Een andere wereld

In de jaren dertig zag je in de straten van Londen soms werklozen – vaak waren het veteranen van de Eerste Wereldoorlog – met kleurkrijt op de trottoirs grote afbeeldingen maken van bekende schilderijen van de National Gallery. Wanneer het werk af was, schreven ze eronder, naast de pet waarin voorbijgangers hun penny konden deponeren: „All my own work.”

Nu, dat kan ik niet zeggen van wat er nu volgt. Wat is het geval? Als niet-katholiek met een protestantse achtergrond – mijn familie heeft nogal wat predikanten voortgebracht – heb ik me vorige week op glad ijs begeven, toen ik over de crisis schreef die de paus had ontketend door de excommunicatie van vier traditionalistische bisschoppen, onder wie een die beweert dat er geen ‘Auschwitz’ is geweest, op te heffen.

Glad ijs – want onbekend met de fijne kneepjes van de rooms-katholieke kerkleer en -orde, heb ik daarbij een paar uitglijders begaan. Prof. Marcel Broesterhuizen, theoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven, maakte mij daar vriendelijk op opmerkzaam. Zijn groter gezag op dit gebied aanvaardend, wil ik nu – bij wijze van correcties, waarop de lezer recht heeft – hier verder, in grote trekken, weergeven wat hij mij schreef. Wat nu volgt is dus niet ‘all my own work’.

In de eerste plaats had ik geschreven dat de paus, door de excommunicatie van de vier bisschoppen ongedaan te maken, ook het schisma had opgeheven. Nee, zegt prof. B., „opheffing van de excommunicatie houdt alleen in dat men in gesprek gaat met elkaar, maar de vier bisschoppen mogen nog steeds niet als zodanig functioneren in de kerk”. Zij blijven wat heet ‘gesuspendeerd a divinis’. „Dat betekent ook dat een katholiek nog steeds niet naar een mis mag gaan die door deze mensen wordt opgedragen.” Het schisma is dus niet opgeheven.

Vervolgens schrijft hij dat – anders dan de indruk die ik wellicht gevestigd heb – de hervormingen die het Tweede Vaticaanse Concilie heeft ingevoerd, heel wat meer inhouden dan de hervorming van de liturgie. Die is eigenlijk maar bijzaak. „Kernpunten betreffen de kerkvisie, de visie op de oecumene, op de andere godsdiensten, op de relatie tussen kerk en wereld. De paus heeft duidelijk gezegd dat herstel van de eenheid alleen mogelijk is als deze kernpunten van Vaticanum worden onderschreven” (wat de vier bischoppen nog niet hebben gedaan).

Verder had ik geschreven dat de kerk zich als een corpus mysticum ziet en dat elk mysterie een geheimtaal vereist: dus mis in het Latijn, dat weinige gelovigen verstaan. Prof. B. schrijft: corpus mysticum betekent „dat de kerk zichzelf, maar heel de gemeenschap van gelovigen (die verder reikt dan de zichtbare kerk zelf) ziet als het lichaam van Christus. Dit is overigens geen exclusief katholieke leer. De vrijgemaakte gereformeerden spreken over de kerk als het verrijzenislichaam. Dat is gewoon hetzelfde.

„De leer van het Mystiek Lichaam heeft niets met de oude liturgie te maken, maar met de opvatting dat gelovigen als een lichaam met elkaar verbonden zijn en in die eenheid Christus tegenwoordig stellen in de wereld. Dat besef is niet verloren gegaan door de hervorming van de liturgie, maar doordat die hervorming op drift geraakt is en het gemeenschapsbesef in samenhang met de secularisatie verdwenen is.”

Wat bisschop Williamson betreft, die ‘Auschwitz’ ontkent: ik had geschreven dat hij weer tot de kerk was toegelaten. Prof. B.: „Er is alleen een excommunicatie opgeheven, maar van wedertoelating of rehabilitatie is geen sprake.” Ook verwerpt hij de mening dat de paus het geseculariseerde Europa heeft opgegeven. Juist omdat de eenheid voor katholieken een centraal gegeven is, wil de paus de deur van de dialoog naar zoveel mogelijk christenen openzetten.

„Zijn verwachting is daarbij geweest dat, als die deur zou open worden gezet en Vaticanum II zou worden aanvaard, verschillende onjuiste opvattingen wel zouden worden bijgesteld. Dat is naïef, want het is niet onwaarschijnlijk dat Williamson door zijn uitlatingen willens en wetens een bom onder dit proces heeft willen leggen.”

Overigens zal de paus „wel geweten hebben van het feit dat de broederschap (van de vier afvallige bisschoppen) het conciliedocument Nostra Aetate (dat de Joden nog steeds het volk zijn van het eerste verbond, dat door het nieuwe verbond niet verbroken is) niet aanvaardt”, maar dat betekent op zichzelf nog geen antisemitisme of negationisme (ontkenning van ‘Auschwitz’).

Tot zover prof. Broesterhuizen, die overigens niet de enige lezer is van wie ik een reactie ontving. Een hunner maakt mij erop opmerkzaam dat Vaticanum II de Latijnse mis niet, zoals ik schreef, heeft afgeschaft. Het heeft slechts toegestaan dat de mis in de volkstaal wordt gehouden, „maar het Latijn bleef, ook onder de nieuwe ritus gebruikt worden, ja zelfs aanbevolen”.

Het is niet mijn bedoeling met degenen die mij geschreven hebben en die ik voor hun reacties dank, in discussie te gaan. Daarvoor ben ik niet thuis genoeg in de rooms-katholieke kerkleer en -orde. Die wereld blijft mij vreemd. Maar de wereld is vol van elkaar vreemde werelden en culturen, die wij niet hoeven te doorgronden om soms toch indrukwekkend te vinden.

Wilt u reageren? Mail de auteur via dezerdagen@nrc.nl of reageer via nrc.nl/heldring