De stad Jaroslavl heeft het zwaar

Ontslagen, loonsverlaging, helemaal geen loon, de Russische stad Jaroslavl kreunt onder de economische crisis. Nog houden de inwoners zich koest.

Op een zijtak van de bevroren Wolga turen vissers naar hun hengel boven de kleine gaten die ze in het ijs hebben geboord. „Ik eet mijn vangst op en verkoop niets”, zegt de bejaarde Volodja. „Ik heb maar een pensioen van 4.500 roebel (100 euro) per maand, dus de vis is welkom.”

Iets verderop boort de 23-jarige metaalbewerker Aleksej een gat in de rivier. „Ik heb een gedwongen vrije dag”, klaagt hij. „Op de fabriek werkt iedereen twee dagen minder, omdat we door de crisis minder produceren. Ik verdiende 15.000 roebel per maand. Nu is mijn loon ingekrompen, al heb ik nog geen kopeke gezien. Gelukkig woon ik bij mijn ouders. Een collega van mij heeft vrouw en kind en kan zijn huur niet meer betalen. Die is pas echt wanhopig.”

Jaroslavl, een 605.000 zielen tellende, bijna duizend jaar oude stad aan de Wolga, op zo’n 250 kilometer ten noordoosten van Moskou, heeft het zwaar. In het historische stadshart, met zijn kathedralen, koopmanshuizen, paleizen en flaneerpromenade langs de Wolga, merk je weinig van de crisis. Maar aan de rand van het centrum begint een andere wereld: die van het naar Lenin vernoemde industriegebied. De elf grote fabrieken hier hebben de afgelopen maanden zware klappen geïncasseerd. Personeel is ontslagen. De overige arbeiders werken één of twee dagen minder, in ruil voor inlevering van eenderde van hun loon.

„De crisis wordt in onze stad nu pas echt voelbaar”, zegt burgemeester Viktor Volontsjoenas op het stadhuis in de Andropovstraat. „De eerste tekenen zag je in oktober, toen bij de autofabriek de productie omlaagging omdat de vraag naar auto’s en losse onderdelen afnam. Het vuur sloeg over naar de motoren- en dieselmotorenfabriek. Die drie fabrieken zijn van wezenlijk belang voor onze stad. In december daalde ook nog eens de export en in januari vielen verschillende andere fabrieken stil. Op dit moment werken ze weer, maar op halve kracht. De machinefabriek heeft sinds oktober 4.300 arbeiders ontslagen. Alleen de olieraffinaderij produceert nog als vanouds.”

De 59-jarige voormalige fabrieksarbeider Volontsjoenas is al zeventien jaar burgermeester van Jaroslavl. In 1992, in het Jeltsintijdperk, kreeg hij in vrije verkiezingen 70 procent van de stemmen. Sindsdien is hij keer op keer herbenoemd. Volontsjoenas heeft zijn stad weten om te vormen tot een van de mooiste en modernste steden van Rusland. Historische huizen en straten werden gerestaureerd, buitenlandse investeerders aangetrokken, moderne winkels en restaurants geopend, nieuwe woningen gebouwd. De werkloosheid was gering, het gemiddelde levenspeil hoog. Tot de crisis toesloeg.

„Fabrieken krijgen geen leningen meer”, zegt Volontsjoenas. „Sommige waren aan het moderniseren toen de crisis uitbrak. Als ze leningen hebben afgesloten, zitten ze nu diep in de ellende. Bijna alle bouwactiviteiten in het centrum zijn gestaakt. Gelukkig hebben we het budget voor ons duizendjarig jubileum in 2010 voor een groot deel al binnen. Voor de crisisbestrijding heeft de federale overheid ons 500 miljoen roebel (11 miljoen euro) gegeven, maar dat is niet genoeg.”

De belangrijkste concrete maatregel die de stad heeft genomen is de uitschakeling van een deel van de straatverlichting in wisselende delen van het centrum tussen tien uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends. „Ik heb het zelf bedacht”, bekent de burgemeester. „Op zichzelf heeft die verduistering niets met de crisis te maken, want onze elektriciteitsrekening kunnen we nog betalen. Het is een doodgewone bezuinigingsmaatregel.”

