De liefde voor Alice, Euclides - en Lewis Carroll

Robin Wilson: Lewis Carroll in Numberland. Penguin, 256 blz. € 28,-

Stelling: Een slecht boek hoef je niet uitvoerig te bespreken. Bewijs: ik ben dol op Lewis Carroll.

Toen ik Alice in Wonderland uit had, riep ik: Ik wil Engels leren! Maar dat mocht ik pas op de middelbare school. Ik heb alles van die wonderlijke man gelezen, en bijna alles van hem prachtig gevonden.

Ik ben dol op wiskunde. Toen ik over Newtons geniale vondsten hoorde, riep ik: Ik wil differentiëren en integreren leren! Maar dat mocht ik pas op de universiteit. Ik heb mijn doctoraal examen gedaan en vond bijna alle wiskunde zo prachtig dat ik andere dingen ging doen.

Lewis Carroll was ook wiskundige. Hij deed een simpele studie en kreeg, omdat hij beloofde geen vrouw te nemen, een heerlijk baantje plus appartement in Oxford. Behalve een geniaal schrijver was Carroll een uitmuntende fotograaf. Maar in de wiskunde deed hij niets bijzonders.

Over Lewis Carroll zijn veel boeken verschenen die ik allemaal heb gelezen. Nu verscheen Carroll in Numberland van Robin Wilson. Wilson lijkt even dom in de wiskunde als zijn onderwerp.

Lewis Carroll werd in de wiskundige wereld belachelijk door zijn liefde voor de Griekse wiskundige Euclides. Hij vond het nodig om Euclides te verdedigen tegen wiskundigen die andere meetkundes verzonnen. Maar die mensen bewezen nu juist hoe geniaal het van Euclides was dat hij, naast simpele axioma’s, één bijzonder axioma (over evenwijdige lijnen die elkaar niet snijden) formuleerde.

Carroll heeft het nooit over andere meetkundes, zoals de analytische meetkunde, waarin het tekenen wordt vervangen door rekenen, of de projectieve meetkunde, met de superstelling: ‘verwissel in elke stelling elke lijn door een punt en elk punt door een lijn en de stelling blijft waar’, of de topologie, een meetkunde zonder meten, waarvan hij de ontdekker had moeten wezen.

Voor wiskundigen had het boek van Wilson dus aardig kunnen zijn, maar wat er in staat weten we al lang. Een opmerkelijke opmerking bij Wilson is de boodschap dat de verteller van Alice geen pedofiel was en waarschijnlijk met de moeder van Alice vree. Ik gun het Lewis Carroll van harte. De eis van zijn christelijke faculteit dat hij ongetrouwd moest blijven, maakte hem inderdaad niet ongelukkig.

Nooit heb ik een boek besproken zonder er iets aardigs uit te vermelden. Maar dit keer zie ik daartoe geen aanleiding. Natuurlijk staan er grappige dingen in Wilsons boek, maar die werden allemaal verzonnen door Lewis Carroll en door hem geniaal opgeschreven. Het is knap om daar toch een saai boek over te maken.