Over de jaren dertig en het antisemitisme

De Partij voor de Vrijheid (PVV) zou na de verkiezingen van 4 juni weleens de grootste Nederlandse fractie in het Europees Parlement kunnen vormen. Die voorspelling doet HP/De Tijd, op basis van de laatste peiling van Maurice de Hond (25 Kamerzetels, twee minder dan het CDA) en het anti-Europese standpunt van Geert Wilders. Daarbij wordt kennelijk verondersteld dat de economische crisis geen grote rol zal spelen bij de kiezers. Een forse zetelwinst van de SP, als tegen die tijd de pijn van massaontslagen en noodmaatregelen goed voelbaar wordt, lijkt immers minstens zo waarschijnlijk.

In afwachting van wat komen gaat, schuift Revu alvast Wilders’ werkverslaafde, ambitieuze en openhartige fractiegenoot Hero Brinkman („Ik ben een ontiegelijke streber”) naar voren als kandidaat voor het ministerschap van Binnenlandse Zaken. Dat zou althans volgens Brinkmans vader de grootste ambitie zijn van zijn zoon, die dat zelf dubbelzinnig tegenspreekt: „O, wat een boef, dat mag hij nooit zeggen.”

Spannende tijden, vindt ook Elsevier, dat in een uitgebreide analyse de vraag probeert te beantwoorden of de huidige crisis lijkt op die van de jaren dertig. Conclusie: er zijn verschillen, maar „ook angstaanjagend veel overeenkomsten.”

De Groene Amsterdammer legt in een zorgvuldige geformuleerd stuk van de Britse socioloog Frank Furedi (bekend van het boek Where Have All the Intellectuals Gone?) een voorzichtig verband tussen de crisis en de groei van het antisemitisme in Europa. Dat zou vooral zichtbaar worden in het economisch zwaar getroffen Spanje, waar het hand in hand gaat met anti-amerikanisme. Volgens recent onderzoek van het ministerie van Onderwijs zou meer dan 50 procent van de middelbare scholieren in Spanje liever niet naast een Joodse klasgenoot willen zitten. Furedi schat het aantal Joden in Spanje op niet meer dan 20.000, maar constateert ook in andere Europese landen „de absorptie van antisemitische sentimenten” door links.

Een ander onderzoek, uit 2007 (dus ver voor de Gaza-oorlog), stelt dat „een ongunstige indruk van Joden” voorkomt bij 37 procent van de rechtse kiezers in Europa, 28 procent van de linkse kiezers en 26 procent van het electoraat van middenpartijen.

Het is er sindsdien slechter op geworden, volgens Furedi, die ongelooflijke voorbeelden geeft uit Engeland, Italië en Denemarken. Maar ook de aanklacht tegen Harry van Bommel (SP) figureert prominent in zijn analyse, die begint met de kanttekening dat de neiging van veel Israëliërs om elke kritiek antisemitisch te noemen de bestrijding van echte vooroordelen compliceert.