Morren over de aanstaande verkoop van Essent

Het Duitse energiebedrijf RWE heeft een bod uitgebracht op Nederlandse branchegenoot Essent. In Brabant debatteerden burgers met politici en bestuurders.

Het debat over de toekomst van energiebedrijf Essent – ‘Houden of verkopen?’ – was bijna afgelopen toen het hoge woord eruit kwam. Joop van Suzanten, een oudere heer, stond op in de overvolle zaal in de Verkadefabriek. Hij had gehoopt deze avond een kritische analyse te horen waarom overname door het Duitse RWE nodig was. Nationaal erfgoed met een marktwaarde van bijna 10 miljard staat op het spel. „Ik ben teleurgesteld”, zei hij en had één advies: „Houd het tafelzilver aan boord.”

De spreker kreeg een daverend applaus. Even vielen de zes deskundigen op het podium stil. Twee uur lang was de discussie in de Verkadefabriek in Den Bosch over de noodzaak Essent te verkopen bezig. Economen, een Kamerlid, de Brabantse gedeputeerde, een concurrent en de directeur van het energiebedrijf zelf stonden op het podium. De voors en tegens van een overname van het grootste Nederlandse energieconcern waren uitvoerig over tafel gegaan.

Want provincies en gemeenten, de publieke aandeelhouders van Essent, moeten binnenkort een besluit nemen over de toekomst van het energiebedrijf. De splitsing van de vier Nederlandse energieconcerns – in een publiek netwerkbedrijf en een privaat productiebedrijf – is in volle gang. Nog voordat de splitsing een feit is, heeft de Duitse energiereus RWE begin dit jaar 9,3 miljard euro voor Essent geboden. Zodra minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) in april haar goedkeuring geeft aan de splitsing van de Nederlandse energiebedrijven, kan de deal worden bezegeld.

De meeste aandeelhouders uit provincies en gemeenten rekenen zich rijk met de Duitse miljarden en spraken zich al snel uit voor een samengaan met RWE. Maar Van der Hoeven heeft de aandeelhouders op het hart gedrukt geen overhaaste beslissingen te nemen en te wachten tot alle documenten over de splitsing op tafel liggen, zodat een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt.

De Socialistische Partij gaat een stap verder. Is het verstandig om Essent te verkopen aan RWE of is het beter het bedrijf in overheidshanden te houden, luidde de stelling van de avond, die was georganiseerd door de SP. De grootste oppositiepartij heeft zich als een van de weinige partijen in het parlement hevig verzet tegen de ‘uitverkoop’ van de energiebedrijven. En al is de race bijna gelopen, de critici geven zich niet zonder slag of stoot gewonnen. „Er komt een democratisch proces”, hield de Brabantse gedeputeerde Annemarie Moons de zaal voor. De PvdA-politica is een sleutelfiguur want met 30,8 procent is Noord-Brabant grootaandeelhouder van Essent. Als voorzitter van de aandeelhouderscommissie van Essent had ze zich al vroeg uitgesproken voor overname door RWE.

Michiel Boersma, bestuursvoorzitter van Essent, beriep zich graag op haar toen hij de microfoon pakte om de teleurgestelde Van Suzanten, die het tafelzilver wil houden, van republiek te dienen. „Mevrouw Moons heeft toch verteld waarom schaalvergroting belangrijk is.” Geduldig legde hij nog eens uit waarom voldoende schaalgrootte van energiebedrijven een voorwaarde is om te overleven. „Wij zijn verantwoordelijk voor betaalbare, schone en betrouwbare levering van energie. Met de sterk wisselende prijzen voor olie en gas is het voor ons zaak deze brandstoffen tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden in te kopen.”

Zelf was Boersma liever met de Nederlandse concurrent Nuon in zee gegaan om die schaal te bereiken, erkent hij. Maar de fusiebesprekingen waren mislukt. Dus moet Essent aansluiting zoeken bij een grote internationale partij. „Nu zijn we krachtig en kunnen voorwaarden stellen. We hebben met alle stakeholders gepraat, aandeelhouders, de ondernemingsraad, het personeel. Iedereen wil de samenwerking met RWE”, zei de Essent-directeur tegen een sceptische zaal. Kort tevoren had de discussieleider de mening van het publiek gepeild en een woud van armen ging de lucht in tegen de overname.

Even kreeg Boersma bijval van criticus Hans Schenk, hoogleraar economie in Utrecht en Cambridge. „Je kan niet zeggen dat Boersma op voorhand ongelijk heeft”, zei Schenk. Maar vervolgens haalde de fusiespecialist eigen onderzoek aan met Britse en Amerikaanse voorbeelden. „Daaruit blijkt dat schaalgrootte zeker niet altijd garanties biedt aan bedrijven”, aldus Schenk. Hij pleitte ervoor dat provincies en gemeenten hooguit een minderheid van de aandelen zouden verkopen. Het „belang van de burgers helemaal uit handen geven” gaat volgens de hoogleraar een brug te ver. Schenk verwees naar het energiebedrijf Delta dat de Zeeuwse aandeelhouders, ook na de splitsing, in eigen handen willen houden.

„Verkopen hoeft niet”, viel Paul Janssen, Tweede Kamerlid voor de SP, hem bij. Het is ook mogelijk om inkoopcombinaties te vormen om voordelig aan brandstof te komen, suggereerde Janssen. „En wat als RWE in de toekomst wordt verkocht aan Poetin of Polen?”, wierp hij Moons voor de voeten. „We houden het netwerkbedrijf. Dat blijft van Nederland”, verweerde de PvdA-politica zich. Het was het enige moment op de avond dat de kaart van de ‘Russische dreiging’ op tafel kwam.

Het publiek maakte zich druk om andere zaken. „De energieprijzen zijn de laatste jaren verdubbeld”, hield een mijnheer uit de zaal de specialisten op het podium voor. Hij wilde wel kleur bekennen en zou Essent „altijd trouw” blijven, net als hij Essents voorloper de PNEM altijd trouw was gebleven. „Maar er zijn allemaal mensen die hun zakken met ons geld vullen.” Daar wilde de directeur van Essent wel op reageren. Boersma was niet voor niets naar Den Bosch gekomen en had extra huiswerk verricht: de prijzen in Den Bosch waren al vijftien jaar gelijk gebleven.

Nog even kwam de reputatie van RWE als vuil bruinkoolbedrijf ter sprake en de wens van het concern in Nederland nieuwe kerncentrales te bouwen, toen iemand geëmotioneerd riep: „67 procent van de bevolking is tegen uitverkoop.” Energie was toch een eerste levensbehoefte? Boersma begreep het argument niet. Wat maakt het uit of je brood koopt bij een Duitse of een Franse bakker, wierp hij tegen, „zolang u maar brood krijgt”. De meerderheid van het publiek kon hij niet overtuigen.

„Het dogma van schaalvergroting is achterhaald”, wist Van Suzanten. Wie waren trouwens de stakeholders die het met overname eens waren, wilde een ander weten. „Er komt nog een democratisch proces”, zei gedeputeerde Moons en wilde wel even kwijt dat ze als bestuurder was gekozen. „Niet op dit punt”, klonk het rebels. De zaal wilde van de politiek maar één ding. „Houd een referendum”, riepen diverse bezoekers en zij kregen luid applaus.