Santander doet er goed aan groep vastgoedbeleggers uit te kopen

Het zijn een paar stormachtige – en dure – maanden geweest voor de klantenrelaties bij Santander. De Spaanse bank heeft haar best gedaan de klanten tegemoet te komen die schade hadden geleden door de ondergang van Lehman Brothers en het piramidespel ter waarde van 50 miljard dollar van Bernard Madoff. Maar Santander neemt nu een minder soepele houding aan met betrekking tot haar vastgoedbeleggingsfonds van 3,2 miljard euro.

Beleggers die 80 procent van het ingelegde kapitaal vertegenwoordigen zijn op de nooduitgang afgestormd nadat de waarde van het fonds de afgelopen twee maanden met 9 procent was gedaald. Santander heeft op de verzoeken tot teruggave gereageerd door de toezichthouder te vragen de betalingen te beperken tot 10 procent van het fonds – totdat er bezittingen zijn verkocht.

Het probleem met vastgoedfondsen is dat een bezit dat niet makkelijk te gelde te maken is – vastgoed – wordt verkocht alsof het een liquide product is. Als veel beleggers tegelijkertijd hun geld opeisen, zoals bij Santander, dreigt zo’n fonds te worden geconfronteerd met een kastekort. Zelfs in goede tijden kan het jaren duren voordat je een vastgoedportefeuille tegen aanvaardbare prijzen liquide kunt maken. Dan kan het redelijk zijn de terugbetalingen te limiteren om de waarde van de beleggingen te garanderen.

Als de vastgoedmarkten bevriezen, maakt de liquiditeitsbelofte een dwaze indruk. Sommige Duitse fondsen hebben hierop gereageerd op de wijze die Santander nu voorstelt, door de betalingen te bevriezen.

Maar de concurrerende Spaanse bank BBVA heeft aangeboden beleggers in haar vastgoedfonds uit te kopen, en 95 procent van hen – met 1,6 miljard euro van het kapitaal in handen – heeft dat aanbod aanvaard. Daardoor is het grootste deel van het risico van de portefeuille overgedragen van de beleggers in het fonds aan de aandeelhouders van BBVA.

Als Santander dezelfde stap zet zijn daar wel gevaren aan verbonden, omdat beleggers in andere fondsen later om eenzelfde behandeling kunnen vragen. Maar een beleggersvriendelijke aanpak heeft ook zo zijn voordelen.

Het duidelijkste winstpunt is gelegen in de reputatie van de bank onder de 50.000 kleine beleggers die hun geld in deze producten hebben gestoken. De liquiditeit die aan deze beleggers wordt verstrekt, zou ook andere leningen overeind kunnen houden. En de Spaanse regering, die graag wil dat de banken meer kredieten gaan verstrekken, zou daar vermoedelijk blij mee zijn. Het uitkopen van beleggers zou wel eens de minst slechte optie kunnen zijn.