Of is de banenmarkt in 2010? dit 2010?

Politici, economen en hun publiek zijn voortdurend bezig met de toekomst.

Maar de voorspellingen die ons nu bang maken, hoeven geen werkelijkheid te worden.

Een economische krimp van 3,5 procent, die de ergste belooft te worden sinds 1931 – in vredestijd. Een werkloosheid die zal oplopen tot 10 procent van de beroepsbevolking. Een begrotingstekort dat kan stijgen tot 5,5 procent van het bruto binnenlands product – bijna tweemaal het maximum dat in de eurozone is toegestaan. Nederland gaat een bijzonder slecht 2009 en 2010 tegemoet. Dat was dinsdag het schokkende nieuws van het Centraal Planbureau.

Maar kijk eens opnieuw naar de werkwoorden in het begin van de vorige alinea: ‘belooft te worden’, ‘zal oplopen’ en ‘kan stijgen’. 2009 is nog nauwelijks begonnen en we weten kennelijk al hoe het jaar afloopt. Er bestaat op dit moment een diepe kloof tussen de dreigende crisis aan de horizon en de werkelijkheid van vandaag. Waar zijn die kleine 900.000 werklozen die worden voorspeld? Kennelijk lopen er nu een half miljoen werknemers rond die zonder het te weten al een kruis op hun voorhoofd hebben: ontslag tussen nu en anderhalf jaar.

Dat maakt de recessie onwerkelijk: ze is er, maar we voelen haar nog niet. De kredietcrisis was de bliksem, de cijfers over de recessie die volgt zijn de donder, die pas later kwam aanrollen. Maar de hoosbui die zal volgen, is nog niet losgebroken. Dat we de malaise nog niet voelen, heeft niet alleen te maken met dit traagheidseffect, dat er overigens ook steevast voor zorgt dat de economie al lang weer is opgeveerd als iedereen denkt dat het nog recessie is. De jaren tachtig werden nog lang beheerst door de zware crisis aan het begin van dat decennium.

Er is nog een belangrijke reden waarom de recessie er nu al is. Nieuws ging vroeger vooral over zaken die waren gebeurd, die zich hadden voorgedaan en waarvan verslag werd gedaan. Technologie heeft ervoor gezorgd dat het mogelijk werd om verslag te doen van gebeurtenissen die zich nu, op dit moment, voordoen – waar ook ter wereld. Maar het nieuws is inmiddels al lang weer opgeschoven. De voorspelling en de vooruitblik maken een steeds groter deel uit van het nieuws dat we tot ons nemen. Nieuws is kortom verschoven van het verleden naar de toekomst.

Dat geldt niet alleen voor de informatie die we krijgen. Lenen was vroeger ongewoon, maar is nu de normaalste zaak van de wereld. Terwijl het aangaan van een schuld in wezen neerkomt op het besteden van toekomstig inkomen. Aandelen zijn populairder geworden als belegging – maar de waarde van een aandeel is niets meer of minder dan de optelsom van toekomstige bedrijfswinsten. En de prijs van een vat olie werd nog niet zo lang geleden beheerst door de spotmarkt, een contante markt waarop je vandaag afrekende. Dat kan allang niet meer. Olie is te koop op de termijnmarkt, waar je de prijs betaalt zoals die kennelijk over een maand, twee maanden of langer zal zijn als de olie daadwerkelijk wordt geleverd.

Zo zijn er tal van voorbeelden die duidelijk maken dat de toekomst het aan het winnen is van het verleden. Politieke partijen stellen hun beleid bij op basis van opiniepeilingen over zetelwinst bij de volgende verkiezingen, ook al zijn die pas over twee jaar. Cijfers over de economie – bijvoorbeeld de economische groei – zijn verouderd als ze uitkomen: vorige week gingen ze over de groei in het vierde kwartaal van vorig jaar.

Daar wordt geen genoegen mee genomen. Het wemelt inmiddels van de voorlopende indicatoren en opiniepeilingen: het consumenten- en productenvertrouwen, de inkoopmanagersindex en de voorlopende indicatoren van bijvoorbeeld de OESO, de denktank van rijke industrielanden. En daar bovenop regeren de economische prognoses: die van het IMF, van de OESO, van de nationale instituten zoals het Centraal Planbureau en van tal van economische bureaus van grote banken of andere instellingen. Die prognoses komen niet twee maal per jaar zoals voorheen, maar vier of zelfs acht keer per jaar.

Dat de toekomst een steeds grotere rol speelt, betekent niet dat de visie daarop accurater wordt. De modellen nemen in complexiteit toe, maar zijn ze beter? Het Centraal Planbureau voorzag in december nog een economische krimp van 0,75 procent. Twee maanden later werd dat bijgesteld tot een krimp van 3,5 procent. Dat is ongehoord. Klopte de visie van december dan totaal niet of moet de nieuwe raming met een schep zout worden genomen?

Voorspellers doen hun werk naar eer en geweten. Maar ze hebben wel een ingewikkelde verantwoordelijkheid: enerzijds moeten zij het publiek vertellen wat zij denken dat er gaat gebeuren. Anderzijds kan hun voorspelling de werkelijkheid beïnvloeden als iedereen zich er naar gaat gedragen.

De toekomst is per definitie niet kenbaar. Het enige wat mogelijk is, is om er een slag naar slaan: een educated guess, zoals de Britten het zouden noemen. Hoe goed we er in zijn, is door de kredietcrisis wel gebleken. Wat daar fout is gegaan, is in wezen een kolossale, roekeloze gok op de toekomst: hoeveel huiseigenaren hun schulden zouden kunnen aflossen, hoe de prijzen van woningen zich zouden gedragen, hoe de koersen van verschillende beleggingen op de financiële markten met elkaar samenhangen. De giftige producten zijn ooit door de één verkocht aan de ander, en daarbij is door de verkoper de toekomst al vast contant gemaakt en in eigen zak gestoken. Pas nu blijkt de werkelijke prijs.

De kredietcrisis is zo bezien een toekomstcrisis, een massaal op hol geslagen extrapolatie die uit de bocht vloog. Dat is een les voor de recessie die volgt. Wordt zij zo erg als nu wordt gevreesd of redeneren we opnieuw blind de toekomst in op basis van een desastreus afgelopen halfjaar? Niemand die het weet en kan weten. Tijd om met beide benen op de grond te staan. In het nu.