'Wilders is armoedig, maar geen gevaar'

Lafheid, slapte, hypocrisie: grote woorden werden gisteren niet geschuwd in het debat dat PVV-leider Geert Wilders had aangevraagd, na zijn snelle retour-Londen, vorige week. Toch waren kabinet en Kamer eensgezind: de Britse regering had Wilders gewoon moeten toelaten om daar zijn film Fitna van commentaar te voorzien. Net als de Italiaanse regering, die Wilders vanmorgen gewoon toeliet bij een conferentie over islam en het vrije woord in Rome.

Wilders’ bewoordingen zijn, in de visie van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) „soms vulgair of armoedig”. Maar hij is geen gevaar voor de openbare orde, ook niet in Londen. Wilders zelf gebruikte ondertussen stevige woorden. „Laf”; de houding van de Britse regering. „Slap”; de Nederlandse regering. Dat Balkenende zijn collega Brown niet openlijk verwijt „de grootste lafaard van Europa” te zijn, toont gebrek aan „ballen”.

Maar de stevige aantijging „hypocrisie” kwam niet van Wilders, maar van Agnes Kant (SP). Wilders beweerde dat hij alleen mensen de toegang tot het land wil weigeren die oproepen tot geweld. Dat doet hij zelf niet, benadrukte de PVV-leider. Maar Kant had enkele citaten bij de hand waaruit blijkt dat ook Wilders mensen op grond van hun geloof wil weigeren, zoals „geen islamieten meer Nederland in”. Wilders schreeuwde moord en brand, concludeerde Kant, over een praktijk die hij zelf wenst in te voeren.

Wilders had het zichtbaar moeilijk met deze kritiek. Hij wist tijd te winnen door Kant toe te bijten dat haar argumenten er niet sterker op worden, als ze er „zuurder bij kijkt”. Dat leverde een discussie met de voorzitter op over parlementair taalgebruik, waar hij beter op toegerust bleek dan op de aanval van Kant.

In reactie op vragen van Kamerleden of het kabinet niet méér had moeten doen richting de Britten, stelde het kabinet dat Wilders zelf eerst in beroep moet gaan. Hij gaat dat doen. Maar „slap” bleef het volgens hem wel.

Wilders in Europa: pagina 6