Canada verheugt zich op Obama

President Obama legt vandaag zijn eerste buitenlandse bezoek af, aan Canada. Premier Harper wil horen dat de VS zich aan hun handelsafspraken houden.

Kanonschoten of andere ceremoniële eerbetuigingen blijven uit. En er staat geen grootse redevoering, massabijeenkomst of galadiner op het programma vandaag bij het bezoek van president Obama aan de Canadese hoofdstad Ottawa. Het eerste buitenlandse bezoek van de Amerikaanse president, tegen de achtergrond van de recessie, is op initiatief van de twee buurlanden geen weelderig staatsbezoek, maar een sobere werkvisite.

Toch verheugt Canada zich op de komst van Obama, ook al is het maar voor een dag. Volgens de Canadese premier Stephen Harper is het feit dat de nieuwe president zo snel na zijn beëdiging langskomt bij de noorderburen „een erkenning van de omvang van onze handelsrelatie, de hechtheid van onze alliantie, en de kracht van onze vriendschap”. Wat de Amerikanen betreft vormt het bezoek aan Canada, meestal de eerste buitenlandse bestemming van een nieuwe president, een eerste stap om de banden met vertrouwde bondgenoten aan te halen na acht jaar George W. Bush.

Afgaand op de signalen van het Witte Huis zal de aanpak van Obama in het teken staan van krachtige verzoening. Zo heeft de president, direct na zijn aankondiging dat de VS 17.000 extra troepen naar Afghanistan sturen, op voorhand laten weten geen eis op tafel te zullen leggen dat Canada ook doorgaat met de moeizame missie in de provincie Kandahar, nadat het huidige Canadese mandaat afloopt in 2011. Maar, zo heeft hij eveneens laten blijken, het zou wel op prijs worden gesteld.

„We hebben tot 2011, volgens het Canadese parlement”, aldus Obama tijdens een tv-interview met de Canadese omroep CBC. Canada, dat met ongeveer 2.500 militairen is gelegerd in Kandahar, heeft besloten over twee jaar te stoppen met de gevechtsmissie, waarbij tot nog toe 107 Canadezen zijn gesneuveld. „Ik zal andere landen blijven vragen om hulp bij onze aanpak van dit moeilijke probleem,” zei Obama. „Maar ik heb geen specifiek verzoek op zak dat ik tijdens onze ontmoeting tevoorschijn zal halen.”

Dat zal Harper opluchten, want in Canada bestaat politieke vrees voor zo’n verzoek. De president is enorm populair bij de noorderburen: volgens een opiniepeiling heeft 85 procent van de Canadese bevolking een positieve indruk van hem. Bovendien deelt Obama de Canadese visie dat het conflict in Afghanistan niet met militaire middelen alleen kan worden opgelost; ook diplomatie en ontwikkeling zijn volgens hem vereist. Obama wil met Harper praten over „een brede strategie die kan worden gesteund door de Canadese bevolking” – een signaal dat Washington hoopt op blijvende Canadese betrokkenheid. Het kan nog lastig worden voor de Canadese regering om Afghanistan in 2011 de rug toe te keren.

Tevens kan Obama Canadese hulp gebruiken bij een ander aspect van de oorlog tegen terreur: de sluiting van de terroristengevangenis in Guantánamo Bay. Canada is het enige westerse land waarvan nog een burger vastzit in Guantánamo: de 22-jarige Omar Khadr. Hij wordt ervan beschuldigd in 2002 in Afghanistan een Amerikaanse soldaat te hebben omgebracht. Het Conservatieve kabinet-Harper heeft bij deze zaak jarenlang de omstreden positie ingenomen de Amerikaanse rechtsgang op zijn beloop te laten. Naar aanleiding van de voorgenomen sluiting van Guantánamo groeit echter de druk van oppositiepartijen en mensenrechtenorganisaties om Khadr naar Canada te halen – alsmede mogelijk andere gevangenen die niet kunnen worden teruggestuurd naar landen waar ze waarschijnlijk worden gemarteld.

Ook Harper heeft een verlanglijstje. Ten eerste maakt Canada, de grootste handelspartner van de VS, zich grote zorgen over protectionistische maatregelen in het deze week getekende Amerikaanse stimulanspakket. Clausules dat ijzer en staal voor infrastructurele projecten in de VS moeten worden geproduceerd zijn volgens Canada in strijd met het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA.

Harper wil graag van zijn eregast horen dat de VS hun internationale handelsafspraken zullen nakomen. „Als er één ding is dat van een recessie een depressie kan maken, dan is het een golf van protectionistische maatregelen in de wereld,” zei Harper gisteren tegen CNN. „Dit is een enorm risico.”

Hierin schuilt ironie: hoewel Canadezen doorgaans in grote meerderheid de Democraten steunen, zijn hun handelsbelangen in veiliger handen bij de meer tot vrijhandel geneigde Republikeinen. Obama liet zich vorig jaar tijdens de campagne kritisch uit over NAFTA, en zei dat het verdrag zou moeten worden heronderhandeld.

Daar zit Canada niet op te wachten. Voor de Canadese televisie zei Obama echter dat Canada „zich niet al te grote zorgen hoeft te maken”. Hij erkende dat dagelijks 1,5 miljard dollar aan handel de grens tussen de twee landen passeert, „en niemand heeft er belang bij die handel te zien verminderen.”

Tot slot wil Harper met Obama praten over een mogelijk gezamenlijk milieubeleid. Sinds Bush het Kyoto-protocol over uitstoot van broeikasgassen afwees, ligt deelname van Noord-Amerika aan internationale milieumaatregelen, op het landelijke niveau althans, bijna stil. Canada heeft ‘Kyoto’ nog wel geratificeerd, maar Harper heeft de doelen als onhaalbaar opzij gezet. Met Obama ziet de premier kans op een continentaal regime van uitstootplafonds en emissiehandel. Obama heeft op dat idee, mogelijk inclusief Mexico, welwillend gereageerd.

Wat beide leiders overigens aan hun eerste ontmoeting hopen over te houden is een goede verstandhouding. Vooral voor Harper, die regeert met een moeizaam minderheidsmandaat, ligt er een gouden kans om gezien te worden met Obama. Ook dat is ironisch, want de neoconservatieve premier had ideologisch meer op met George W. Bush. Goede banden met Bush waren in Canada echter taboe. Met Obama ligt dat anders. Zoals een voormalige Canadese ambassadeur in Washington opmerkte: „Harper hoeft zich geen zorgen te maken over te nauwe banden met president Obama. Vele Canadezen zullen zich eerder afvragen: zijn de banden nauw genoeg?”