Brussel praat liever niet over Kosovo

Kosovo is de grootste EU-missie ooit. Brussel wil stabiliteit brengen, zonder wapens. Over erkenning wordt gezwegen, maar het probleem blijft. „Wij willen niet genegeerd worden.”

„Eulex made in Serbia” luidt de grafitti op een muur in de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Sommige Kosovo-Albenezen koesteren wantrouwen jegens de politie- en justitiemissie van de EU in hun land. Foto AFP Kosovo Albanians walks by a grafiti, reading "Eulex made in Serbia," in the Kosovar capital of Pristina on December 8, 2008.The EU agreed in February 2008 to send the 2,000-strong EULEX mission to Kosovo to gradually replace a United Nations operation and oversee the police, judiciary and customs. The UN Security Council last week gave a green light to the planned EU mission, which is likely to start its operation in Kosovo on December 9, 2008 under the UN umbrella.AFP PHOTO/ARMEND NIMANI AFP

Het duurde een jaar en er is nog niemand die hen kan zien, maar ze zijn er: de EU-ambtenaren die de grens moeten gaan controleren tussen Kosovo en Servië. En dat ze er zijn, vinden ze een prestatie. De Serviërs in het noorden van Kosovo hadden zich heftig verzet tegen hun komst. Toch waren de EU- ambtenaren, beschermd door NAVO-militairen, onderweg niet beschoten.

En nu wachten ze. Hun werk als douanier doen ze nog niet. „Het gaat op zijn Europees”, zegt Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks), die aan het Europees Parlement over Kosovo rapporteert en net terug is. „Twee stappen vooruit, eentje terug.”

Die ene stap is meer dan politici, ambtenaren en diplomaten in Brussel een jaar geleden hadden verwacht. Kosovo verklaarde zichzelf onafhankelijk, de EU had meteen een politie- en justitiemissie klaar om toe te zien op het nieuwe bestuur van Kosovo. Maar de landen van de EU waren ernstig verdeeld over de erkenning van Kosovo. En de VN, die Kosovo tot die tijd hadden bestuurd, konden er niet weg omdat Rusland zich in de VN-Veiligheidsraad verzette tegen zo’n beslissing. Rusland steunde Servië, dat Kosovo als provincie niet kwijt wilde.

Het gaat de EU zeker niet alleen om de bijna 2 miljoen Kosovo-Albanezen die het in de jaren negentig zwaar hadden onder de Servische overheersing. Voor de Unie is Kosovo een voorbeeld. Brussel wil stabiliteit brengen op de Balkan, niet met wapens, zoals de Amerikanen in Irak doen. Maar door landen te beloven dat ze bij de EU kunnen als ze zich goed gedragen.

De missie in Kosovo is de grootste ooit van de EU. Er gaat meer Europees geld naar Kosovo, per hoofd van de bevolking, dan naar enig ander land. Het had ook een van de grootste mislukkingen kunnen worden. Vijf EU-landen – Griekenland, Cyprus, Spanje, Slowakije en Roemenië – waren fel tegen de onafhankelijkheid. En de Russen waren van plan het vertrek van de VN uit Kosovo hoe dan ook tegen te houden.

Het werd géén mislukking: de EU-missie is aan het werk gegaan. Maar alleen omdat de EU ermee akkoord ging dat de VN formeel nog de baas zijn. De Brusselse strategie, zegt Lagendijk, werd: we doen ons werk voorzichtig, we houden het vaag. „Volgens de Russen moet Europa verantwoording afleggen aan de VN, de Europeanen zelf zeggen: we sturen af en toe een rapportje naar New York. Onze baas zit in Brussel.”

Een succes is de EU-bemoeienis met Kosovo nog lang niet. De douaniers bij de grens tussen Kosovo en Servië, durven – zegt Lagendijk – nog niets te doen. Ze registreren geen auto’s, ze kijken niet wat erin zit, ze heffen geen belasting. Er zijn ook Europese rechters in het Servische noorden van Kosovo, maar die durven er ’s avonds nog niet te blijven: ze rijden terug naar het Albanese deel van Kosovo.

In Brussel zelf gaat het nauwelijks nog over Kosovo. Dat past bij de strategie: vaag en voorzichtig. En het past bij de EU: je praat niet over problemen als dat niet heel dringend nodig is. Maar zo wil de ambassadeur van Kosovo in Brussel, net benoemd, zijn werk niet doen. „Wij willen zichtbaar zijn”, zegt Ilir Dugolli, politicoloog, 33 jaar oud. „Wij willen niet vergeten worden.” Hij gaat langs bij diplomaten van alle lidstaten, met speciale aandacht voor de landen die Kosovo niet erkennen. Hij hoort hun argumenten aan – meestal over internationaal recht. Maar ze gaan volgens hem vooral over de landen zelf. Omdat die vaak ook te maken hebben met bevolkingsgroepen die zich willen afscheiden, zoals de Basken in Spanje. En dan zegt Dugolli: jullie moeten jezelf niet vergelijken met de Serviërs. Jullie gaan toch niet met die bevolkingsgroepen om zoals de Serviërs omgingen met de Albanezen? „Daar reageren ze verbaasd op, en dat verbaast mij dan weer.”

Volgens Dugolli is het een kwestie van tijd: uiteindelijk zullen alle EU-landen Kosovo erkennen. „In de documenten en verklaringen die gaan over ons Europese perspectief, wordt door geen enkel land een voorbehoud gemaakt.”

De vijf landen die Kosovo weigeren te erkennen, doen wel mee aan de EU-missie in Kosovo (nu 1651 mensen). Griekenland en Slowakije accepteren nu ook al de reisdocumenten van de Kosovaren. Maar volgens diplomaten in Brussel is er nog geen reden om te denken dat de vijf landen anders zijn gaan denken over hun weigering om Kosovo te erkennen.

Ook als het er nu in Brussel even niet over gaat: Kosovo, dat vast rekent op EU-lidmaatschap, blijft een probleem voor de Unie. Kosovo zal, net als andere Balkanlanden, een politiek en economisch samenwerkingsakkoord met de EU willen sluiten. Lagendijk: „Wat gaan we dan zeggen?” Ook de landen die Kosovo niet erkennen, moeten zo’n akkoord goedkeuren.

En wat als Servië wel de voordelen van zo’n akkoord krijgt, en Kosovo niet? Lang zal het niet duren voordat de Kosovaren meer willen, zegt Lagendijk. „Ze zullen zeggen: wij hebben minder op onze kerfstok dan de Serviërs en onze wetgeving is al aangepast aan jullie wensen.” De Kosovaarse diplomaat Dugolli zegt: „Wij zijn natuurlijk blij als een land een stap dichterbij de EU komt. Maar wij willen niet worden genegeerd.”

Lees een reportage uit Kosovo via: nrc.nl/kosovo