Niet mediageniek, maar verder ging ?t best goed

Vandaag verschijnt het boek van oud-minister Vogelaar Twintig maanden knettergek.

Daaruit blijkt dat ze ook zelf heeft bijgedragen aan haar eigen nederlaag.

Ella Vogelaar vertelt net over haar slechte ervaringen met PvdA-partijleider Wouter Bos in de tijd dat ze nog minister was, als haar partner Onno Bosma even haar rechter elleboog aanraakt. Ze kijkt opzij: „Wat is er?” Met een glimlach doet hij voor hoe ze haar armen voor zich gekruist houdt, de klassieke defensieve pose. Ze aarzelt even. „Ach, hier zijn toch geen camera’s bij.”

Vogelaar en Bosma presenteren vandaag het boek over de ervaringen van haar slecht afgelopen ministerschap. In de bijna twee jaar dat ze minister was, hield Bosma een dagelijks „logboek” bij. Daarin schreef hij op wat Vogelaar hem over haar werk vertelde als ze na een dag werken thuiskwam. Het logboek is de basis voor het bijna 350 pagina’s tellende boek Twintig maanden knettergek.

Het is een verhaal geworden over steeds terugkerende onenigheid met woningcorporaties over de financiering van de veertig probleemwijken, haar moeizame omgang met de media, de discussie met partijgenoten over haar kwaliteiten als minister en de problemen met haar ambtenaren over de kwaliteit van hun werk. De rode draad in die serie confrontaties is de slechte verstandhouding met Bos. „Ik heb twintig maanden een gevecht met Wouter gevoerd”, zegt ze in het gesprek over het boek.

Eén ding is duidelijk: Vogelaar voelde zich niet thuis in de landelijke politiek. Dat blijkt steeds weer in het boek: het zijn de wijken waar ze zich geliefd en gewaardeerd voelt en waar ze haar energie vandaan haalt. In Den Haag voelde ze zich onbegrepen. „Ik heb onderschat hoe belangrijk het politieke gekonkel is. Ik wil er ook niet aan meedoen, het is beneden mijn waardigheid.”

Toch vindt ze haar ministerschap geen mislukking, integendeel. Eigenlijk ging het heel goed: het duurde anderhalf jaar, maar uiteindelijk kwam er geld voor de wijkenaanpak. In de integratienota die de partij nu presenteert, vindt ze vooral haar visie terug, niet die van Bos. En Vogelaar deed juist wat bij de PvdA zo lang had ontbroken: de wijken in om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen. „Je lost geen problemen op door oneliners de wereld in te slingeren.”

Hoewel Vogelaar geregeld haar bewondering voor Bos uitspreekt, omschrijft ze hem vooral als een onbetrouwbare, weinig empathische en slecht communicerende PvdA-leider. Dat levert teksten op zoals: „Wouter lijkt in ieder geval niet aanspreekbaar op zijn verantwoordelijkheid als partijleider”, over de onenigheid met de woningcorporaties. Tegen partijvoorzitter Lilianne Ploumen vertelt Vogelaar later dat „Wouter faalt in zijn taak als teamleider”. Weer later schrijft ze aan Bos zelf: „Er zijn naar mijn mening erg veel politici die alleen maar zenden en weinig echt luisteren naar wat mensen te zeggen hebben. Dat geldt ook voor jou. Het zou je sieren inhoudelijk op commentaren in te gaan in plaats van mensen te etiketteren als de oude garde.” Als Bos haar vertelt dat er „hem herhaaldelijk wordt gevraagd je te lozen”, schrijft Vogelaar: „Wouter is moeilijk te peilen. Schrale troost: dat zegt bijna iedereen die met hem te maken heeft.”

Maar uit het boek blijkt ook dat Vogelaar heeft bijgedragen aan haar eigen nederlaag, en niet alleen door haar onvermogen om ruzies met haar baas te vermijden. Ondanks haar vaste voornemen om niet in het kabinet te stappen als ze niet mag meepraten over het regeerakkoord en als een deugdelijke financiering van de wijkenaanpak ontbreekt, doet ze het toch. Herhaalde signalen dat er binnen de partij veel ontevredenheid over haar is, lijken haar niet te deren. Ze gelooft het niet. En eigenlijk vindt ze de partij ook niet zo interessant. Op een ‘heidag’ met de PvdA-top is ze „vooral als toekijkende buitenstaander”. Ze beseft dat ze maar weinig binding heeft met de partij.

Veel mensen zagen in haar mediaoptredens een belangrijke oorzaak van haar voortijdige vertrek. Berucht zijn het interview met Rutger Castricum van GeenStijl en haar optreden in Pauw en Witteman. „Het is me niet gelukt een manier te vinden daar mee om te gaan”, zegt Vogelaar nu. Maar eigenlijk wil ze dat ook liever niet: „Ik ben er ook absoluut trots op. Ik walg van die populistische media, ik weiger daarin mee te gaan.”

In het boek beschrijft Vogelaar dat ze steun ervaart van veel prominente PvdA’ers zoals Frans Timmermans, Job Cohen, Jacques Tichelaar en Jacqueline Cramer. Als ze hoort dat Bos achter haar rug werkt aan een eigen oplossing om geld bij corporaties weg te halen, zegt Ferd Crone, toen nog Kamerlid: „Ja, dit zijn de streken van Wouter.” Als Bos met de Volkskrant over integratie praat, schrijft Vogelaar hoe staatssecretaris Nebahat Albayrak haar een sms’je stuurt vol afkeuring over het interview.

Toch waren er, ondanks die door Vogelaar gevoelde steun, ook genoeg signalen dat het tussen haar en de partij niet goed zou aflopen. In een briefwisseling met Wouter Bos over hun meningsverschillen over integratie, schrijft hij: „Uit je brief krijg ik niet de indruk dat je je realiseert hoe precair je eigen positie in de partij is. Vanuit de hele partij, maar ook vanuit het kader en bij de Kamerfracties bestaan grote zorgen [...]”

Hoe kan Vogelaar met dat soort waarschuwingen verrast zijn geweest door haar gedwongen vertrek? Het was „een dubbelzinnige” boodschap van Bos, zegt ze nu. Want hij zei er bij dat hij haar zou steunen. Zo wist ze dat het goed zat.

Zo blijft Vogelaars vertrek in haar eigen ogen onbegrijpelijk. Behalve een wat zwak mediaoptreden, ging bijna alles goed, werd de wijkenfinanciering geregeld, blijkt ze gelijk te hebben over integratie en stonden veel PvdA’ers in haar ruzies met Bos aan haar kant. „Ik had nooit het gevoel dat het vijf voor twaalf was.”

Twintig maanden knettergek. Dagboek van een ministerschap, door Ella Vogelaar en Onno Bosma, uitgeverij Balans, 16,95 euro