Noord-Limburg blijft tijdens economische crisis ambitieus

Noord-Limburg wil met het bedrijventerrein Greenport een wereldspeler worden op het gebied van tuinbouw en logistiek. Dat vergt wel een investering van 2 miljard euro.

Greenport/Klavertje Vier is een verhaal van de grote getallen en de imponerende artist impressions: 25.000 nieuwe banen in tien jaar, 2 miljard aan investeringen, een te ontwikkelen gebied van 5.400 hectare (vergelijkbaar met de Tweede Maasvlakte). In de plannen is zelfs voorzien in een eigen luchthaven.

De naam Klavertje Vier, die verwijst naar de nabijgelegen kruising van de snelwegen A73 (Roermond-Nijmegen) en A67 (Eindhoven-Venlo), komt terug in het ruimtelijk ontwerp: bedrijven zijn steeds per vier gegroepeerd in een klavervorm.

Voorlopig zijn het papieren toekomstdromen. De huidige werkelijkheid is die van een regio Noord-Limburg met een grote logistiek- en tuinbouwsector, maar wel een economie die als een kaartenhuis in elkaar stort. Dat de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas, Sevenum en Maasbree en de provincie 130 miljoen euro in het gebied willen steken, is prachtig, maar de ontwikkeling staat of valt met de bereidheid van marktpartijen om in het avontuur te stappen.

Gedeputeerde Ger Driessen (CDA, Ruimtelijke Ontwikkeling) haalt huis-tuin-en-keukenrecepten van stal. „Juist in deze tijd kunnen groente en fruit de economie weer gezond maken.” Driessen begeleidt veel projecten in Limburg, maar Greenport/Klavertje Vier is zijn favoriet. „Hier is nog ruimte”, zegt de gedeputeerde, zelf afkomstig uit Horst. „Ook logistiek is dit een uitstekende plek, dichtbij de afzetmarkten.”

Het gebied wil zich niet blindstaren op productie en logistiek alleen. Driessen: „Door flink in te zetten op onderzoek en onderwijs moet internationaal het verschil worden gemaakt.” De gedeputeerde haalt het regeerakkoord aan, waarin de as Eindhoven-Venlo met naam en toenaam wordt genoemd als economisch groeigebied met Eindhoven als brainport en Venlo als greenport. Die twee kwaliteiten moeten elkaar wederzijds kunnen versterken, vindt Driessen.

De VVD'er Mark Verheijen, wethouder van Economische Zaken in Venlo, mag graag benadrukken dat de gruwelverhalen over Limburg meestal opgaan voor het zuiden van zijn provincie en niet voor het noorden. Voor de crisis groeide de economie daar in rap tempo. Van bevolkingskrimp is in Venlo en omgeving ook nog geen sprake. Scenario’s voorzien die wel voor de toekomst, maar Verheijen denkt dat zijn regio een uitzondering kan vormen, mede dankzij Greenport/Klavertje Vier. Hij wijst op het Ruhrgebied met zijn 18 miljoen inwoners dat om de hoek ligt.

Om bestuurlijke versnippering en vertraging te voorkomen is het de bedoeling dat een overheids-NV de uitvoering van de plannen verzorgt, zoals dat ook met de Rotterdamse haven en Schiphol gebeurt. Zelfs bij de zwartste CPB-cijfers blijft Verheijen optimistisch. „Als scherper wordt gekozen, winnen de regio’s met de grootste kansen.” Met de Floriade 2012 op Greenport/Klavertje Vier denkt hij een uithangbord voor het bedrijventerrein te hebben.

Niet iedereen is zo lyrisch. De SP’er Thijs Coppus heeft op twee manieren te maken met Greenport/Klavertje Vier. Hij is raadslid in Horst aan de Maas, een van de betrokken gemeenten. Tegelijkertijd is hij fractievoorzitter in Provinciale Staten, waar de SP de tweede partij is en de grootste van de oppositie. Hij heeft zijn bedenkingen bij het vandaag gepresenteerde plan: „Greenport/Klavertje Vier in de huidige opzet is een keuze voor grootschaligheid. De grote ondernemingen slokken de kleine op. Een keuze voor kwaliteit is mij liever. We doen andere landen na, in plaats van dat we het onderscheid maken. Boeren en tuinders gaan het loodje leggen en met hen verdwijnt hun ambachtelijke kennis. Voor hen in de plaats komen de managers die vooral verstand hebben van bedrijfsvoering. De ruimtelijke ingreep is bovendien gigantisch: de buffer tussen stad en land, agrarisch cultuurlandschap, verdwijnt.”

Dat de ontwikkeling van het immense bedrijventerrein zou moeten worden overgedragen aan een overheids-NV bevalt Coppus ook niet: „Gemeenteraden en Provinciale Staten horen de kaders te stellen. Dat moet niet worden overgelaten aan een bedrijf.”