Overtraind, ziek, te weinig basis...

Een jaar geleden beleefden Van Deutekom en Wüst het ene na het andere hoogtepunt.

Dit seizoen wordt in de TVM-schaatsploeg meer gepiekerd dan gepiekt.

Nog geen jaar geleden scoorde schaatsster Paulien van Deutekom een imponerend rijtje bij de WK afstanden in Nagano: goud op de ploegenachtervolging, zilver op 1.500 en 3.000 meter, vijfde op de 1.000 en achtste op de 5.000 meter. En dat terwijl het beste er bij de schaatsster uit de TVM-ploeg af was, na haar sensationele wereldtitel allround in Berlijn.

Maar na de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen van afgelopen weekeinde, waar ze zestiende werd op de 1.500 meter, is het seizoen al voorbij voor Van Deutekom (28). Uitrusten op een zonnig strand, in maart thuis piekeren in plaats van pieken bij de wereldbekerfinale in Salt Lake City en de WK afstanden in Vancouver. Misschien op televisie kijken naar haar ploeggenote Ireen Wüst, die zich nog wel plaatste voor de laatste grote wedstrijden van het voor-olympisch jaar – maar slechts op één afstand, de 1.500 meter.

Dramatisch dieptepunt van dit seizoen: de nummers 1 en 2 van het WK allround van 2008 die bij het WK in Hamar na een trage vijf kilometer als vissen op het droge liggen te ‘sterven’ op het middenterrein. Hoewel Wüst zich nog naar het brons had gevochten, trok coach Gerard Kemkers voor het eigen TVM-tv na afloop het boetekleed aan. „Dit verbloemt niet dat het niet super is gelopen.”

Insiders trokken die conclusie al voordat het seizoen begon. Bij trainingswedstrijdjes in Inzell reageerde Wüst opvallend kwaad na een mislukte 500 meter en verknalde Van Deutekom de 1.500 meter, naar eigen zeggen door gebrekkig materiaal. Het begin van een lange reeks verklaringen voor tegenvallende prestaties. „Technisch verhaal”, zei Wüst in Berlijn, waar Van Deutekom na een zwakke 1.500 meter ziek bleek. „Ik houd vertrouwen in Paulien en Ireen”, zei Kemkers. „Hun piek ligt later in het seizoen”, wist bondscoach Wopke de Vegt. „Stapjes maken”, werd na elke wedstrijd een gevleugelde uitdrukking.

Wüst stapte eind december ziek uit bij het NK sprint, begin januari kende de TVM-tandem een voorzichtige opleving bij het EK. „Ik heb een grote stap gemaakt”, zei Van Deutekom. „In Duitsland is het een stuk makkelijker om je overal voor te kwalificeren”, zei Wüst over winnares Claudia Pechstein. Zelf was de olympisch kampioene na het EK veroordeeld tot skate-offs, waar ze strijdend ten onder ging op de 3.000 („technisch slecht”) en 1.000 meter („in de trainingen rijd ik juist zo hard”).

Concurrenten, die vaak op dezelfde baan trainen, stelden vraagtekens bij de verklaringen uit het TVM-kamp. „Te weinig basis, te intensief getraind”, klonk al in oktober. Zelfs in de eigen ploeg kon niet iedereen zich vinden in de excuusverhalen. Coach Kemkers kwam uiteindelijk met een verklaring. Wüst had te lijden van een zwaar seizoen 2007-2008, Van Deutekom was in de zomer overtraind geraakt. „Topsport is manoeuvreren op de grens”, zei hij voor het WK. „Volgend jaar ga ik Paulien en Ireen wat meer afremmen.” Een reëel verhaal van de bezeten coach, die tot na het seizoen wil wachten om in detail te treden. Zoals Kemkers ook niet ingaat op kritiek van oud-toppers Rintje Ritsma en Gerard van Velde, die hem geen goede trainer vinden. Toch kent TVM, de duurste schaatsploeg, geen topseizoen. Naast Wüst en Van Deutekom ‘kraken’ de routiniers Carl Verheijen en Renate Groenewold. Sprinters Jan Smeekens en Beorn Nijenhuis werden een jaar voor de Spelen op straat gezet. Al kunnen Kemkers en zijn uitgebreide begeleidingsstaf nog altijd wijzen op het ongekend hoge niveau van kopman Sven Kramer, met Wouter Olde Heuvel op diens bagagedrager.

En in hoeverre kan een coach voelen wat zijn sporters voelen? Moet hij ingaan tegen de essentiële eigenschap die Wüst en Van Deutekom groot maakte: de innerlijke drang altijd tot het uiterste te gaan? Elke training, elke wedstrijd. Keihard starten, niet bang zijn voor welke muur dan ook. Wüst werd er olympisch kampioene mee, haalde zo in 2007 bij het WK allround volgens concurrente Anni Friesinger haar hoogste niveau. Hetzelfde recept voor Van Deutekom. Technisch evenmin zo begenadigd als Kramer, toch altijd weer vanuit snelheid – zo snel mogelijk starten en de snelheid zo lang mogelijk vasthouden – proberen door te duwen.

Allrounden en lange afstanden rijden vanuit snelheid lijkt bij de vrouwen fysiek en mentaal zelfs te zwaar voor toppers als Friesinger, die zich nu op de middenafstanden richt, en de langdurig geblesseerde Cindy Klassen. Dit seizoen domineren niet voor niets stayers als Claudia Pechstein (Europees kampioene) en Martina Sablikova (wereldkampioene). Twee schaatssters die uitstekend hun lichaam aanvoelen en niet starten als ze niet gezond zijn. En dat in elk geval nooit als excuus aanvoeren voor tegenvallende prestaties.

In een druk olympisch jaar zullen Kemkers, Van Deutekom en Wüst scherpe keuzes moeten maken. Steeds opnieuw luisteren naar het lichaam, een cruciale kwaliteit in de top. Eric Heiden voelde zich vlak voor het WK van 1977 kansloos, omdat hij overtraind was. Wegens dooi ging het toernooi in Davos niet door en twee weken later pakte de uitgeruste Amerikaan zijn eerste wereldtitel. Hij had weer een stapje gemaakt. En vier jaar lang zou hij niet meer verliezen.