De kleur van oud en vers bloed

Rose Issa (ed.): Iranian Photography Now. Hatje Cantz, 234 blz. € 46,-

Soms koop je een fotoboek op basis van één enkele opname. Bij Iranian Photography Now was dat de hierbij afgedrukte klauterpartij van vier dames in islamitische kleding. Even dacht ik aan een gemanipuleerd beeld, gemaakt bij wijze van protest tegen het bijna pesterige ongemak van zo’n berg textiel. Maar Javad Montazeri noemt zichzelf een documentaire-fotograaf; dus het bijschrift dat de afgebeelde dames studeren aan de politieacademie in Teheran, moeten we serieus nemen. Dat schieten en fouilleren daar ook tot het lespakket behoren, blijkt uit de tegenoverliggende foto in het boek, waarop de ene gewapende dame de andere in de tang neemt.

Hoe moeten die agentes dat straks allemaal in praktijk brengen, vraag je je af? Mogen ze in die politiebaan dan wél mannen vasthouden, arresteren en fouilleren? Of dienen ze zich uitsluitend op ongehoorzame vrouwen te richten? En als een incident hen tot zo’n klimpartij dwingt, moeten die zwarte lappen dan als lamme vleugels in de weg blijven zitten of mogen ze voor de gelegenheid een broek dragen?

In Iranian Photography Now, met recent werk van 36 Iraanse fotografen, bannelingen en thuisblijvers, wemelt het onvermijdelijk van de chadors, boerka’s en niqaabs. Meestal zijn de vrouwen op schrijnende momenten geportretteerd – op de begraafplaats van Bam, waar 43.000 inwoners bij een aardbeving in 2003 het leven lieten; of als Moeder van een Martelaar, geïsoleerd tegen een muur, met als enig object van betekenis de ingelijste foto van een jongetje, zo’n jongetje dat in de Iran-Irak oorlog (1980-‘88) samen met honderdduizenden anderen omkwam, maar met het plastic sleuteltje dat om zijn nek hing, de hemeldeur kon openen.

Tegenover die treurnis staat gelukkig de verbeelding van de moderniteit. Malekeh Nayini photoshopte het zwart-witte fotoalbum van de familie naar het frivole heden, vol kekke patronen en behangetjes. Sadegh Tirafkan voert mooie, naakte jongens op tegen een decor van oude Perzische miniaturen. In de serie ‘Party’ maakte Amirali Ghasemi gezichten en armen van een jonge mensen op een dansfeest spierwit om herkenning te voorkomen. En Kaveh Golestan, aan wiens werk de Kunsthal in Rotterdam (t/m 1/3) een tentoonstelling wijdt, toverde surrealistische portretten uit polaroids die hij in 1975 nam, kort voordat hij als eerste de oorlogsbeelden maakte bij de grens met Irak waar de propaganda-dienst van het Iraanse regime niet op zat te wachten. En zeker niet op de kleur van oud en vers bloed, die als digitale mist over zijn opnamen trekt.

De komst, nu 30 jaar geleden, van Khomeini’s islamitische dictatuur, zal kunstenaars en fotografen zeker tot zelfcensuur dwingen. Maar dit fotoboek bewijst dat er dan nog genoeg vitaliteit en eigenzinnigheid overblijft om bijvoorbeeld het meer comfortabele leven onder de sjah, de verplichte onzichtbaarheid van de vrouw en de daarmee vergeleken potsierlijke bewegingsvrijheid van de man subtiel aan de orde te stellen.