De vermijdbare JSF

De financiële en economische crisis zet een streep door veel van de intenties van het kabinet-Balkenende IV, maar in het geval van de voorgenomen aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF) is dat maar één van de redenen om nog eens grondig te overwegen of dit wel een verstandig plan is.

De kosten zijn op zichzelf al een goed argument. Het ministerie van Defensie gaat er vanuit dat de vervanging van de F-16’s, de gevechtsvliegtuigen die de Luchtmacht nu gebruikt, door 85 F-35 Joint Strike Fighters 5,7 miljard euro kost. Dat is ruim tweemaal zoveel als volgens de allerrecentste berekeningen de Noord-Zuidlijn in Amsterdam kost, om maar een willekeurig voorbeeld te gebruiken.

Daarnaast zijn er nog drie recente ontwikkelingen die tot heroverweging nopen. Zoals de conclusie van de voormalige Defensieambtenaar Kreemers, in een proefschrift deze maand, dat de F-16’s niet in 2013, maar pas vanaf 2022 hoeven te worden vervangen, omdat ze minder vlieguren hebben gemaakt dan eerder was aangenomen.

Dan was er de concurrerende aanbieding van de Zweedse vliegtuigfabrikant Saab die 85 Gripen gevechtsvliegtuigen wil verkopen voor 4,8 miljard euro, bijna één miljard minder dan wat de JSF’s volgens de laatste becijferingen zullen kosten. Een aantrekkelijk verschil.

Staatssecretaris De Vries (Defensie, CDA) en zijn medewerkers praten zich de blaren op de tong of tikken zich de vingers blauw om deze hun onwelgevallige constateringen te pareren: Saab heeft niet alle kosten meegerekend en Kreemers heeft te eenzijdig naar alleen de aantallen vlieguren gekeken.

Wat daarvan zij, Defensie kampt met een geloofwaardigheidsprobleem. Het hoeft dan ook niet te verbazen als de JSF, altijd al een potentiële splijtzwam, tot nieuwe verdeeldheid in de regeringscoalitie leidt.

Want de derde recente ontwikkeling is de meest omineuze. Dat zijn de conclusies die de Algemene Rekenkamer begin deze maand in een periodiek rapport trok. Het ministerie heeft feitelijk geen volledig overzicht van de werkelijke kosten van de JSF, laat staan dat de Tweede Kamer daar actueel inzicht in heeft. Wie in het verleden de indruk had dat Defensie met elke vervanging van de F-16 tevreden was, zolang dat maar de JSF zou zijn, krijgt van de Rekenkamer impliciet gelijk.

„Wij constateren”, zo luidt een conclusie, „dat de projectorganisatie vervanging F-16 van het ministerie van Defensie gericht is op de komst van de JSF.” En: „Het ministerie lijkt vooralsnog geen rekening te houden met de gevolgen van een eventuele keuze voor een ander toestel.”

Intussen ruziet het kabinet met luchtvaartbedrijven over hun financiële aandeel in de kosten van de ontwikkeling van de JSF waaraan Nederland deelneemt, en nopen de Amerikaanse overheidsfinanciën het Pentagon wellicht ook om zijn ambities bij te stellen. Volgens het regeerakkoord moeten dit jaar twee prototypes worden aangeschaft en moet er in 2010 een definitief besluit over de JSF worden genomen. Maar het regeerakkoord, was dat niet achterhaald?