De prijs voor onpartijdigheid is hoog

W.A. Wagenaar, H. Israëls, P.J. van Koppen: De slapende rechter. Bert Bakker, 240 blz. € 19,95

Als rechtspsycholoog W.A. Wagenaar gelijk heeft, staat het er met de strafrechtspraak in Nederland droevig voor. In De slapende rechter, dat hij met collega’s P.J. van Koppen en Han Israëls schreef, valt hij de gesloten gemeenschap van rechters en officieren stevig aan. Dat doet hij al jaren. Reden dat velen niet meer luisteren, omdat ze het ‘nu wel weten’.

Magistraten zijn officiële waarheidsvinders, wier laatste woord wettelijk als waarheid geldt. Zij zijn aangesteld voor het leven, worden alleen door andere rechters beoordeeld, en kunnen aan externe kritiek voorbij gaan. Zij ‘spreken door hun vonnis’ dat meestal alleen door andere juristen begrepen kan worden. Voor hen geen raden van toezicht of inspecties. Niet-juristen hebben in deze wereld geen macht. Dat is de prijs voor onpartijdigheid.

Wagenaar en de zijnen zijn als externe deskundigen in de rechtszaal menigmaal gevraagd bewijs te controleren en hebben in de loop der jaren een steeds fellere toon ontwikkeld. Daarin gesterkt door de Schiedamse en Puttense debacles – zaken waarin de verkeerden werden veroordeeld – wijzen ze nu op fundamentele tekorten in het juridische denken.

De waarheid in de wetenschap wordt fundamenteel anders ‘gevonden’ dan de waarheid in het recht, zeggen zij. In het recht wordt die vastgesteld na op maat te zijn geknipt. Dat gebeurt door bewijsmiddelen weg te strepen tot het resultaat bevalt. Net zo als de politie liefst een ‘ronde zaak’ aflevert, laat ook de rechter alle aanleiding tot twijfel uit het vonnis verdwijnen. Zo kunnen feiten vertekend raken, deskundigen genegeerd en twijfelachtig bewijs alsnog worden opgepoetst. Strafrechters noemen dit proces ‘wegschrijven’. Het uiteindelijke vonnis kan nog steeds rammelen, maar zal zelden ‘onbegrijpelijk’ zijn, zoals het criterium van de Hoge Raad luidt om te kunnen corrigeren. Van ‘nieuwe feiten’ zal ook zelden sprake zijn. Voor de ‘dwingende kracht’ en de logische noodzaak van falsificatie hebben zij geen oog, constateren de auteurs verbaasd.

De auteurs dringen aan op verantwoording, reflectie en openheid, bijvoorbeeld door revisie van rechterlijke dwalingen mede door niet-juristen te laten doen. Hun argumenten zijn daarvoor sterk. Zij maken aannemelijk dat de closed shop van magistraten niet kan omgaan met het fenomeen voortschrijdend inzicht dat wetenschap kenmerkt. De waarheid in de wetenschap is altijd de laatste, beste en meest aannemelijke hypothese. Feiten zijn er nooit onaantastbaar. Wetenschappers laten altijd twijfel toe. Rechters werken echter toe naar een overtuiging aan de hand van een dossier. Zij sluiten uiteindelijk alle twijfel uit. In het recht gaat het immers om definitieve waarheden, hoogste instanties en onherroepelijke uitspraken.

Verbijsterd citeert Wagenaar een interview uit deze krant met hoogleraar strafrecht Tineke Cleiren, die vertelde dat de rechter per definitie alleen onderzoekt of de tenlastelegging klopt, niet wat er (echt) is gebeurd. Terwijl het daar in de rechtszaal natuurlijk wel om gaat. Met zo’n professioneel blinde rechter kunnen de auteurs niet uit de voeten. De rechter beschouwt de tenlastelegging als een feit dat slechts op juistheid moet worden getoetst. Niet als hypothese. Dit is in de kern het ‘slapen’ dat zij de rechter verwijten. Onvoldoende kritisch vermogen en een veel te beperkte taakopvatting.

Het boek steunt op acht strafdossiers waar allemaal iets mis mee is. In even zo vele hoofdstukken gaat het over de zwakte van het geheugen, verhoortechniek, herkenning van verdachte, en bedrieglijke verklaringen. De auteurs verwijten de rechter fouten. Verkeerd redeneren, selectief omgaan met bewijsmateriaal, negeren van contraire informatie, niet doorvragen, gebrek aan vakkennis, etcetera. En ten slotte: psychologische onbekwaamheid om elkaars denk- en redeneerfouten te ontwaren. Loyaliteit, broederschap, maar ook beroepsblindheid verhinderen dat.

Wie dit boek uit heeft, concludeert dat de prijs van onpartijdigheid – een rechterlijke macht die alleen aan zichzelf verantwoording aflegt – heel hoog is. En dat de strafrechtswetenschap deze (zoveelste) publicatie van Wagenaar niet onweersproken opzij kan leggen. Zoals meestal gebeurt.