IJsland betaalt niet alles terug

Lagere overheden en bedrijven in Nederland die in totaal circa 400 miljoen euro hadden gedeponeerd bij de failliet gegane IJslandse Landsbanki, krijgen hun tegoeden waarschijnlijk niet volledig vergoed.

Dit blijkt uit de verklaring die de IJslandse minister van Economische Zaken Gylfi Magnusson gisteren gaf voor het Britse Sky News. Magnusson zei dat „Engelse lokale overheden en andere crediteuren van de ten onder gegane IJslandse banken zullen moeten wachten tot we de bezittingen van deze banken hebben verkocht. Dit vergt helaas tijd en veel crediteuren zullen geen volledige vergoeding krijgen.”

Het is voor het eerst sinds de IJslandse bankencrisis dat een IJslandse bewindsman verklaart dat de tegoeden bij Landsbanki – en haar internetspaarbank Icesave – niet volledig zullen worden vergoed. Minister Magnusson, een niet partijgebonden econoom, waarschuwde dat de bezittingen van de drie IJslandse banken die in oktober werden genationaliseerd, „eenvoudig niet voldoende zijn om alle crediteuren te betalen”.

Magnusson maakt deel uit van de onlangs aangetreden linkse IJslandse minderheidsregering. Minister Steingrimur Sigfusson (Financiën) gaf eerder al aan dat volledige vergoeding van de Icesave-tegoeden niet mogelijk is. Op 25 april worden in IJsland verkiezingen gehouden. In Reykjavik wordt aangenomen dat de huidige regering de bittere Icesave-pil liever overlaat aan de regering die na de verkiezingen wordt gevormd.

Ruim 120 Britse lokale overheden hadden geld bij Icesave gedeponeerd toen Landsbanki oktober vorig jaar failliet ging. Nederlandse spaarders bij Icesave krijgen een vergoeding tot maximaal 100.000 euro voor hun Icesave-tegoeden. Lagere overheden zoals de provincie Noord-Holland (die 75 miljoen bij Landsbanki had gedeponeerd) en ruim 400 Nederlandse spaarders die meer dan 100.000 euro hadden ingelegd bij Icesave, wachten al maanden op vergoeding van hun inleg. Het ministerie van Financiën behartigt de belangen van de lagere overheden.