Jaroslavl, geliefde stad

DSC00717.JPGDe afgelopen week was ik vier dagen in Jaroslavl aan de Wolga voor een aantal reportages over de economische crisis. De stad, een van de welvarendste en modernste van Rusland, heeft het dezer dagen moeilijk. Er is veel zware industrie, die sinds de herfst in nood verkeert. Steeds meer mensen verliezen hun baan. Een extra probleem is dat veel Jaroslavlers geen eigen huis hebben, maar huurders zijn. Als zij geen werk meer hebben kunnen ze van hun 4.900 roebel werkloosheidsuitkering die huur niet meer betalen. Daarbij komt ook nog eens dat Moskou per 1 januari de kosten voor warm water, gas en centrale verwarming met 40 procent in het hele land heeft verhoogd.

Jaroslavl is een van  mijn favoriete Russische steden. Het is er stil en mooi. Anders dan in een metropool als Moskou, nemen de mensen er de tijd voor elkaar. Er zijn theaters, waaronder het eerste openbare van Rusland, een goede filharmonie, moderne winkels en leuke restaurants.DSC00738.JPG

DSC00722_1.JPGIn het autovrije, fraai gerestaureerde centrum wemelt het van de 17de-eeuwse kathedralen die door rijke kooplieden zijn neergezet. Ook staan er veel mooie 18de-eeuwse paleizen. Zelfs de Stalin-architectuur heeft er een menselijke maat. Was ik niet zo verslaafd aan het exotische Moskou, dan zou ik er zo willen wonen.

De burgemeester van Jaroslavl is nog gekozen in het Jeltsintijdperk en zet zich al zeventien jaar lang dag en nacht in voor het welzijn van zijn stad. Ook is er een lokale onafhankelijke krant, de Zolotoje Koltso, die openlijk het falen van de bestuurders kan kritiseren zonder vervolgd te worden. Kortom, jaroslavl is een jonge democratie, zoals er in Rusland weinig andere zijn.DSC00721.JPG

pdf.jpgTijdens een interview met de hoofdredacteur van de Zolotoje Koltso werd ik door een aanwezige verslaggever gevraagd naar het doel van mijn bezoek.  Op de voorpagina van de krant van afgelopen zaterdag was daarvan het resultaat te zien, vergezeld van een enorme foto van mij in veldtenue. In het begeleidende artikel wordt mijn verbazing benadrukt over mijn vraag of ze een regeringskrant waren, een vermoeden dat even bij mij opkwam toen ik de redactie op de zolder van het Doemagebouw binnenliep. Maar het bleek dat ze die ruimte bij hun oprichting in 1992 toegewezen hadden gekregen en daar gewoon huur voor betaalden. Die huur was helaas het afgelopen half jaar zes keer verhoogd, waardoor de krant nu diep in de financiële problemen zit.

Over de burgemeester waren de redacteuren vol lof. Wel vrezen ze dat hij de stad niet kan redden, zolang hij al zijn belastinginkomsten aan Moskou moet afdragen en via de pijpleiding van de verticale macht maar een gering deel daarvan terugkrijgt. ,,In Moskou snappen ze niets van wat hier aan de hand is”, zei een redacteur.

DSC00728_1.JPGDe mooiste plek in de stad is de flaneerboulevard aan de Wolga. Die boulevard ligt op een hoge oever met uitzicht over de rivier. Afgelopen vrijdagavond maakte ik er een drie uur lange wandeling in de sneeuw met mijn vriend Boris, de directeur van een taleninstituut. De lantaarnpalen gaven een mooi oud licht, op de kade liepen verliefde paartjes of moeders die een slee met kind voorttrokken. En overal was er die betoverende stilte, die nog eens werd versterkt door de sneeuw .

Boris is een wandelende encyclopedie. Van iedere muur en kathedraal kan hij de geschiedenis vertellen. Zo weet ik nu dat de kerken in Jaroslavl veel meer koepels hebben dan die elders in het land, omdat de stad wilde laten zien dat ze beter, rijker, mooier waren. Ook de geestelijkheid was er verlichter van aard dan elders in het land. Maar dan hebben we het wel over het verleden.

Aan het eind van de Wolga-kade, waar de Wolga en de kleinere Kotorosl samenkomen, wordt nu de na de revolutie afgebroken Oespenski-kathedraal herbouwd met geld van een mecenas. Boris vertelde me dat voor die kerk vroeger een enorme, in Holland gemaakte klok stond, waarmee de Wolgaslepers in de dorpen langs de rivier werden opgeroepen als er werk was. Het geluid van die klok was dertig kilometer verderop te horen.

Boris werkte tot 1992 aan de technische universiteit van zijn stad als docent Engels. Maar omdat hij genoeg had van de tijdverslindende bureaucratie, begon hij voor zichzelf. Hij kocht voor een schijntje een vervallen paleisje op het fabrieksterrein van een tabaksfabrikant en begon zijn instituut. Na een tijdje kwamen studenten uit Oxford, Maastricht en Poitiers er studeren. Iedere keer als Boris iets verdiend had, stak hij het in de restauratie van zijn gebouw. ,,Ik heb de afgelopen achttien jaar dan ook niets gespaard”, zei hij.

Twintig jaar later is het instituut een toonbeeld van goed ondernemerschap. Onlangs heeft hij zijn onderwijsafdeling voor buitenlanders overgedaan aan de universiteit en tegenwoordig verhuurt hij de klaslokalen aan kleine ondernemers. ,,Ik had vanaf het begin in de jaren negentig de steun van onze burgemeester”, vertelde hij. ,,In Moskou had ik dit nooit kunnen realiseren, met al die maffia daar.”

Na afloop van onze wandeling wilden we iets gaan eten, maar in alle restaurants die we binneliepen was het disco-avond. We besloten dan ook op mijn hotelkamer verder te kletsen. Boris had een fles wodka en een pot zelfingemaakte augurken bij zich, die hij me als cadeau wilde meegeven, maar nu goed van pas kwamen.

Tot een uur ‘s nachts zaten we daar, hij op de stoel, ik op het bed. Het was net als in de dagen van de Sovjet-Unie toen er in de Russische provincie amper restaurants bestonden.  We hadden het over de stad en over de toekomst van Rusland. Op een gegeven moment kwam ook Poetin ter sprake. ,,Jullie westerlingen houden niet zo van hem, hè?” vroeg hij op een gegeven moment.  ,,Ik geef toe dat hij niet ideaal is en soms behoorlijk agressief kan zijn. Maar je moet onze politieke ontwikkeling zien als een langzaam voortschrijdend proces. Na hem en Medvedev zal er een normale, democratische leider komen en dan wordt Rusland een gewoon land.” 

Op die wens brachten we een toost uit, waarna het tijd was om te gaan slapen.