Bodemloze metroput

De aanleg van de nieuwe metrolijn in Amsterdam heeft veel weg van de kredietcrisis. Net nu bestuurders de hoop hebben uitgesproken dat het ergste wel achter de rug is, blijkt het toch nog erger te kunnen. Zoals het Centraal Planbureau zijn prognoses nu elke twee maanden lijkt te moeten bijstellen, zo hebben ook de voorspellingen voor de bouw van de Noord-Zuidlijn een steeds kortere levensduur.

Elke maand wordt de put van de metrolijn tussen Noord en Zuidas dieper. Volgens de laatste taxaties wordt de Noord-Zuidlijn uiteindelijk circa 290 miljoen euro duurder. In december circuleerde een bedrag van 50 tot 70 miljoen. De totale kosten worden nu geschat op 2,4 miljard euro. De eerste trein gaat bovendien pas in 2017 rijden. Eind vorig jaar gingen de hoofdstedelijke bestuurders nog uit van 2015.

Ter herinnering. Toen de gemeenteraad in 2002 instemde met de bouw ging het stadsbestuur uit van een totale kostenpost van 1,4 miljard en een feestelijke opening in 2011.

Deze uitzichtloze situatie heeft nu haar eerste politieke slachtoffer gemaakt. Verantwoordelijk wethouder Herrema (Vervoer en Infrastructuur, PvdA) heeft vandaag in de raad aangekondigd te zullen aftreden. Oog in oog met de economische crisis, die Amsterdam als centrum van financiële dienstverlening in het hart raakt, vindt Herrema dat hij de onbeheersbare kostenoverschrijdingen niet meer voor zijn rekening kan nemen. Hoewel hij, naar eigen zeggen, zijn „geloof in de Noord-Zuidlijn absoluut niet heeft verloren”.

Die dubbele formulering lijkt een beetje raar. Waarom zou een wethouder aftreden wegens een project waarin hij niet gewoon maar absoluut gelooft? Wie beschikt over zo’n totaal geloof zou toch juist niet moeten weglopen voor de verwezenlijking ervan? En bovendien: is de aanleg van deze gecompliceerde metrolijn, die door zijn experimentele karakter ook technologisch het uiterste vergt, niet een uitgelezen kans om bij te dragen aan de bestrijding van de crisis?

Desondanks is de argumentatie van Herrema niet zo raar. De wethouder heeft zijn eigen politieke afweging gemaakt en geconcludeerd dat zijn machtspositie door de recentste ramingen te zwak was geworden om de aanleg verder voor zijn rekening te nemen. Tegelijkertijd heeft hij het project niet van zijn politieke legitimiteit beroofd. Daarmee heeft hij willen voorkomen dat de besluitvorming over de metro weer helemaal zou moeten worden overgedaan.

Herrema heeft gedaan wat veel voorgangers niet hebben gedurfd. Hij heeft geen mooi weer willen spelen, zoals met name toenmalig wethouder Dales (Financiën, VVD) sinds het raadsbesluit van 2002 is blijven doen.

Het stadsbestuur kan nu op zoek naar een opvolger die, onbelast door het verleden, moet proberen de bouw verder in de best denkbare banen te leiden.

Stopzetting van de aanleg is op dit moment nog niet vanzelfsprekend. Al is zo’n rigoureuze stap, gelet op de budgettaire crisis waarmee Amsterdam rekening moet houden, nu wel denkbaar geworden.