Je wordt immuun voor al die dynamische hijgscènes

Theater

Jan Fabre / Troubleyn: Orgy of Tolerance.

Voorstellingen, zie: www.troubleyn.be

Dat we het meteen maar weten: in de openingsscène van Jan Fabres voorstelling Orgy of Tolerance jutten vier jagers met geweren vier acteurs in onderbroek aan op om maar door te blijven masturberen. Wie kan het snelst klaarkomen in weer een nieuwe ronde? „Hup hup! Think about what you can do for your country!”

Fabre, de Antwerpse theatermaker en beeldend kunstenaar, laat er geen gras over groeien: hij wil aantonen dat onze hele maatschappij oversekst is, dat de menselijke waarden in de uitverkoop worden gedaan in een wegwerpuniversum van kopen en consumeren. Jezus is een supermodel dat met een levensgroot kruis (een ‘Ikea-bedframe’) rondloopt, zwangere vrouwen baren zakken chips en met bankbiljetten worden fitnessoefeningen gedaan. Alles voor het instant genot, de kopersroes.

Orgy of Tolerance is een van de toegankelijkere performances van Jan Fabre (1958). Fabre legt hier als een ware moraalridder zijn bedoelingen in de monden van de acteurs en het publiek krijgt er als consument van een toneelvoorstelling van langs.

Fabre stapelt in een hoog tempo vaak prachtige beelden op van menselijk, fysiek verval. Dildo’s op de neus, geweren in de anus, verhalen over seksuele afwijkingen; het maakt dat je glimlachend kijkt naar wat Fabre nu weer verzint.

Maar het gevolg van de overdaad is wel dat je lichtelijk immuun wordt voor nog een dynamische hijgscène. Want echt schokkend is Fabre niet meer (en daarin toont zich in feite het echte ‘verval’ van de westerse beschaving); de getoonde rauwheid verwordt tot gevaarloos cabaret.

Orgy of Tolerance is uiteindelijk zelfs onschuldig en aandoenlijk in zijn gemakkelijke filosofie. Actrice Linda Adami speelt een ‘vriendelijke’ Klu Klux Klan’er. Dat kan Fabre toch niet bedoeld hebben. Maar hij heeft alles wel vorm gegeven in een superb toneelbeeld met prachtig licht. Acteur Antony Rizzi heeft bovendien de lach aan zijn ironische kont hangen. En zo wordt het toch nog best een vermakelijke avond.

Ingrid van Frankenhuyzen