En dan nu: de gouden zeepbel

Noodmaatregelen tegen de kredietcrisis kosten geld, veel geld. De Amerikaanse president Obama sleept er een crisisprogramma door van bijna 800 miljard dollar, terwijl de auto-industrie aanklopt voor nog meer geld. De financiële sector in de VS wordt gesteund met 700 miljard, en dat kan nog oplopen. Wie alle nationale programma’s in de Europese Unie bij elkaar optelt komt voor de financiële sector op soortgelijke steunbedragen, hoewel de macro-economische steun relatief kleiner is. Japan plant een grote stimulering, en China zet tegen de 500 miljard opzij.

Europese landen kampen intussen ook nog met problemen met zwakke landen binnen de eurozone. De Duitse minister van Financiën Steinbrück sloot gisteren niet langer uit dat er steun van de rijkere eurolanden richting probleemlanden zal moeten vloeien, al was het maar om twijfels aan de euro zelf de kop in te drukken. De belofte uit het Verdrag van Maastricht, zeventien jaar geleden, dat deze steun er nooit zou komen, wankelt. En dan is er nog Oost-Europa dat Westerse steun vraagt.

Maar waar komt al dat geld vandaan? Het antwoord is simpel: lenen en scheppen. Overheden lenen recordbedragen om hun begrotingstekorten te financieren, die oplopen naarmate de steun stijgt en de inkomsten vallen. Centrale banken accepteren steeds wrakker onderpand van de commerciële banken in ruil voor geld. Het lijkt een kwestie van tijd voordat, net als in Japan, de centrale banken worden ingezet om rechtstreeks staatsschuld op te kopen. In de VS wordt er al openlijk over gesproken.

Al dat nieuwe en geleende geld moet ten koste gaan van de wisselkoers. Er wordt tenslotte meer geld gemaakt, dat dus minder waard zou moeten worden. Maar wat nu als iedereen tot dit soort maatregelen overgaat? Dan is een wisselkoers tussen bijvoorbeeld euro en dollar slechts een verhouding tussen twee munten die allebei zwak zijn. Het is dan ook geen toeval dat de belangrijkste monetaire maatstaf het zo goed doet: goud stijgt ten opzichte van alle valuta’s. Of beter: alle valuta’s dalen ten opzichte van goud.

De prijs van goud is, met 972 dollar per troy ounce (31,1 gram) hard op weg om het record van 1011 dollar van maart vorig jaar naar de kroon te steken. Maar in euro’s gaat het al veel harder. Door de gedaalde koers van de euro tegenover de dollar, breekt de goudprijs in euro’s al record na record. Vanmorgen was goud 776 euro waard, en dat is al een zesde meer dan het record van oktober vorig jaar. Wie dacht dat de financiële markten in de afgelopen twintig jaar alle achtereenvolgende zeepbellen hadden opgeblazen die beschikbaar waren rekent mis. Ze hebben er toch nog ééntje weten te vinden.

Maarten Schinkel