Veltroni kan Berlusconi niet aan

De Italiaanse oppositie-leider Veltroni is opgestapt, na de zware nederlaag van zijn partij op Sardinië. Zijn opponent Berlusconi is machtiger dan ooit.

De Italiaanse oppositieleider Walter Veltroni heeft vanochtend zijn ontslag ingediend. Hij laat de onder zijn leiding opgerichte centrum-linkse Democratisch Partij in grote verwarring en onderlinge verdeeldheid achter. Zijn politieke opponent, premier Silvio Berlusconi, is machtiger dan ooit.

„Berlusconi heeft zijn strijd om de hegemonie gewonnen, maar Italië is vandaag armer en meer gesloten”, zo constateerde Veltroni vanochtend op een persconferentie waar hij zijn ontslag toelichtte. Hij wees er op dat hij al de „zesde of zevende” leider van centrum-links is die vertrekt, terwijl Berlusconi de teugels op rechts al vijftien jaar stevig in handen heeft.

Veltroni vroeg om „meer solidariteit en eenheid” in zijn eigen partij. „Ik ben niet geslaagd in het realiseren van mijn politieke droom en van eenheid. Daar vraag ik excuses voor.” Veltroni zei te hopen dat zijn opvolger meer tijd gegeven wordt om de omwenteling van „salonsocialisme, pessimisme en conservatisme” op links naar „innovatie en reëel contact met de kiezer en de maatschappij” tot stand te brengen.

Directe aanleiding voor zijn opstappen is de verpletterende nederlaag die zijn partij afgelopen weekeinde leed bij de regionale verkiezingen op Sardinië. Berlusconi’s kandidaat Ugo Cappellacci haalde 52 procent. Vertrekkend gouverneur Renato Soru, beoogd opvolger van Veltroni en oprichter van telecombedrijf Tiscali, bleef steken op 43 procent.

Een jaar gelden was de Democratische partij, een fusie van de twee grootste centrum-linkse partijen (Democraten van Links en la Margherita) nog de hoop van links Italië. Walter Veltroni zou de door interne verdeeldheid van zijn regering moegestreden Romano Prodi doen vergeten. Waar Prodi onduidelijk sprak en voor de camera verstijfde, presenteerde Veltroni, burgemeester van Rome, zich als een groot communicator.

Hij spiegelde zich aan Barack Obama en vertaalde diens slogan ‘Yes we can’ in ‘Si può fare’. Hij organiseerde primaries en won met 75 procent het voorzitterschap van de Democratische Partij. Hij probeerde het linkse geruzie in het kabinet-Prodi te doen vergeten, maar slaagde daar niet voldoende in. De Democratische Partij haalde in april vorig jaar 33,2 procent van de stemmen, maar verloor van Berlusconi’s coalitie.

Ondanks het verlies bleef Veltroni populair onder zijn aanhang die droomde van een moderne partij. Maar de oude kaders van de twee fusiepartners dachten meer aan zichzelf en aan hun positie dan aan de toekomst van de partij en haar gedachtengoed.

Zo viel Veltroni volgens de centrum-linkse burgemeester van Turijn, Sergio Chiaparino, in het zelfde zwaard als Romano Prodi voor hem, dat van de onderlinge verdeeldheid: „Er is interne onenigheid over vrijwel elke kwestie”.

Het afgelopen jaar werd de ene na de andere verkiezingsnederlaag aan elkaar geregen. De Democratische Partij verloor in juni op Sicilië, in november in Trente, in december opnieuw in Abruzzo.

De verkiezingen op Sardinië werden door Berlusconi tot een landelijke peiling gebombardeerd. De afgelopen twee maanden voerde hij daar elk weekeinde campagne voor Cappellacci. Met deze zege bereikte Berlusconi in een klap drie doelen: hij schakelde met Soru een mogelijke opvolger van Veltroni uit; hij veroverde de regio Sardinië; en hij deelde Veltroni een nekslag uit.

„Berlusconi is de baas van het land”, schrijft de hoofdredacteur van la Repubblica, Ezio Mauro, vandaag. De premier heeft volgens Mauro „het land in zijn hand als een ding dat hem toebehoort”.

Berlusconi’s politiek is volgens Mauro „een modern Europees populistisch experiment dat openlijk zijn afwijkendheid demonstreert door zich aan wetten te onttrekken, controlerende instituties uit te dagen en zich boven de andere staatsmachten te plaatsen. Dit alles in naam van een mystieke en heilige alliantie met de kiezer.”