Simpele zinnen zijn moeilijker te snappen

Makers van vmbo-boeken die teksten simpel maken, schieten daarbij hun doel voorbij, ontdekte promovenda Jentine Land.

Makers van schoolboeken voor vmbo-leerlingen versimpelen die boeken vaak op de verkeerde manier. Ze gebruiken korte, fragmentarische zinnen, zonder verbindingswoorden als ‘maar’, ‘omdat’, ‘want’ en ‘toen’ – maar zulke woorden geven structuur en maken teksten juist begrijpelijk. Ook leuken de boekenmakers teksten vaak op door er verhaaltjes van te maken, met fictieve personages. Dat heeft echter tot gevolg dat leerlingen de feiten erin minder goed onthouden. Dat ontdekte neerlandica Jentine Land. Zij promoveerde vrijdag op haar onderzoek aan de afdeling taalbeheersing van de Universiteit Utrecht.

Neem de volgende tekst uit een vmbo-boek geschiedenis, over steden in de Middeleeuwen: ‘In het begin waren heren nog de baas in de steden. / Stedelingen moesten allerlei werk doen. / Kooplieden en ambachtslieden vonden dat lastig. / Ze vroegen aan hun heer stadsrechten. / Een stad met stadsrechten mocht zichzelf besturen.’ Inhoudelijk valt daar al aardig wat op af te dingen. Maar wat het moeilijk maakt, zegt Land, is dat de leerlingen zelf maar moeten snappen dat de zinnen op een of andere manier met elkaar samenhangen. Als ze aan elkaar verbonden zijn met voegwoorden die het verband aangeven (zoals ‘omdat’, ‘doordat’, ‘maar’), begrijpen ze de tekst beter, bleek uit het onderzoek. Leerlingen die dezelfde teksten met langere zinnen met verbindingswoorden hadden gelezen, haalden hogere scores bij toetsvragen over de inhoud.

Waarom maken uitgevers die boeken zo simpel?

„Ze denken: vmbo-leerlingen zijn geen ervaren lezers, dus je moet teksten aanbieden die er niet te moeilijk uitzien. Dat vinden die leerlingen zelf ook: bij langere zinnen zien ze er meer tegenop om die te gaan lezen. Maar ja, ze blijken die wel beter te begrijpen.”

Ook het opleuken van geschiedenisteksten met fictieve personages blijkt niet te werken. Hoe komt dat?

„Het leidt af, denk ik. Als je twee generaals opvoert die in een café zitten en afspreken hoe ze Europa na de Tweede Wereldoorlog gaan verdelen, dan denken leerlingen dat ze een verhaaltje zitten te lezen en dat ze het niet hoeven te onthouden. Ze vinden het wel spannender dan een saaie leertekst, maar als ze daarna de vraag krijgen hoe Europa na de oorlog werd verdeeld, hebben ze dat niet opgepikt. Een bepaald tekstgenre wekt bepaalde verwachtingen.”

Wat vinden leraren van die boeken?

„Leraren zeggen altijd dat je leerlingen moet aanspreken binnen hun eigen leefwereld. Maar daarmee bedoelen ze niet dat dat ín die boeken moet gebeuren. Het is hun eigen taak om dat te doen. Leraren willen in het boek het liefst een objectieve tekst die ook echt een leertekst is. De opgeleukte teksten – dat zijn vaak inleidende teksten – slaan ze vaak over. Uit tijdgebrek en omdat de vragen toch meestal alleen over de leerteksten gaan.”

Wat is het beste geschiedenisboek?

„Niet alle vmbo-schoolboeken zijn zo slecht als het nu misschien lijkt. Maar ik ga geen namen noemen. Dat heb ik de uitgevers beloofd. Ik vind het wel slecht van de uitgevers dat ze blijkbaar geen onderzoek doen naar wat werkt. Als ze het zelf niet doen, zouden ze op z’n minst met ons kunnen samenwerken.”