Wel of niet overleveren

Duitsland wil dat Dominic Wolzenburg daar een straf uit zit voor smokkel van hasj.

Of moet hij als in Nederland wonende EU-burger hier de cel in? Luxemburg spreekt.

Agenten nemen in het Franse Biarritz foto’s van elkaar naast het toestel met Mike Garikoitz Aspiazu erin. Frankrijk arresteerde deze leider van de Baskische afscheidingsbeweging ETA in november, waarna Spanje via een Europees aanhoudingsbevel om overlevering vroeg. Foto AP **RETRANSMISSION FOR IMPROVED QUALITY** A hooded police officer takes pictures of colleagues near the plane which carries Mikel Garikoitz Aspiazu Rubina, known by the alias "Txeroki" back to Spain, at Biarritz' s airport Tuesday, Nov. 18, 2008. French and Spanish police on Monday arrested the reputed leader of ETA's commando units _ dealing a devastating blow to the armed Basque separatist group. (AP Photo/Bob Edme) Associated Press

Wie in Europa pleit voor betere samenwerking tussen de nationale justitiële autoriteiten krijgt gemakkelijk de handen op elkaar. Maar als de daad bij het woord moet worden gevoegd, duiken allerlei nationale gevoeligheden en complicaties op. Zo ook in de zaak-Wolzenburg, waarover het Hof van Justitie van de Europese Unie zich gisteren tijdens een hoorzitting boog.

Dominic Wolzenburg is van Duitse komaf. Sinds medio 2005 woont en werkt hij in Nederland. Een jaar later, in juli 2006, vroeg justitie in het Duitse Aken om zijn aanhouding, omdat hij in Duitsland nog een gevangenisstraf moest uitzitten wegens smokkel van hasj van Nederland naar Duitsland.

Een paar weken later, in augustus 2006, werd Wolzenburg in Nederland aangehouden. Hij zit niet meer vast, maar het gevecht over zijn status duurt onverminderd voort, nu al meer dan tweeëneenhalf jaar.

Als Wolzenburg een Nederlander was geweest, was er geen probleem geweest. Nederland levert, net als de andere EU-landen trouwens, eigen onderdanen in beginsel niet uit. Nederland zou dan het Duitse verzoek om overlevering naast zich neerleggen. Wel zou Wolzenburg dan de in Duitsland opgelegde celstraf, overeenkomstig de spelregels die horen bij het Europees aanhoudingsbevel, in Nederland moeten uitzitten.

Maar Wolzenburg is geen Nederlander. Hij staat hier als een tamelijk goed ingeburgerde ‘vreemdeling’ te boek. De kernvraag is dan ook of Nederland zijn overlevering aan Duitsland nu ook kan of moet weigeren?

Het antwoord van het Hof reikt veel verder dan het individuele geval van Dominic Wolzenburg. Want principieel is de vraag aan de orde of EU-landen bij overlevering van gezochte personen onderscheid mogen maken tussen eigen onderdanen en onderdanen van andere EU-landen? Of is het burgerschap van de Europese Unie inmiddels zo aangekleed dat een dergelijke vorm van discriminatie anno 2009 uit den boze is?

Nederland pleitte er gisteren in Luxemburg voor om dat onderscheid te mogen blijven maken. Pas wanneer sprake is van „duurzaam verblijf” van een EU-burger in Nederland, kan bij overleveringszaken zoals die van Wolzenburg een gelijke behandeling met Nederlandse onderdanen worden overwogen, betoogde de Nederlandse gemachtigde C. Wissels.

Maar wat is duurzaam verblijf? Betrokkenen zijn volgens Wissels bijzonder vindingrijk in het aanvoeren van oneigenlijke argumenten voor hun binding met de Nederlandse samenleving. Daarom stelde zij als „duidelijk en vooraf kenbaar criterium” een minimale verblijfsduur van vijf jaar voor. Het Duitse verzoek om Wolzenburgs overlevering zou dan niet geweigerd mogen worden.

De Europese Commissie gooide het over een totaal andere boeg. Uitgangspunt moet volgens de Commissie zijn op welke plek de sociale reïntegratie van de betreffende EU-burger het beste tot haar recht komt. De nationale instanties kunnen dat het beste beoordelen. De verblijfsduur speelt daarbij een rol, maar is zeker niet het enige criterium waarna gekeken moet worden. In enkel en alleen een vaste minimumduur, zoals Nederland bepleitte, ziet de Commissie niets, zei gemachtigde R. Trooster.

Het pleidooi van de Europese Commissie sloot naadloos aan bij dat van D. Wiersum die optrad namens Wolzenburg. Hij wees erop dat zijn cliënt meer dan drieëneenhalf jaar woont en werkt in Nederland, in Nederland nagenoeg volledig is ingeburgerd – met huwelijk, sofinummer en al – en dat zijn resocialisatie (na de celstraf) in Nederland het meest kansrijk is.

Als Wolzenburg desondanks aan Duitsland zou worden overgeleverd, dan is er volgens Wiersum sprake van ongelijke behandeling op grond van zijn nationaliteit. En dat levert naar Europees recht „verboden discriminatie” op, aldus Wiersum.

Advocaat-generaal Y. Bot brengt 24 maart zijn advies uit aan het Hof. Dat zal dan naar verwachting voor de zomer duidelijkheid scheppen en rechterlijke autoriteiten in heel Europa houvast bieden. Dan is het vervolgens aan de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam, die in Nederland beslist over overleveringszaken in het kader van het Europees aanhoudingsbevel, om een definitief oordeel te vellen over de vraag waar EU-burger Wolzenburg zijn gevangenisstraf zal uitzitten: in zijn geboorteland Duitsland of in zijn woonland Nederland.