziel aan de oppervlakte te brengen en een licht erop te laten schijnen. Het doel van een verhaal is een alarm te laten klinken, en een licht op Het Systeem gericht te houden [...].”

Woede was Murakami’s deel in ingezonden brieven in Ha’aretz. Of hij helemaal van de Palestijnse ratten gebeten was! „Die muur hebben we juist gebouwd om ons als eieren te beschermen”, schreef iemand. En: „Meneer Murakami, muren breken geen eieren, tenzij iemand er eieren tegenaan gooit.” En: „Laat hem het ei zijn en de rest van Azië de muur en laten we dan eens zien hoe snugger zijn woorden zijn. Schande dat we hem hebben uitgenodigd!”

Slechts enkelen namen het voor Murakami op. Hij bedoelt álle slachtoffers aan beide kanten, schreef een lezer. „Als meer Israëliërs dat konden begrijpen, zou er hoop zijn. Murakami is alleen maar het ei dat zich tegen de muur gooit.”

Wat Murakami precies bedoeld heeft met dat vage, linksige begrip ‘Het Systeem’ is onduidelijk. Wat mij betreft had hij mogen bedoelen: Het Systeem, dat zijn wij allemaal.

Van Frits Abrahams verscheen onlangs een bundel met dierencolumns: Katten & ander gespuis. Uitg. Prometheus/NRC Handelsblad, 14,95 euro.