Surseance voor deel Meavita

Belangrijke delen van zorgconcern Meavita stevenen af op een faillissement. Staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid (PvdA) heeft de Tweede Kamer gisteravond in een brief gemeld dat Meavita’s werkmaatschappijen in Groningen en Den Haag vermoedelijk uitstel van betaling zullen aanvragen.

Om te voorkomen dat tienduizenden cliënten van Thuiszorg Groningen en Meavita Den Haag hun zorg en huishoudelijke hulp kwijtraken, zijn eerder deze maand stichtingen opgericht die activiteiten en personeel van het zorgconcern kunnen overnemen. De overheid verwacht op die manier ook duizenden personeelsleden „voor de zorg te kunnen behouden”.

In deze opzet ontspringen personeel en cliënten de dans, maar schuldeisers niet. Die moeten afwachten in hoeverre zij hun vorderingen op het zorgbedrijf nog kunnen verhalen.

Charles Laurey, bestuursvoorzitter van Meavita, zegt met kandidaten in gesprek te zijn over overname van de activiteiten in Den Haag. Komt het daarmee deze week tot een overeenkomst, dan kan surseance worden voorkomen. Over de financiering van de AWBZ-zorg in Noord-Nederland wordt overlegd met de zorgkantoren van verzekeraar Menzis.

Volgens Laurey voldoet Meavita aan zijn verplichtingen. „We betalen alles, ook de komende dagen.” Uitgangspunt van commissarissen en bestuur is nog steeds, zegt hij, dat Meavita schuldeisers niet dupeert en alle cliënten zorg behouden. Daarom kan hij begrip opbrengen voor de stap van Bussemakers: „Ze wil geen onrust, net als wij.”

Zorgfusies: pagina 2