Om de hoek, op de zolder van het achttiende-eeuwse parlementsgebouw aan het Sovjetplein, zetelt de redactie van dagblad Zolotoje Koltso (Gouden Ring). Anders dan men zou vermoeden is het een onafhankelijke krant met zeventig medewerkers, die in tegenstelling tot de meeste andere media in Rusland onverbloemd over de crisis bericht. „Als enige krant in Jaroslavl bekritiseren we de gouverneur als hij zich niet aan zijn woord houdt”, zegt hoofdredacteur Aleksej Nevinitsyn. „En het mooie is dat hij ons daarna geen proces aandoet. Dankzij de crisis zitten we nu wel in de problemen. We hebben dringend financiële hulp nodig, want alleen al onze huur is het afgelopen jaar zes keer verhoogd. Regeringskrant Rossijskaja Gazeta heeft haar lokale redactie in Jaroslavl al moeten sluiten.”

Over de burgemeester is de hoofdredacteur vol lof. „Hij is een professioneel bestuurder en een prima kerel. Maar tegen de crisis kan hij weinig doen, omdat hij in alles afhankelijk is van Moskou. En voldoende geld voor de crisisbestrijding geeft het Kremlin hem niet.”

Redacteur Ivan Andrianov schuift aan en geeft een voorbeeld van het niet-functioneren van de centraal geleide machtsstructuur. „Moskou bepaalt dat de werkloosheidsuitkering 4.900 roebel (108 euro) per maand bedraagt”, zegt hij. „Maar van dat bedrag kun je in Jaroslavl niet eens je huur betalen. Anders dan in veel grote steden in Rusland, waar je in de jaren negentig voor een habbekrats je woning van de staat kon kopen, zijn veel inwoners van Jaroslavl huurders. Zij komen niet uit de stad zelf, maar zijn erheen verhuisd voor werk of studie. En juist van zo’n feit zijn ze in Moskou niet op de hoogte.”

Officieel hebben bijna 6.500 inwoners van Jaroslavl de afgelopen maanden hun baan verloren. In de hele provincie zijn het er 6.500 meer, 1,7 procent van de beroepsbevolking.

In werkelijkheid zijn die aantallen vier keer zo groot, want velen laten zich niet registreren omdat ze geen officiële verblijfsvergunning hebben.

Vervolg Rusland: pagina 14

Duizenden marktkramen zijn bankroet

De werkloosheid is het best te peilen op het arbeidsbureau in de Vrijheidstraat. Sinds het uitbreken van de crisis speuren hier dagelijks van vijf uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds zo’n duizend werklozen naar een baan. De stad heeft op dit moment 6.000 vacatures. „Ik zoek werk als kleuterjuf”, zegt de 26-jarige Irina. „Maar het loon is minder dan de 4.900 roebel die ik nu maandelijks als werkloosheidsuitkering krijg.”

De vacaturebank is voor de werkzoekenden geen land van grote beloften. Voor de meeste functies, van arbeider tot arts, schommelt het maandsalaris rond de 6.000 roebel (132 euro). „Het wordt niets vandaag”, bromt de 50-jarige metaaldraaier Sergej. „Ik vrees dat ik op mijn leeftijd nooit meer aan de bak kom.”

De crisis teistert ook de markten. Zo’n 2.000 kramen zijn inmiddels failliet. Op de Dzjerzjinski-markt, in het noorden van de stad, sloten er de afgelopen maand honderd. „Niet dat het aantal klanten is afgenomen, maar ze kopen wel minder”, zegt marktdirecteur Aleksandr Gvatov. „Kochten ze vroeger drie kilo vlees per gezin, nu is dat één kilo, een daling van bijna 70 procent. De marktkooplieden zelf zijn er 15 procent in inkomsten op achteruitgegaan, ondanks dat ze hun prijzen verhogen.”

