Apparatsjiks kiezen de school voor jouw kind

Nijmegen spreidt leerlingen over verschillende wijken.

Goede scholen mogen niet meer groeien en verliezen ook nog eens hun identiteit.

Om het verschijnsel van witte en zwarte scholen tegen te gaan, gaat de gemeente Nijmegen leerlingen spreiden. Rini Braat, directeur van de roomse scholenketen Sint Joseph, is ingenomen met het spreidingsbeleid. Dat maakt een einde aan de Nijmeegse wantoestand dat veertig procent van de kinderen niet naar een school in de eigen wijk gaat. „Maatschappelijk ongewenst” vindt Braat dit, omdat zwarte scholen zo alleen maar zwarter worden en witte scholen alleen maar witter.

De Volkskrant (11 februari) vroeg aan Emmie Dols, directeur van de christelijke basisschool De Klokkenberg, wat zij van het spreidingsplan vond. Ook zij steunt het plan: „Onze wijk vergrijst, dus er zal hier nog volop plaats blijven voor kinderen uit de stad.” Nu ontleent haar school zijn bestaansrecht aan een identiteit die aansluit bij een christelijke opvoeding. Maar daar hoor ik de directeur niet over. Het enige wat telt, is dat de school vol komt.

Het bestaan van meer en minder gewilde scholen betekent dat sommige scholen groeien en bloeien, en andere wegkwijnen. Groei en krimp maken het voor de gemeente, die voor huisvesting zorgt, allemaal erg ingewikkeld. Het spreidingsbeleid zorgt ervoor dat de omvang van alle scholen gelijk blijft, ongeacht hun kwaliteit.

De Nijmeegse wethouder Hannie Kunst (Onderwijs, PvdA) vindt niet dat hiermee een einde wordt gemaakt aan de vrije schoolkeuze, maar „ouders hebben niet langer vanzelfsprekend recht op plaatsing op de school van hun voorkeur”. Daarmee veegt zij de vloer aan met een van de grondrechten van ouders: namelijk dat die recht hebben op een school van hun voorkeur. Als zo’n school er niet is, hebben ze bij voldoende belangstelling het recht om die te stichten. Aan dit principe ontlenen De Klokkenberg en de Sint Josephscholen hun bestaanrecht. Maar inmiddels is er niets meer ‘sint’ aan de Josephscholen. Net als alle andere scholen in Nijmegen vinden zij hun identiteit niet langer belangrijk en beschouwen zichzelf als één pot nat die door een centrale instantie naar eigen goeddunken wordt gevuld.

De schoolbestuurders willen alleen meer macht en hebben zich in het kader van de spreidingsoperatie letterlijk laten omkopen. Van de gemeente kregen ze het schoolgebouw cadeau, onder voorwaarde dat ze niet zouden uitbreiden. Zo zorgen de apparatsjiks ervoor dat geen enkele school bezwijkt voor de verleiding om te groeien en te bloeien. Terwijl de overheid scholen op kwaliteit beoordeelt om ouders als onderwijsconsument beter van dienst te kunnen zijn, legt Nijmegen deze juist aan banden.

Guido Walraven van het Amsterdamse Kenniscentrum voor Gemengde Scholen slaat de Nijmeegse ontwikkelingen met jaloezie gade. In Amsterdam ziet hij „ouders met van die bakfietsen hun kinderen ver buiten hun postcode brengen”. Godzijdank zijn er in Amsterdam blijkbaar nog wél scholen die de principes waarop ze gebaseerd zijn serieus nemen. En ouders die zich niet door politici hun rol van kritische onderwijsconsument laten ontnemen.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad. Hij schreef boeken als ‘Onderwijs op de divan’ (2000) en ‘Zo kan het echt niet langer. Kritische beschouwingen over het onderwijs’ (2002).