Crisis daar maakt banken hier bang

Oost-Europese landen hebben hun economieën opgebouwd met leningen van westerse banken.

Schulden dreigen nu niet te worden betaald.

Reinhold Lopotka windt er geen doekjes om. Als de Europese Unie niet snel met een ingrijpend financieel reddingsplan voor Midden- en Oost-Europa komt, dan zullen de economieën daar als een kaartenhuis in elkaar zakken. 150 miljard moeten de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank samen in de regio pompen om een totale „instorting” te voorkomen.

Lopotka, de Oostenrijkse staatssecretaris van Financiën, gaf die waarschuwing onlangs aan de Europese ministers van Financiën in Brussel.

Met mededogen heeft zijn oproep niets te maken. Wel met grote zorgen van Oostenrijkse bankiers, bij wie Midden- en Oost-Europese landen, in het bijzonder Polen, Hongarije, Oekraïne en Tsjechië, tot hun nek in de schulden zitten. In totaal hebben alleen al Oostenrijkse banken zo’n 200 miljard euro uitstaan, het equivalent van 75 procent van het Oostenrijkse bruto binnenlands product.

De munten in de Oost-Europese landen zijn sinds eind 2007 sterk in waarde gedaald ten opzichte van de euro, waardoor de afbetaling van buitenlandse schulden een stuk duurder is geworden. De economieën groeien niet meer of krimpen zelfs, de werkloosheid neemt in hoog tempo toe. Betalingsachterstanden dreigen.

Westerse banken hebben Oost-Europa na de val van het communisme overladen met leningen. Aan de staat, aan bedrijven, aan burgers. Europese banken als Erste Bank, Raiffeisen (Oostenrijk) en Unicredit (Italië) waren er als de kippen bij om te profiteren van de opening van de nieuwe markten na de verdwijning van het IJzeren Gordijn. In Hongarije is 5 tot 10 procent van alle uitstaande hypotheken in yens. Westerse banken hebben er in totaal voor ruim 1.000 miljard euro aan leningen uitstaan. In sommige landen is vrijwel de hele banksector opgekocht.

Het was een win-winsituatie. De banken maakten hoge winsten in een onontgonnen markt. Oost-Europese landen konden met goedkope leningen hun economie opbouwen. Voor de burgers kwam een westerse levenstandaard binnen handbereik. Totdat die win-winsituatie zich tegen de banken keerde. Oost-Europa is nu als het ware de subprime hypotheekmarkt van West-Europa geworden.

Volgens de banken valt de ellende wel mee. „Natuurlijk zal het aantal wanbetalers toenemen”, zegt analist Rainer Singer van de Oostenrijkse Erste Bank telefonisch vanuit Wenen. Die bank heeft meer dan driekwart van al zijn klanten in Midden- en Oost-Europa zitten. „Maar een totale ineenstorting is nog heel ver weg.”

De Oostenrijkse staatssecretaris heeft volgens hem de zaak in Brussel dan ook wat overdreven, wellicht om sneller geld los te krijgen. „Bovendien staat in Oost-Europa een heleboel spaargeld van burgers.”

Toch vrezen beleggers het ergste. Woensdag stortten de aandelenkoersen van westerse banken met vestigingen in Oost-Europa in. Beleggers dumpten massaal aandelen toen kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwde de rating van de banken te zullen verlagen. Die zouden te veel zijn blootgesteld aan de risico’s van de economische turbulentie in de regio.

Vorige maand moest de Oost-Europabank (EBRD) de groeiverwachtingen fors naar beneden bijstellen tot gemiddeld 1 procent voor heel Oost-en Midden-Europa. Hongarije en Oekraïne krijgen zelfs te maken met een diepe recessie. Midden- en Oost-Europa zijn „verweven met de internationale economie”, zei Erik Berglof, hoofdeconoom bij de EBRD, toen. Ze zijn sterk afhankelijk geworden van export naar West-Europa en daarmee ook van de verslechterende economie in het Westen. En net als overal drogen de leningen op omdat geldschieters zuiniger met kredieten zijn geworden. Bij de EBRD bestaat de vrees dat sommige landen zullen verbieden dat de reddingspakketten voor hun banken worden gebruikt om hun bankvestigingen in Oost-Europa te ondersteunen. Tel daar de protectionistische maatregelen die sommige landen treffen bij op.

De EBRD vindt dat wrang voor Oost-Europa. Woordvoerder Anthony Williams: „Westerse landen behaalden hier jarenlang forse winsten. De Midden- en Oost-Europese landen hebben veel gedaan om volwaardig deel uit te maken van de wereldeconomie. Nu moet de wereld hen ook bijstaan. Westerse banken moeten hun dochters in Oost-Europa kunnen blijven steunen. Dit is tenslotte een crisis die in het Westen is ontstaan.”

Veel overheden in Midden- en Oost-Europa kunnen zelf geen hulp meer bieden. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is al te hulp geschoten. Ook dat is niet genoeg. Dat benadrukte de Amerikaan Robert Zoellick, directeur van de Wereldbank, gisteren in de Financial Times. Ook hij roept Brussel op om Oost-Europa snel te hulp te schieten. Hij zegt dat de Wereldbank samen met andere instituten zoals het IMF werkt aan een nieuw steunpakket, maar zonder de steun van Europese regeringen zal het niet gaan. Daar ligt volgens hem een rol voor Brussel, die de landen bij elkaar moet brengen.

Zoellick: „Het is twintig jaar sinds Europa in 1989 werd herenigd. Wat zou het een tragedie zijn als Europa weer uit elkaar valt.”