Ander commercieel leed voltrekt zich in de moderne winkels en restaurants in de 1-Meistraat, de Komsomolstraat, de Kirovstraat, op het Sovjetplein, het Rode Plein, de Oktoberboulevard. Op bijna alles wordt 70 procent korting gegeven. De winkeliers moeten wel, omdat ze hun huur amper nog kunnen te betalen. „Sinds januari hebben we 30 procent minder klanten”, zegt serveerster Maria van het Chinese restaurant Sjeng Fen. „Wij proberen met allerlei aanbiedingen meer bezoekers te winnen, maar het is tevergeefs. Als het zo doorgaat moeten we straks sluiten.”

Alleen Vladimir Saveljev, voorzitter van de Verenigde Vakbonden van de provincie Jaroslavl, is optimistisch over het verloop van de crisis. „Anders dan in 1998 [bij de roebelcrisis] hoeven we dit keer nergens bang voor te zijn”, zegt de vakbondsleider, oud-fabrieksdirecteur en fractieleider van regeringspartij Verenigd Rusland in het provinciale parlement, vanachter zijn bureau in het vakbondskantoor in de Vrijheidstraat. „Rusland zit nu in het moeras. Overal sluiten fabrieken en winkels. Maar de democratie is bij ons groter dan in VS en EU. Bovendien heeft ons land altijd zijn ellende overwonnen en dat zal het ook nu doen. Onze provincie telt veel specialisten die altijd in Moskou of Sint-Petersburg nieuw werk kunnen vinden. En over de middenklasse maak ik me geen zorgen, want die is erg klein en zorgt heus wel goed voor zichzelf.”

Ondanks zijn optimisme heeft zijn organisatie het dezer dagen druk. Want door de ontslagen en werktijdverkorting moet er nauwlettend op worden toegezien dat de wet wordt nageleefd, zegt hij. „Vakbonden zijn alleen binnen grote bedrijven actief. En juist bedrijven zonder vakbond hebben problemen. Wij inspecteren nu overal of werknemers die twee dagen minder zijn gaan werken ook echt tweederde van het minimumloon voor vijf dagen ontvangen. Velen ondertekenen bijvoorbeeld onder dwang een verklaring waarin ze tijdelijk twee dagen per week verlof vragen. Als ze later weer volledig willen gaan werken, krijgen ze ineens niet meer voor een hele week betaald.”

Ook is het volgens Saveljev belangrijk dat stakingen worden voorkomen. „In de jaren negentig is er veel gestaakt, omdat de regering geen maatregelen nam. Ik was toen zelf stakingsleider. Nu zijn er weliswaar anticrisismaatregelen, maar ben ik toch bang dat mensen zich straks niet kunnen beheersen als ze geen salaris meer krijgen en niet meer kunnen kopen wat ze gewend zijn.”

De inwoners van de stad houden zich voorlopig koest, al hebben ze onlangs gedemonstreerd tegen de drastische verhoging van de tarieven voor gas, warm water en centrale verwarming. „Het is een schande”, zegt de 57-jarige Irina Tolsjina, die op de hoek van de Komsomolstraat protesthandtekeningen verzamelt tegen de door Moskou verordonneerde maatregel. „Met mijn man en moeder woon ik in een appartement van 44 m². Betaalden we in december nog 900 roebel voor gas, warm water en verwarming, nu is dat 1.700 roebel. We houden zo onderhand niets meer over om van te eten.”

Bij de eeuwige vlam van het monument voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers van de Stalinterreur in de Postkantoorstraat hakken zeven vrouwen het dikke ijs op de stoep aan stukken. Als ze even pauzeren, warmen ze zich aan het vuur. „Crisis?” roept de 40-jarige Galja schaterlachend. „Bij ons is het altijd crisis. Maar dat komt doordat we op school ons best niet hebben gedaan. Voor straf ploeteren we hier nu van zeven uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags voor 5.000 roebel per maand. Met natte viltlaarzen en een koude kont.”