Wat is dat eigenlijk, slaapwandelen?

Als haar vriendje slaapwandelt, voert Hester Wolrich uit Groningen hele gesprekken met hem. „De volgende dag herinnert hij zich er niets meer van.” Dus, wil Wolrich weten, wat is slaapwandelen precies?

Mensen die slaapwandelen doen dat meestal aan het einde van hun slaapcyclus. Je kunt de nacht verdelen in vier tot vijf slaapcycli, vertelt psycholoog Caroline Kluft van het Slaapcentrum van ziekenhuis MCH Westeinde in Den Haag. Die cycli duren ieder ongeveer anderhalf uur. „En ze zien er zo uit: je doezelt eerst weg, dan val je in een lichte slaap om vervolgens diep én nog dieper te gaan slapen.”

Aan het einde van deze tijdkring kun je even wakker worden. Heel licht, zegt Kluft. De meeste mensen kunnen zich dit korte waken de volgende morgen niet herinneren. „Want het brein heeft niets geregistreerd, het was half in slaap en half wakker.”

En dat is precies het moment waarop mensen kunnen gaan slaapwandelen, vertelt Kluft. Mensen vertonen complex gedrag (praten, lopen, aankleden, boterhammen smeren) terwijl ze niet wakker zijn. Dat mensen nog slapen, wordt vaak duidelijk als je tegen hen praat. „De persoon kan vreemde antwoorden geven en van de hak op de tak springen.”

Waarom de één wel slaapwandelt en de ander niet, is onbekend. Slaapwandelen is een complex mechanisme van de hersenactiviteit waar nog veel onderzoek naar wordt gedaan. Wel weten we dat het een uiting kan zijn van stress, vertelt Kluft. „Ook weten we dat kinderen vaker slaapwandelen dan volwassen. Niet omdat ze stress hebben, maar omdat hun brein nog niet volledig is gerijpt.” Het half in slaap en half wakker zijn, kan dan vaker voorkomen.

Slaapwandelen is niet schadelijk voor de gezondheid, tenzij mensen gevaarlijke dingen gaan doen. Kluft adviseert om ramen en deuren goed te sluiten en vooral voor kinderen traphekjes aan te schaffen. Bovendien is het volgens haar belangrijk om de slaapwandelaar niet te wekken. Je kunt iemand beter terug naar bed dirigeren. „Een verstoorde nachtrust zorgt er voor dat iemand vaak lichter slaapt en dus ook vaker zou kunnen gaan slaapwandelen.”