'Acteurs zijn amateurs in het dagelijks leven'

Toneelspeler Eric Schneider schreef het stuk Nocturne over een oudere toneelspeler. Zelf vertolkt hij de hoofdrol. „Ook Pinter speelde weleens in zijn eigen stukken.”

„In mijn leven heb ik zo’n 150 grote rollen gespeeld, altijd is er die ambitie om te spelen, elke avond weer. Dat is nooit opgehouden”, zegt Eric Schneider (1934). Voor het Nationale Toneel schreef hij Nocturne. „De kroon op de carrière van elke acteur is natuurlijk Koning Lear. Met Nocturne maak ik mijn eigen Lear. Ik heet trouwens geen Lear, maar Fons. Het was niet de bedoeling dat ik de hoofdrol zou spelen; die had ik bestemd voor Lou Landré. Maar regisseur Franz Marijnen zag mij na lezing meteen in die rol. Dat geeft aan tekst en spel een bijzondere sensatie. Ook Harold Pinter speelde in zijn eigen stukken, dat is betrekkelijk zeldzaam. Maar ik wil me niet met Pinter vergelijken, helemaal niet”.

Nauwelijks is de repetitie in het Haagse Nationale Toneel Gebouw begonnen, of de titel van het stuk valt waarmee Schneider in 1967 de Louis d’Or verwierf: Hamlet. De première was op 18 november 1966 bij het Nieuw Rotterdams Toneel. Deze versie staat bekend als de „nozem-Hamlet”, waarin Schneider in leren broek een eigentijdse Deense prins neerzette.

De Schneider van nu memoreert in zijn theatertekst dat hij „negentig keer” de rol speelde. De herinneringen aan deze legendarische nozem-uitvoering zijn levendig: „Het was een geweldige cast met een grootheid als Ko van Dijk als koning Claudius. Na weken repeteren had ik nog geen van de vier grote monologen geoefend; die sloeg regisseur Richard Flink telkens over. Eerst stelde hij de actie vast, daarna kwamen die monologen wel, „het denkwerk”. Ik uitte mijn zorgen jegens Ko, die antwoordde: „Jochie, het komt wel goed”. In de laatste week bleek het hele raamwerk te passen. Uitstekende methode, moeten meer regisseurs doen: eerst de handeling, vervolgens de diepgang”.

In Nocturne vertolkt Lou Landré de rol van het geweten van Fons. Hij was vroeger zijn souffleur, nu nachtportier in de schouwburg. De twee weerbarstige vrienden brengen de nacht door in de kleedkamer. Tegen het ochtendgloren maakt Fons’ dochter Tess, ook aan het toneel, een rumoerige entree. Ze is halfdronken. Haar vader toont zich weer van zijn harde kant. Schneider: „Ik verwijt haar dat ze geen talentvolle, maar een bruikbare actrice is. Dat is een diepe belediging.”

Ook heeft Fons zijn ex-collega en vriend voorstelling na voorstelling getreiterd: hij noemt hem pure middelmaat. Bovendien was hij een slechte Fortinbras in Hamlet. De dochter neemt wraak door haar vader voor de voeten te gooien dat hij „een amateur is in het dagelijks leven”. Schneider: „Ze heeft gelijk. Acteurs hebben nooit eigen tekst, ze leven dank zij de woorden van anderen, hun roem is tweedehands.” Aan het slot van Nocturne wreekt ook Fons’ vriend zich op de egocentrische speler.

Tijdens de repetitie vraagt Schneider zich hardop af: „Is deze deur open? Is deze deur dicht?” De opeenvolging van handelingen luistert nauwkeurig. Regisseur Marijnen merkt op: „Eric, je hebt het stuk zelf geschreven.” Schneider reageert met: „Toen had ik andere zorgen”. Het decor ademt de sombere atmosfeer van een vervallen schouwburg. De acteur-schrijver noemt zijn stuk „de biografie van een toneelspeler”.

Schneider groeide op met de Duitse literatuur van Goethe, Schiller, Von Kleist. Zijn vader was docent Duits, eerst aan een middelbare school in Den Haag, later aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: „Ik kan niet ontkennen dat deze auteurs, en later Shakespeare, Strindberg, O’Neill, Pinter en Thomas Bernhard mij hebben beïnvloed. Hun gedachtenwereld zit in mijn stuk, maar ook het ritme van hun taal.”

Schneiders tekst wemelt van anekdotes uit de toneelwereld. Hij zegt hiervoor een „theatraal geheugen te hebben”. Critici die Schneider verweten de speler van „het ouderwetse, grote gebaar” te zijn, krijgen het te verduren. Een anekdote die Schneider graag mag vertellen is hoe regisseur Lodewijk de Boer voor aanvang van de première in een kring ging staan met de spelers; ze sloegen de armen om elkaar en zeiden: „Dood aan de critici!” Schneider: „We zeiden dit uit zenuwen. Een weliswaar cru motto om de angst te bezweren.”

Ondanks de stormachtige ontwikkelingen in het Nederlandse theater van de laatste decennia, van Actie Tomaat tot het verregaande gebruik van video en techniek, is Schneider zichzelf trouw gebleven. „Elk toneelstuk draait om de acteur. Als de mensen ontroerd raken, is dat uitsluitend te danken aan ons spel. Dat vergeten vernieuwende regisseurs weleens. In Nocturne klopt weer het werkelijke toneelspelershart.”

Nocturne door het Nationale Toneel. Première: 21/2. T/m 14/3 in het Nationale Toneel Gebouw, Den Haag. Inl.: nationaletoneel.nl