Doemtijdingen GM aan verkeerde adres gericht

Waarom zou de Amerikaanse belastingbetaler General Motors (GM) met nog eens 16 miljard dollar te hulp schieten? Nog maar twee maanden geleden beweerde de kwakkelende Amerikaanse autoproducent immers dat de eerste 13 miljard dollar zou volstaan. Het concern betoogt nu, in het herstelplan dat het op 17 februari bij het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft ingediend, dat het failliet laten gaan van GM 100 miljard dollar of meer zal gaan kosten, en dat het grootste deel van dat bedrag door de Amerikaanse regering ter beschikking zou moeten worden gesteld. Daarmee vergeleken lijkt het jongste hulpverzoek een schijntje.

Het is de laatste wending in het pleidooi van GM tegen het aanvragen van surséance van betaling, na de beweringen van vorig jaar dat dat de Amerikaanse economie in het verderf zou storten, meer dan drie miljoen banen op het spel zou zetten en de nationale veiligheid in gevaar zou brengen. Chrysler heeft voor een soortgelijke aanpak gekozen, door nog eens 2 miljard dollar te vragen – bovenop de toegezegde 7 – en te betogen dat een faillissement misschien wel 25 miljard dollar zal gaan kosten.

Waarom denken beide concerns dat het aanvragen van surséance van betaling zo duur zal zijn? Dat is vooral het gevolg van een scherpe omzetdaling, op grond van de overtuiging dat veel minder mensen een auto zullen kopen van een failliete producent, plus steun voor toeleveranciers en dealers.

Een faillissement zou zeker een pijnlijk proces zijn. Maar GM en Chrysler verlaten zich allebei voor het grootste deel op een paar korte onderzoeksrapporten, waarvan de methodologie niet nader wordt uiteengezet. De logica is twijfelachtig. GM veronderstelt dat een faillissement zijn reputatie grote schade zal berokkenen. Maar de indruk dat het concern heeft gefaald is nu al wijdverbreid. Kan het imago van GM echt nog zoveel slechter worden?

De regering-Obama heeft er tenminste op gezinspeeld niet al te zachtzinnig met de autoproducenten uit Detroit te zullen omspringen. De geharde herstructureringsexpert Ron Bloom is aangetrokken als adviseur, en ingewijden verklaren openlijk dat een faillissement van een of meer van de Grote Drie een mogelijkheid is.

Hun taak is aan te tonen dat het Witte Huis het aandurft de daad bij het woord te voegen, en niet terugdeinst voor gruwelverhalen. Misschien kan GM zich met zijn onheilspellende beweringen beter richten tot andere belanghebbenden. Tot nu toe moet het concern nog overeenstemming bereiken met bonden en obligatiehouders, die allebei in geval van surséance van betaling waarschijnlijk veel slechter af zullen zijn. Als de doemtijdingen van GM hun ertoe aanzetten de noodzakelijke concessies te doen, vervullen ze misschien toch nog een nuttige rol.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com