'Israël en Hamas allebei fout'

Nu het stof in Gaza is neergedaald, onderzoekt Human Rights Watch het optreden van de strijdende partijen. „Israël had ook bij woongebieden installaties”.

Hamas heeft zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven door moedwillig raketten af te schieten op door burgers bewoond gebied. En doet dat, trouwens, nog steeds. Dat is simpel, zegt Fred Abrahams van Human Rights Watch (HRW). En Israël heeft volgens hem het oorlogsrecht geschonden. Maar dat ligt ingewikkelder. Abrahams heeft zojuist twee weken in de Gazastrook doorgebracht met drie collega’s van de mensenrechtenorganisatie om onderzoek te doen naar het oorlogsgedrag van Hamas en Israël.

Je hebt geen vijf minuten nodig om de verdediging van Hamas – bijvoorbeeld dat álle Israëliërs militairen zijn – door te prikken. Dat de Palestijnse raketten sinds het jaar 2000 in totaal 18 mensen het leven kostte tegen zo’n 1.300 Palestijnse doden tijdens het Israëlische offensief van 27 december tot 18 januari in de Gazastrook, is daarbij niet van belang.

Heeft het Israëlische leger zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven? De vraag is: zijn burgers opzettelijk als doelwit genomen en is disproportioneel geweld gebruikt? Abrahams: „Israël verklaarde publiekelijk dat iedereen en alles die op de een of andere manier met Hamas is gelieerd, legitiem doelwit was. Dat is een gevaarlijke misinterpretatie van het recht”. Strijders van Hamas en andere Palestijnse groepen waren volgens het oorlogsrecht legitiem doelwit, aldus Abrahams, die nu in Nederland bezig is aan de uitwerking van het onderzoek in de Gazastrook. Maar Israël begreep daaronder ook politiek/civiele instituties als ministeries en het parlement, gerechtsgebouwen, politiebureaus en de talrijke welzijnsorganisaties van Hamas.

In de eerste dagen van het Israëlische offensief werden tientallen politieagenten gedood bij aanvallen op politiebureaus, onder wie rekruten. Zij zouden een legitiem doelwit zijn als ze in hun vrije tijd deelnamen aan de gewapende strijd of als er op de politiebureaus wapens zouden zijn opgeslagen. „Maar dat is ‘als’ – we weten het niet. Wanneer we van het begin ‘aannemen’ dat dit militaire doelwitten zijn, dan zullen burgers sterven. Het is moeilijk om de waarheid vast te stellen. Maar het is gevaarlijk om aan te nemen dat iemand een militaire functie heeft”.

Als eenmaal is vastgesteld dat iets of iemand een legitiem doel is, op basis van feitelijke informatie, dan moet de aanval proportioneel zijn – dat wil zeggen dat niet zonder meer de zwaarste wapens worden ingezet. Maar, zegt Abrahams, de wapenexpert in zijn team heeft vastgesteld dat Israël vaak wapens heeft gebruikt die geschikt zijn voor het slagveld, niet voor strijd in stedelijk gebied. Als voorbeeld geeft hij het gebruik van 150 mm artillerie in dichtbevolkte gebieden. Dit is een wapen dat volgens de Israëlische regels niet mag worden gebruikt binnen 300 meter van bevriende troepen omdat anders de kans te groot is dat door eigen vuur doden of gewonden vallen.

Het gebruik van wit-fosforgranaten is in principe niet illegaal, maar het hangt er wel van af hoe het wordt ingezet. Als het boven open terrein wordt gebruikt om een rookgordijn te leggen ter bescherming van eigen troepen, is er geen probleem. „Het wordt wel een probleem als het wordt gebruikt in stadscentra, wat is gebeurd. We hebben vier gevallen diepgaand onderzocht en gedocumenteerd. Volgens de Geneefse conventies mag je geen onnauwkeurige wapens gebruiken in stedelijk gebied – analoog aan de raketten van Hamas. Fosfor brandt in tot op het bot. In Gaza en Jabalya werd wit fosfor gebruikt terwijl er geen troepen op de grond actief waren om te beschermen. Dus waarom werd het dan ingezet?”

Op vragen van HRW naar het gebruik van 150 mm artillerie antwoordde het leger dat een onderzoek gaande is. Er is nog geen antwoord gekomen op vragen over wit fosfor. De kwestie van proportionaliteit speelt ook bij de Israëlische mortierbeschieting op 6 januari bij een VN-school in de Gazastrook, waarbij in de onmiddellijke omgeving meer dan 40 Palestijnse doden vielen. Israël zegt dat het reageerde op schoten van Hamas. Het is, zegt Abrahams, toegestaan om terug te schieten, ook al zijn mogelijk burgers aanwezig. Hamas was in overtreding, omdat het burgers in gevaar bracht. Was Israël ook in overtreding? Volgens getuigen wachtte de Israëlische eenheid zeker een kwartier met haar antwoord. Er was dus tijd om de aanwezigheid van burgers vast te stellen – „en de Israëliërs hebben hele goede informatie”.

Israël beschuldigt Hamas ervan burgers als menselijk schild te hebben gebruikt, wat een oorlogsmisdrijf is, omdat het vanuit door burgers bevolkt gebied actief was. Maar Israël gebruikt die term verkeerd, zegt Abrahams. „Menselijk schild is heel specifiek. Ik neem jou mee naar een appartement en hou je daar vast terwijl ik van daaruit ga schieten. We hebben daarvan geen bewijs gevonden. Een stedelijk conflict is als zodanig niet illegaal”.

Israël, zegt Abrahams, kan hetzelfde worden verweten als Hamas. „Er wordt weinig over gesproken dat ook Israëlische militaire installaties zich vlakbij woongebieden bevinden.”

Human Rights Watch is er nog niet uit of het om oorlogsmisdrijven gaat. De organisatie wil terug naar Gaza om daar verder onderzoek te doen. Maar tot dusverre weigert Israël daarvoor toestemming.

Reportages uit de Gazastrook op nrc.nl/gaza