Opel wordt door GM in val meegesleurd

Duitsland verkeert in tweestrijd. GM-dochter Opel wordt bedreigd door de dramatische positie van het Amerikaanse moederbedrijf. Maar moet het rijk nu bijspringen?

Duitsland maakt zich grote zorgen over de toekomst van Opel. De autofabriek, onderdeel van het aangeslagen General Motors in Detroit, is inzet van een trans-Atlantische sanering die tienduizenden arbeidsplaatsen bedreigt en waarbij de staat wellicht als redder tegen wil en dank moet optreden.

De minister-president van de West-Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, Jürgen Rüttgers, is voor overleg met General Motors en Amerikaanse politici in de Verenigde Staten om de sluiting van Opel-fabrieken te voorkomen. Naar verluidt zou GM verschillende fabrieken in Duitsland en België willen sluiten. Rüttgers: „Opel is een moderne autofabriek, die het waard is opengehouden te worden. „Het is een bedrijf met innovatief vernuft, gespecialiseerd in het segment kleine en middelgrote auto’s die zuinig rijden en die mede om die reden de toekomst hebben.”

Opel is als eerste Duitse automaker in ernstige problemen gekomen als gevolg van de kredietcrisis. Het bedrijf staat er op zich niet slecht voor, maar door de verbondenheid met het wankelende GM dreigt een acute noodsituatie. Sluiting van vestigingen in Duitsland kan leiden tot een ketenreactie van banenverlies bij Opel en zijn talloze toeleveranciers. Er is de Duitse politiek veel aan gelegen om dat te voorkomen in het belangrijke verkiezingsjaar 2009.

Opels Duitse vestigingen staan in Rüsselsheim (18.300 werknemers), Bochum (5.300), Kaiserslautern (3.500) en Eisenach (1.900). Het bedrijf, in 1862 opgericht als naaimachineproducent, is al tachtig jaar eigendom van General Motors. Na een moeilijke periode zat Opel juist weer in de lift met de nieuwe en goed verkochte Insignia, Auto van het Jaar 2008. Nu voert Opel ineens een strijd om zijn voortbestaan. Opelwerknemers willen het liefst verder zonder de Amerikanen. Maar Opel is te klein om alleen te overleven, denken Duitse auto-experts. Een scenario waarin de buitenlandse dochters van GM – Opel, Vauxhall en Saab – zelfstandig verder gaan, zien de ondernemingsraad en de vakbonden in Duitsland als een werkzaam alternatief.

De vraag nu is vooral: wat doen de Duitse overheden – van Berlijn tot de deelstaten. Het christen-democratische Bondsdaglid Gerald Weiss, afkomstig uit ‘Opelstad’ Rüsselsheim, vindt dat „het uur van de industriepolitiek” heeft geslagen. „De staat moet veilig stellen dat Opel verder kan”, zegt hij vandaag in een regionale krant.

Maar die opvatting is omstreden. Roland Koch, premier van Hessen – de deelstaat waarin Rüsselsheim ligt – vindt ook dat Opel open moet blijven, „maar het is niet de taak van de staat ondernemer te worden”. Zijn mening wordt vooralsnog gedeeld door de Duitse bondskanselier Merkel.

Het debat over (tijdelijke) staatsdeelnemingen wordt in alle hevigheid gevoerd door de ophanden zijnde nationalisatie van de praktisch failliete Beierse vastgoedbank Hypo Real Estate. Met een speciale wetswijziging, waarover het kabinet het vandaag eens hoopt te worden, kunnen banken als uiterste redmiddel genationaliseerd worden.

Ook een ander Duits autoconcern is in zwaar weer verzeild geraakt. Dieter Zetsche, de doorgaans goedgemutste topman van Daimler, presenteerde gisteren met een somber gezicht de cijfers over 2008. Omzet en winst bij Daimler, met als belangrijkste merk Mercedes, daalden in het laatste kwartaal onrustbarend.

De winst voor belastingen bedroeg 2,7 miljard euro, zes miljard minder dan in 2007. De omzet daalde met vier procent tot krap 96 miljard. Voor dit jaar durft Zetsche geen prognose te geven. Maar in ieder geval wordt voor tienduizenden werknemers de periode dat zij korter moeten werken, waarschijnlijk tot de zomer verlengd.