Stil protest in stervende Russische fabrieksstadjes

De crisis in Rusland maakt steeds meer slachtoffers. Overal sluiten fabrieken en komen arbeiders op straat te staan. Complete stadjes zitten zonder werk. De sociale onrust neemt toe.

In een besneeuwd laantje tegenover het roze gebouw van het districtsbestuur hangen zeventig manschappen van de oproerpolitie in de stoeltjes van hun autobussen. Ze wachten op een signaal om in actie te komen. ’s Ochtends zijn ze vanuit Jaroslavl naar het zestig kilometer verderop gelegen Toetajev gedirigeerd om een mogelijke opstand te bedwingen. In het 40.000 zielen tellende stadje aan de Wolga organiseert de Communistische Partij vandaag twee demonstraties tegen het massaontslag op de lokale fabrieken en de drastische verhoging van de tarieven voor gas, warm water en centrale verwarming. Beide bijeenkomsten zijn door de autoriteiten verboden.

De politie heeft de weg langs het bestuursgebouw afgezet. Auto’s mogen er niet langs. Op het bordes posteren tien goedlachse agenten met knuppels. Een paar meter verderop staat een kluitje van twintig demonstranten, merendeels vijftigplussers. Op de achtergrond dralen vier jonge mannen.

„De opkomst is vandaag gering”, zegt Aleksej Sjepovalov, de plaatselijke communistenleider. „Dat komt doordat de politie de weg heeft afgezet. Ook rijden de stadsbussen niet, waardoor mensen uit andere wijken hier niet naartoe kunnen komen.”

Toetajev is een van de tientallen steden waar afgelopen maanden regelmatig is gedemonstreerd tegen de verdampende werkgelegenheid. De inwoners hebben amper nog geld om van te leven of de huur te betalen. Winkels zijn failliet. „Het is een stervende stad, zoals er op dit moment in ons land zoveel zijn”, zegt Aleksandr Vorobjov, voorzitter van de communisten in het lokale parlement.

Doordat de economische crisis in Rusland steeds verder om zich heen grijpt, moeten bedrijven in het hele land hun deuren sluiten. Tegelijkertijd stevent de overheid af op een faillissement en kan zij weinig meer doen dan toekijken. Als gevolg ontluikt op verschillende plaatsen sociale onrust. En dat baart het Kremlin zorgen: als die onrust zich uitbreidt zou zijn macht weleens in gevaar kunnen komen.

In het Russische Verre Oosten bereikte het burgerprotest begin januari een hoogtepunt toen duizenden de straat opgingen om te betogen tegen de verhoging van de importbelasting op tweedehandse auto’s uit Japan. Zo’n honderdduizend Russen werden hierdoor benadeeld en verloren hun baan.

In januari blokkeerden honderden inwoners van Toetajev de snelweg naar Moskou, toen textielfabriek Toelma sloot en de productie in motorenfabriek TMZ gedeeltelijk stilviel. In totaal verloren 1.500 mensen hun baan. Van de overige drieduizend arbeiders bij TMZ werd de werkweek met twee dagen bekort. Ze krijgen nog maar een fractie van hun oude loon, dat toch al niet boven de 10.000 roebel (250 euro) per maand uitkwam.

„De ontslagenen zitten zonder geld thuis”, zegt de 58-jarige betoogster Nadezjda Gorsjenina. „Bij TMZ zijn duizend werknemers op straat gezet. De rest heeft nog maar drie dagen per week werk en verdient niets meer. Mijn dochter krijgt nu een schamele 2.400 roebel per maand.”

Michail Kokitin, afgevaardigde van de Communistische Partij in het provinciale parlement, komt aanlopen en spreekt de betogers toe. „Dat de globale crisis nu ook Toetajev treft, is vreselijk. Het arbeidsbureau heeft twee keer zoveel werklozen als eerst. De situatie is kritisch, maar de regering beweert de crisis met alle kracht te bestrijden. Wij beloven alles te doen om u te helpen.”

De betogers ontrollen grote vellen papier met teksten als ‘Ambtenaren: tweederde van je salaris inleveren’, ‘Hef niet het werk op, maar de bureaucratie’ en ‘Burgemeester Vasiljev met ontslag’. Een kapitein van de politie fotografeert alle aanwezigen om bewijs te vergaren voor als de procureur tot vervolging overgaat. Af en toe maakt hij een praatje met een van hen. „We kennen elkaar allemaal”, zegt een agente met rode konen.

De parlementariër vervolgt zijn rede: „In het provinciale parlement moet alles worden beslist. Maar Verenigd Rusland torpedeert onze voorstellen voor het verhogen van de uitkeringen. Daarom is het belangrijk om de gouverneur te tonen dat de mensen het slecht hebben.”

Sjepovalov neemt het woord. Zijn taal is minder diplomatiek. „Als er in plaats van vijfhonderd man duizend of meer betogen, kunnen we de overheid onder druk zetten. Anders luistert de regering nooit naar ons.”

Een vrouw roept een aanwezige regionale journalist ter verantwoording. „Waarom beweert uw krant dat de gouverneur het ontslag van de burgemeester heeft geëist en ontkent een andere krant dat? Ik weet zo onderhand niet meer wie ik moet geloven.”

De 70-jarige Nikolaj Fjodorov bemoeit zich er nu mee. „Ik heb maar 4.500 roebel pensioen per maand. Als ik de huur en de lasten voor gas, water en verwarming heb betaald, kan ik niet eens een stuk kaas of een pak boter kopen. Ik overleef danzij de aardappels van mijn datsja.” Gevraagd waarom er zo weinig jonge mensen protesteren, zegt hij: „De jongeren in ons land zijn passief. Ze zitten thuis op de bank met een fles bier.”

Voor het stadhuis houdt Kokitin opnieuw een rede. De vier jonge communisten moeten om hem lachen en maken grapjes met bevriende agenten. „Wij komen onze oudere kameraden steunen”, zegt de 24-jarige Sergej Vorobljov. „Op de motorenfabriek werken veel ouderen. Zelf heb ik er nog maar twee dagen per week, voor een salaris van 1.800 roebel. Ik ben blij dat ik nog bij mijn ouders woon.”

Als Kokitin is uitgesproken en de burgemeester zich nog altijd niet heeft laten zien, gaan de demonstranten terug naar huis, de oproerpolitie naar Jaroslavl, de politieagenten naar hun kazerne.

„Al in de jaren negentig werd in onze stad geprotesteerd en gestaakt”, zegt Sjepovalov. „Toen legden we behalve het autoverkeer ook het treinverkeer naar Moskou stil. Zondag gaan we weer de straat op. We verwachten zo’n zeshonderd mensen. De overheid heeft het nu al verboden. Maar als we zeggen dat het een bijeenkomst met de Communistische Partij is, die met de bevolking wil spreken, mag het wel.”

Aan de grens van Toetajev benadrukt een groot wit houten kruis het lot van het stadje. „Wegens liquidatie gesloten”, grapt een oude man, die zijn kleinzoon op een sleetje voorttrekt.