Nederland in crisis

Er is een stormvloed op komst voor de Nederlandse economie. Gisteren publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een ongekend zwart scenario voor 2009 en 2010. De economische krimp van 3,5 procent die wordt voorspeld, belooft de grootste te worden sinds 1931, aan de vooravond van wat een verloren decennium werd. Niet de recessie van begin jaren tachtig is nog langer het ijkpunt en ook niet die van 1974 en 1975. De vergelijking met de crisis uit de jaren dertig is niet langer loos.

Er is een lichtpunt in de duisternis. Juist de ervaring met de crisisjaren van toen. Veel beleidsfouten die destijds de recessie nodeloos diep en lang maakten, kunnen nu worden vermeden. Het monetaire beleid was bij aanvang van de jaren dertig veel te restrictief. Die valkuil is al vermeden: centrale banken hebben hun rentes ver verlaagd. In de Verenigde Staten is de rente zelfs zo goed als nul.

Banken werden toen aanvankelijk aan hun lot overgelaten, en ook op dat vlak wordt nu daadkrachtiger opgetreden, hoewel nog niet erg samenhangend. De kredietverlening aan burgers en bedrijven moet op gang blijven. De zwaar gehavende banken kunnen niet zonder steun.

Begrotingsdiscipline werd in de jaren dertig aanvankelijk kost wat het kost gehandhaafd. Maar de lessen die de econoom Keynes toen al trok, kunnen nu wederom in de praktijk worden gebracht. Het is niet langer tijd voor budgettaire scherpslijperij. In crises als deze moet het financieringstekort van de overheid worden toegestaan op te lopen. Zuinigheid verergert de neergang alleen maar. CPB-directeur Teulings noemde het gisteren ondenkbaar dat het voorspelde financieringstekort van 5,5 procent in 2010 terug te brengen is naar niveaus van 2 of 3 procent, die volgens respectievelijk Nederlandse en Europese normen aanvaardbaar worden geacht. Dat is een boodschap die het kabinet en de Tweede Kamer zich ter harte kunnen nemen.

Nederlands beleid kan niet op zichzelf staan. Dat komt niet alleen doordat internationale samenwerking en coördinatie het enige antwoord is op deze wereldwijde crisis. Nederland is te klein en te open om effectief nationaal beleid te kunnen voeren zonder de toestand in de rest van de wereld daarbij te betrekken. Met een buitenlandse handel die zo’n driekwart van het bruto binnenlands product uitmaakt, is ons land een speelbal van de internationale conjunctuur – zoals uit de prognoses van gisteren ook weer duidelijk blijkt.

Alle zeilen bijzetten dus, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Volledige steun aan banken kan ook de kapitaalkracht van de staat te boven gaan. De Nederlandse staat kan een al te grote vraag naar extra geld op de internationale kapitaalmarkt op termijn bekopen met een oplopende rente.

Nodig is dus een strategie waarin middelen en doelen uitgebalanceerd zijn en die samenhangt met het internationale speelveld waarop Nederland opereert. Het is lang geleden dat een regering voor een noodsituatie stond als deze. De tijd dringt voor een integraal, doordacht en krachtdadig plan.